Oude school

‘Ja, je stamboeknummer is uit de computer verdwenen,’ vertelde Ivo mij, ‘dat gebeurt zo na twintig jaar.’ Hij was nog een oud-leerling van mij, later coördinator en algemeen directeur van onze school geworden. Volgend jaar gaat hij ook met pensioen.

Het toeval wilde dat ik nog wat documenten van lang geleden moest gaan raadplegen. Het was net 10 uur ’s morgens en een massa jongelui stroomde over de speelplaats naar de vrije ruimte. Het examen was dus kennelijk voorbij. Er was een duidelijk verschil waar te nemen tussen de beginners en de al wat oudere waarden.

Die grote school, gevestigd in het vroegere klooster van de zusters ursulinen, is duidelijk aan het vernieuwen. Aan de ene kant doemt het culturele centrum op, waar de leerlingen naar hartenlust gebruik van kunnen maken. Aan de andere kant is de oude turnzaal afgebroken. Daar wordt een luchtig nieuw gebouw geplaatst, overdag door de school te gebruiken en in de vrije uren door de muziekschool van de gemeente.

Zo kunnen de leerlingen twee keer genieten van deze inspirerende leeromgeving, die een mooie groene tuin gekregen heeft, waarin een oude ijskelder als lustpaviljoentje gerestaureerd is: een prachtige combinatie van verleden, heden en toekomst.

Ook ik heb hier een hele loopbaan doorgemaakt. Onze vijf kinderen hebben hier schoolgelopen. En nu zijn de kleinkinderen aan de beurt. Marie van 18 jaar zwaait af en heeft al een kot gevonden in Leuven, vlakbij de groene ruimte van de Begijnhofkerk Sint-Jan de Doper. Zij is bezig met de mondelinge examens, waarvoor zij zich telkens toch weet op te kleden. Nu nog een goede studierichting kiezen.

Bran van 17 heeft de smaak van het studeren te pakken gekregen. Terwijl zijn leerproces zich vooral door aandacht in de klas probeerde te ontwikkelen, is hij nu aan het plannen geslagen. En Naud van 13 begon pas in zijn tweede leerjaar met Latijn, zodat hij heel wat achterstand moest goedmaken. Maar die nieuwe structuur doet hem blijkbaar deugd.

Nu nog het resultaat!

Jos

Eerste communie

Dankzij het vele uitstellen mogen we er als grootouders nu toch bij zijn in de kerk op de eerste communieviering van onze kleinzoon. Het is een hartelijke viering met een preek in dialoogvorm. De communicantjes zijn bijzonder mondig en weten goed waar het om draait. Het evangelieverhaal is dat van de Emmaüsgangers en de voorganger vraagt aan de kinderen of er ook mensen zijn die hén helpen om iets goed te begrijpen, zoals Jezus dat deed bij de leerlingen die naar Emmaüs stapten.

‘Soms word ik heel boos,’ vertelt kleinzoon, ‘en dat komt omdat ik iets niet goed begrijp. Dan helpen mijn papa en mijn mama mij door het uit te leggen. En dan ben ik niet meer zo boos.’

Even later krijgt hij zijn eerste hostie. Hij peuzelt hem aandachtig op.

Er volgt een feestje met familie, vlakbij de speeltuin.

Een dag later vragen we hem wat nu het mooiste was van zijn eerste communie.

‘De hostie’, zegt hij heel politiek correct.

Maar na even aandringen vertelt hij honderduit over welk level hij al bereikt heeft op zijn nieuwe spelcomputer.

We hopen en bidden dat hij altijd zo open, vrolijk en lief mag blijven, hoe oud hij ook wordt. We hebben er alle vertrouwen in.

Kolet

Indrukwekkend

‘Je mag het blauwe bolletje volgen,’ zei de vrijwilliger met veel enthousiasme. Ik kwam binnen in de reusachtige sporthal, die voor heel de regio omgebouwd was tot vaccinatiecentrum. De ruimte waar wij twee jaar geleden nog het seniorenfeest mochten vieren, had nu een ander, maar minstens even belangrijk doel.

Alles verliep heel vlot. Na het prikje konden wij nog even uitblazen en vanop een veilige afstand een groet brengen aan onze leeftijdgenoten. Ria was al enkele weken eerder gevaccineerd als vrijwilliger bij Kind en Gezin. Deze eerste prik geeft toch al een bepaald gevoel van veiligheid. Wij hebben wel geduld om nog enkele weken te wachten op de volgende.

Ondertussen konden wij toch al genieten van een weekje Ardennen, waar wij voor de eerste keer de abdij van Orval bezochten. Op zondag mochten wij in de Sacré-Coeur van Libramont de eucharistie volgen met ongeveer 50 gelovigen. ‘Als dat bij een uitvaart mag, zal het op een zondag ook wel kunnen,’ zei de realistische priester.

Even indrukwekkend waren deze ervaringen. Of ons verblijf aan zee, in het appartement van vrienden, in Mariakerke, vlakbij het kerkje van James Ensor. Hier waren de stoelen wel geteld: precies vijftien. Wij maakten van de gelegenheid gebruik om het hinterland van de Westhoek op te zoeken: Diksmuide, Nieuwpoort, Veurne, Gistel, Leffinge. De moeite waard.

Bij de eerste versoepelingen kon eindelijk weer een barbecue in de tuin van ons Mieke. Een zalige belevenis om ook de kleinkinderen weer eens aan het werk te horen. De drie dochters houden van muziek, zoals de mama. Janne, de oudste van 15, combineert harp en piano. Soms lukt het ons om een streaming te volgen van een klasconcertje.

Lut van 13 heeft zich toegelegd op de gitaar. Eigenlijk houdt zij niet zozeer van de verplichte notenleer. Zij wil graag akkoorden spelen en daarom gaat zij ook zangles volgen. En Nelle van 9 konden wij ook al horen aan de piano. Even indrukwekkend.

De muzikale toekomst van onze familie is verzekerd.

Jos

Hemelvaart

Als kind dacht ik jarenlang dat Jezus met Hemelvaart met een stoomboot de lucht in was gegaan. Hoewel je in het dialect van mijn grootouders ook met de fiets kon ‘varen’, bleef dat werkwoord verder toch voorbehouden voor boten. En stoomboten vervoerden wel meer heilige mannen. Ik was dan ook geschokt door de Hemelvaartafbeelding op school: de apostelen die machteloos naar boven staarden, waar nog net de blote voeten van Jezus onder de rand van de prent uitstaken. Jezus was onherroepelijk weg.

Ik ergerde me ook behoorlijk aan die apostelen. Die stonden daar werkeloos en met open mond naar de hemel te staren. Als ze iets bijdehanter waren geweest, hadden ze Jezus vast nog wel kunnen tegenhouden. Als je met zijn twaalven iemand beet pakte, aan armen en nek en benen, hield je hem wel met zijn voeten op de grond. Je beste vriend laat je toch niet zomaar de lucht in gaan?

En ik begreep al helemaal niet dat Hemelvaart een feestdag was geworden. De dag waarop Jezus verdween kon toch moeilijk een vrolijke dag zijn. Die duif met Pinksteren was in mijn ogen niet meer dan een schrale troost.

Een mens leert veel bij met ouder worden. Dat je het allemaal niet zo letterlijk mag nemen. Dat je ook in de lucht kunt varen. Dat vrienden soms inderdaad verdwijnen. Dat dode vrienden nooit helemaal weg zijn. Dat niemand de dood echt begrijpt. Dat het leven vóór de dood heel veel verschil kan maken.

Ik leerde vooral dat Hemelvaart een onmisbaar staartje van het Paasverhaal is. Wat Jezus deed en zei, was echt leven, wilden zijn vrienden zeggen. Dat stond voor hen als een paal boven water. De dood kon daar niet tegenop. En dus vertelden ze dat Jezus leefde. Ook al wist iedereen dat hij morsdood van het kruis was gehaald. Hoe pak je zoiets aan? Daar moet je alles voor uit de kast halen: een weggerolde steen, een leeg graf, een schim van een tuinman, een wandeling naar Emmaüs… en een paar blote voeten in de lucht. Want Jezus hoort bij God, hij leefde naar het hart van God en daarom leeft hij nog altijd, vonden ze. Daarom lieten ze hem door de lucht varen.

Zo werd Hemelvaart dus toch nog een feest. Het feest van de sterke band die er kan zijn tussen God en mensen. Als het goed is, komt daar echt leven van. Dan krijg je mensen die leven met open hart en handen. Wie weet waar we dan allemaal heen kunnen varen.

Kolet

Leuven

‘Dat zal je dan een dik paasei kosten,’ vertel ik onze kleinzoon Naud, wanneer ik zijn fiets ga afhalen bij de fietsenmaker, want hijzelf moet naar de KSA. Rond vijf uur hadden wij met de kinderen afgesproken om in onze tuin ‘de vasten te breken’. Het is een jaarlijks ritueel, dat nu niet op paasavond gevierd kon worden.

Onze andere kleinzoon Bran van bijna 17 was mij op Witte Donderdag komen helpen. Elk jaar is de paasvakantie de geschikte tijd om de aspergebermen klaar te maken en de aardappelen te planten. Met ons tweeën lukt het nog wel. Hij kan met zijn ogen stelen hoe het allemaal in zijn werk gaat.

Zijn zus Marie is op Pasen zelf 18 geworden. Zij is mijn petekind. Ik had haar voorgesteld om in de extra week paasvakantie eens met de trein naar Leuven te rijden, op verkenning in de studentenstad van mijn jeugd. En het was inderdaad een stralende lentedag.

Zij weet nu waar de meeste faculteiten zich bevinden. En de Alma’s. Ik kon haar heel wat nuttige achtergrondinformatie geven, als zij straks haar definitieve studiekeuze moet maken. Een kot zal zij later wel met haar ouders moeten zoeken. Ik wees haar onder meer ook de Sint-Jozefkerk met de crypte van pater Damiaan, waar wij met onze fiets bijna 50 jaar geleden de berg op moesten om naar de les te gaan.

Haar verjaardagsfeestje konden wij gelukkig toch buiten vieren, in kleine bubbels in de tuin. Iedereen had voor een passend geschenk gezorgd. En wij mochten even toch een feestlied aanheffen. Zij heeft heel wat goede voorbeelden om haar studententijd voor te bereiden: ouders, nonkels en tantes. Leuven is voor onze familie altijd al de stad van de wijsheid geweest.

Hopelijk kan in september het academiejaar min of meer normaal beginnen. Voor het zover is, willen wij haar graag toch de stad laten zien, die zij met haar jaargenoten dit jaar moet missen. Onze Romereis in 1965 was mijn eerste echte blikopener. En zij mag nu met iemand haar humaniora daar gaan afronden. Wij zijn erg benieuwd wie zij gaat kiezen.

Jos

Fier

Je was vier jaar en ik ging mee met jou op schooluitstap. In de bus had je een plaatsje voor mij vrij gehouden. Ik herinner het me zo goed. Echt fier was je dat je mama naast jou kwam zitten. We praatten niet veel. We keken een beetje uit het raam. Ik denk dat ik toen al besefte dat dit niet zou blijven duren.
Jij bent nu het meisje met de langste haren van de klas. Je speelt muziek. Je leest en rekent. Je bakt pannenkoeken en doet graag heel veel zelfstandig. Maar het meisje van vier in de schoolbus zal ik ook niet vergeten. Wat een geluksvogel ben ik dat ik je mama mag zijn!

Ruth

Op een ezel

Op de Palmzondagviering in onze parochie hebben we dit jaar een paar gezinnen met toekomstige eerste communicantjes uitgenodigd. Meer dan 15 mensen mogen er immers niet in de kerk. De rest van de parochianen kan via streaming meevolgen. Zo zie ik op het scherm mijn kleinzoon samen met een stel andere kinderen toegewijd met palmtakjes zwaaien tijdens de evangelielezing. 

Dan vraagt de voorganger aan de kinderen: ‘Waarom denken jullie dat Jezus op een ezel reed? En niet op een paard?’

Kleinzoon steekt zijn hand op. ‘Omdat hij ook al op een ezel reed toen hij in de buik van zijn mama zat’, zegt hij. Het lijkt hem niet meer dan logisch: die ezel hoort bij Jezus. Op weg naar je dood ga je wellicht niet anders dan op weg naar je geboorte. Dichtbij en tussen de mensen.

Wat een cadeau dat we in onze parochie ook van kinderen mogen leren.

Kolet

Raket

And now the end is here,
and so I face that final curtain…

‘Oooh’, slaak ik een enthousiaste zucht terwijl ik de volumeknop opendraai bij het horen van de eerste tonen. Ik neurie een beetje verder, want buiten de eerste regels ken ik de tekst eigenlijk niet.

‘Wie is dat?’ vraagt zoonlief op de passagierszetel naast me.

‘Frank Sinatra’ antwoord ik.

‘Is die bekend?’

‘Uhm’

‘En waarover gaat dat liedje?’

‘Uhm, over iemand die heel oud is en bijna gaat sterven. En die dan terugkijkt op zijn leven en zegt: het is mooi geweest, ik heb het leven helemaal geleefd zoals ik wilde.’

‘En is die nu dood?’

‘Ja, al een tijdje.’

Stilzwijgend luisteren we verder hoe de muziek bombastisch aanzwelt en Frank Sinatra met steeds meer overtuiging zijn levensloop bezingt.

‘Weet je wat grappig is?’, hoor ik ineens naast me, ‘iedereen kijkt altijd naar boven wanneer we over de hemel praten. Maar daar is de hemel helemaal niet.’

‘Oh nee?’ vraag ik verbaasd, ‘en waarom niet?’

‘Ja, ik weet nu dan ook wel niet waar die wel is’, antwoordt hij stellig, ‘maar zeker niet daarboven. Heb je al ooit gezien wat voor een gigantische vuurstroom uit een raketmotor komt? Dat kan echt niet door de hemel gaan hoor, dan verbrandt toch iedereen!’

‘Ah zo ja, daar heb je een punt.’

We mijmeren samen een beetje verder. Terwijl mijn 9-jarige zoon zijn wereld probeert samen te denken en flirt met de grens tussen geloof en wetenschap in zijn hoofd denk ik aan Frank Sinatra. Ik zie een beeld voor me: Frank Sinatra strak in pak op een hemelse bühne die toeschouwers uit lang vervlogen tijden toezingt over that final curtain. Met bulderende motoren vliegt een raket dwars door het podium heen. Verwijtend kijkt Frank de verwoestende vuurstaart achterna en steekt zijn gebalde vuist omhoog…

Nee, hij heeft gelijk. Waar de hemel is, weet ik na 36 jaar ook nog niet. Maar dat het alvast nergens zal zijn waar de hemelbewoners opgeschrikt kunnen worden door voorbijrazende raketten, dat staat vast.

Liesbeth

Toekomst

‘Het leven is zo voorbij’, zegt iemand van 93 jaar, ‘hoe ouder je bent, hoe rapper het gaat.’ Dat is waar. Maar ik ben niet akkoord. Ik wil op pauze kunnen drukken. Stoppen. Vertragen. Focussen. Mediteren. Ademen. Luisteren. Stil zijn.
Als ik denk aan mijn woelige gedachten en bijbehorende chaotische gevoelens, weet ik dat ik nog heel veel moet leren. En er is haast bij. Het paradoxale is dat ik een professionalin-stilte wil zijn voordat ik oud ben. Ik wil graag dat iedereen later over mij zegt: ‘zij straalt zo’n vrede uit en ze klaagt nooit’.
Terwijl ik het schrijf, vind ik het zelf een goede grap. Ik heb geen vat op mijn verleden of op mijn toekomst. Laat ik me nu maar eerst focussen op de afwas.

Ruth     

Treinen

‘Rond één uur komen wij langs met de fiets,’ seinen Marie en Bran, onze oudste kleinkinderen. Zij moeten maar af en toe lijfelijk op school aanwezig zijn. Maar op een woensdag is het echt geen probleem om ons een bezoekje te brengen.

Het is erg attent dat zij op die manier ook eens anders dan in een zoomsessie kunnen vertellen over wat er in het laatste en vijfde jaar zoal gebeurt. Marie is haar keuze aan het maken voor haar eerste academiejaar. Wat en waar liggen nog niet vast.

Ook wij kunnen wat van ons wedervaren kwijt. Zoals met ons gratis treinticket op reis gaan voor één dag. De bestemming van februari was Hasselt. In de vorige maanden hadden wij al Kortrijk, Neerpelt, Eupen en Geraardsbergen bezocht.

Het doet toch deugd om op een zo veilig mogelijke manier een stukje van onze kleine wereld te zien. En Hasselt is wel een lieflijk stadje op mensenmaat. Mijn eerste grote daad was het zoeken van een kapper, nu dat weer toegelaten was.

Vlakbij het station had ik al prijs. Mehmed, een Koerdische jongeman, afkomstig uit Istanbul, mocht mij onder handen nemen. Veel Nederlands sprak hij nog niet, maar met wat Engels en enkele woorden Turks van op reis begrepen wij elkaar.

Deze sessie deed mij terugdenken aan onze tochten naar Antalya en Cappadocië, toen de kapper in een bergdorpje op een ambachtelijke manier mijn haren en baard knipte. En tot slot met een vuurwiekje de stoppels in en rond mijn oren wegbrandde. Zalig.

Een dag in de stad is zo voorbij. Bijna vijf uur op de trein met een boek, of gewoon genieten van het onbekende landschap. ’s Middags op zoek gaan naar een toilet en even kijken naar de leuke winkels. Op een bank in het centrum een lekker broodje verorberen: het lijkt wel vakantie.

En natuurlijk toch ook binnenlopen in de Virga-Jessebasiliek om een noveenkaars aan te steken. Hiermee kunnen wij zowel dankbaarheid als zorg voor kinderen en kleinkinderen delen. En Valentinus Paquay, het Heilig Paterke van Hasselt, mochten wij ook goeiedag gaan zeggen.

Jos