De leukste dag

Kleinzoon logeerde een hele week bij opa en oma in een huisje in de Ardennen. Wij haalden alles uit de kast om hem een leuke tijd te bezorgen. We gingen naar het Waalse ‘Bokrijk’ waar hij een ouderwets klaslokaal zag en op een tractor mocht zitten. We werden rondgeleid in het kasteel van Hare Krishna, waar we een Indische sacrale dans meemaakten en helemaal tot in de toren mochten klimmen. We doken onder de grond in onderaardse grotten vol stalagmieten en stalagtieten. We speelden gezelschapsspelletjes bij de vleet.

Op het einde van die week vroegen we hem wat nu de leukste dag was geweest. Het antwoord was verrassend. ‘Die middag bij de Ourthe’, zei hij. Daar had hij urenlang dammetjes gebouwd en de stroming van het water bijgestuurd. Met een visnetje had hij piepkleine visjes gevangen en in een emmertje bewaard. Daarvoor had hij diverse visplekken uitgeprobeerd. Hij had met stenen gesjouwd en door het water gewaad. Hij kon er nauwelijks genoeg van krijgen.

Iedereen wil tijdens zijn leven een steen in een rivier verleggen. Soms mag je dat heel letterlijk opvatten.

Kolet

Porselein

Onze dochter zingt het lied van Yasmine: ‘als een winnaar…, porselein, behandel mij heel zacht…’ Ik ken de lyrics niet maar vind het toepasselijk. Voor haar. (Voor mij ook eigenlijk maar dit tussen haakjes.) Onze dochter kan op één minuut zo boos worden dat ze de tafel verlaat en naar boven rent terwijl ik aan het denken ben wat ik in hemelsnaam verkeerd heb gezegd. Even later komt ze dan boos terug beneden en vraagt excuses terwijl ik mijn hersenen pijnig waarvoor. Onze jongste dochter is soms een hulp. Ik vraag haar dan stilletjes waarom de oudste boos is en soms weet zij het wel. Oef! Nu kan ik ‘sorry’ zeggen, liefst ‘duizend keer sorry’.
Onze oudste is een zelfstandige en gevoelige meid. Ze werkt graag alleen en neemt graag verantwoordelijkheid op. Grenzen aanvaarden lukt beter als we duidelijke redenen aangeven waarom die grens belangrijk is. Eenmaal een afspraak gemaakt en de strijd voorbij, loopt het terug goed. Het blijft een hele uitdaging om ook bij gebrek aan tijd te neuriën: ‘…porselein, behandel mij heel zacht…’

Ruth

Feest

‘Ik ben er al,’ roept Naud van op zijn fiets, ‘want ik verveelde me thuis een beetje.’ Het schooljaar is voorbij en de bubbels mogen weer wat groter worden. Een uitstekende gelegenheid om kinderen en kleinkinderen uit te nodigen voor een barbecue in onze tuin.

Het duurt niet lang of hij verdwijnt stiekem naar de living, waar hij via YouTube zijn favoriete spel ‘Fortnite’ al snel te pakken krijgt. De kleinkinderen hebben allemaal een goed rapport en mogen zonder problemen overgaan naar het volgende leerjaar.
Vroeger kregen wij van ons moeder een expo 58-ijsje in drie kleuren: vanille, chocolade en aardbeien. Tegenwoordig mag het iets meer zijn. De anderen vallen binnen. Bran met zijn papa Koen en nonkel Filip komen met de fiets van Leuven: een laatste training, want hij vertrekt overmorgen op kamp naar Gemmenich tegen de Duitse grens, ruim 150 km in één dag.

Marie heeft zelf een barbecue met de KSA-meisjes. Kleine Nelle is er ook bij, maar Janne en Lut zitten wellicht al aan zee. De verschillende bubbeltjes vinden wel een plaatsje aan de ruime tuintafel. En onze kinderen zijn extra bezorgd om ons toch op een veilige afstand te houden. Zij hebben veel meer schoolse en andere contacten dan wijzelf. Vandaar.

Mijn enige kookkunst is barbecueën in de tuin. Dat hebben we al vaak gedaan met ons tweetjes. Maar nu hebben alle kinderen ernaar uitgekeken. De eerste live ontmoeting met iedereen, in plaats van de wekelijkse zoomsessies. Het doet deugd.
Mieke heeft haar gitaar meegebracht. Er worden heel wat meezingertjes tentoongespreid voor onszelf. De buren kunnen er ook mee van genieten. Als verrassing had ik een wijnproefactiviteit georganiseerd. Zodat er ook heel wat stof is om over te praten.

De tongen worden gauw wat losser en zelfs een malse avondregen kan ons niet deren. Alsof we allemaal onder moeders grote paraplu zitten, met kaarsjes om deze heuglijke avond niet licht te vergeten. Zullen we dan toch maar het vakantiehuis in de Ardennen boeken voor de maand november?

Jos

Eredienst

Er komt een berichtje van Marie binnen, onze kleindochter van 17. Of ik nog het bekende book ‘To Kill a Mockingbird’ (of ‘Spaar de spotvogel’) van Harper Lee heb. In onze jeugd was dat een echte klassieker. Ik herinner me nog dat wij op school, ergens in het begin van de jaren 60, de film mochten zien met Gregory Peck.

Dat wordt even zoeken, maar gelukkig heb ik de klassiekers een beetje apart gesorteerd. Het thema van rassendiscriminatie zal haar nu wellicht sterk interesseren. De volgende dag komt zij het veilig ophalen in onze veranda. Daar kan ze ook nog wat andere bekende schrijvers ontdekken, zoals Graham Greene, D.H. Lawrence, Patrick White, Albert Camus.

Marie is een echt leesbeest. Zij gaat straks naar het laatste jaar secundair. Of zij voor literatuur of wetenschappen zal kiezen, is nog niet meteen duidelijk in dit turbulente schooljaar. En ook het volgende kondigt zich nogal chaotisch aan. Maar we vertrouwen erop dat alles weer goed komt.

Want de bubbels mogen groter worden en we kunnen weer met heel wat mensen naar de kerk op zondag. Het zal geleden zijn van 8 maart dat wij in de viering mochten zingen. De voorzangers stonden dan wel veilig bovenaan op het doksaal. Maar zelfs dat is nu niet meteen toegelaten: slechts één organist en één voorzanger.

Het doet wel een beetje pijn. Alle vormsel- en communievieringen zijn meteen doorgeschoven naar het najaar. Wij hadden geluk dat Marie als zestienjarige nog gevormd kon worden in het begin van februari. Dat was een van de laatste feestelijke vieringen in onze parochiekerk.

Sindsdien hebben we de grote feesten, zoals Pasen, Hemelvaart en Pinksteren moeten volgen op tv. En op zondagmorgen is er wel wat te vinden, ofwel bij ons, of in Nederland, of in Duitsland, of in Frankrijk, of in Italië. En dan heb je ook nog ‘Songs of Praise’ in Engeland.

Zo ga je weer ‘back to basics’, met een heel eenvoudige liturgie en beperkte, maar toch zuivere samenzang. Het is heel verschillend, maar dat is ook weer verrijkend.

Jos

Asperges

‘Daar is vake,’ klinkt het even voor mij. Met een fietshelm op de Scheldedijk in Klein-Brabant is het niet zo gemakkelijk om te zien wie je in snelheid passeert. Het is Naud van 12 met zijn mama, die in de tegenovergestelde richting fietst. Na de computerlessen thuis is beweging voor de kinderen toch wel belangrijk.
Toen ik zijn leeftijd had en misdienaar was in het klooster van de zusters, begon de zondagsviering altijd met het ‘Asperges me!’ of de zegening van de gelovigen met wijwater. Op het einde van de middenbeuk stopte de priester even om de kwispel weer in het wijwatervat te dompelen. Met enig gemak zorgde ik ervoor dat er extra veel water geplukt werd, zodat de laatste rijen de volle laag in de nek kregen.
Toen ik ouder werd, kreeg ik meer interesse voor de asperges of het witte goud uit de tuin van mijn vader. Hij leerde mij er alles van: zaaien, planten, oogsten, zodat onze eigen tuin nu al voor de tweede keer met aspergebermen gezegend is. Het heeft iets van ‘liturgie’, of werk van het volk van begin april tot eind juni.
Ook onze kinderen lusten die zalige groenten wel. Filip, onze jongste, woont in Kessel-Lo. In deze bizarre tijden moeten we heel vindingrijk en sportief zijn om elkaar even in levenden lijve te zien. Halverwege tussen Leuven en Puurs ligt de Colomabrug van Mechelen. Dat is een uurtje fietsen langs de vaart en daar kunnen we het pakje doorgeven.
Met de kleinzonen Bran en Naud wordt op zaterdagnamiddag onze volgende tocht voorbereid. Naud heeft dringend boek 2 van Harry Potter nodig en dat bevindt zich bij zijn peter in Kessel-Lo. Een kilo asperges voor een leesboek lijkt ons een redelijke ruil. En dat kan dus op de brug gebeuren.
Om de fietstocht wat aantrekkelijker te maken op een warme lentedag willen we er een ijsjeszoektocht aan koppelen. Hier of daar langs het water zal wel een venter of een salon te vinden zijn, waar we een potje of een hoorntje kunnen versieren. Zo wordt nog maar eens het nuttige aan het aangename gepaard.

Jos

De verloren zoon

Soms komt een bekende parabel heel dichtbij. Corona sloot ons af van direct contact met onze familie. Mensen met kleine kinderen hebben het niet makkelijk, maar zij zitten wel in dezelfde ‘bubbel’ als hun kinderen. Wie volwassen kinderen heeft die al lang en breed zelfstandig wonen, mag plots zijn kinderen (en kleinkinderen) niet meer aanraken. En dat niet voor eventjes, maar vele weken lang.
We prezen onszelf gelukkig dat vier van onze zes kinderen op fietsafstand woonden, zodat wij of zij af en toe eens konden komen zwaaien. Toch altijd ‘echter’ dan op een scherm. Met onze pleegzoon in Australië waren we dat al jaren gewoon, daar veranderde niet veel. Maar onze jongste zoon in Antwerpen zagen we enkel nog op schermpjes, meestal luidkeels lachend met onze onhandigheid om de juiste knopjes te vinden.
Tot hij vorige zondag opeens op fietstocht ging richting ouderlijk huis. Na meer dan twee uur fietsen dook hij op aan de deur, moe en helemaal echt. Het voelde als de parabel van de verloren zoon, al ontbraken er enkele vaste elementen: geen gespreide armen, geen maaltijd met het geslachte kalf. Maar de muziek in ons hart overstemde alles.
Onze ‘verloren zoon’ ging ook weer naar huis. Maar hij had zijn ouders wel even heel gelukkig gemaakt. Zodat we er weer een poosje tegen kunnen.

Kolet

Verjaardag

‘Hey, vakie,’ hoor ik achter mijn rug roepen. Het is Naud van twaalf, die net klaar is met de voetbaltraining in de sportzaal, want de velden liggen er te nat bij. Hij heeft echte arendsogen. Ik zwaai van op een afstand en als een wervelwind gaat hij er met zijn fiets van door.
Het was nog een van die onbeperkte momenten, voor het gewone leven tot stilstand kwam. Want zwaaien voor of achter een raam zijn we nu al wel gewoon geworden. Het lijkt allemaal zo onwezenlijk, maar toch is het bittere ernst. En ook de kleinkinderen beseffen maar al te goed dat afstand belangrijk is, vooral voor ons, de risicogroep.
We hadden begin februari toch nog die mooie vormselviering van Marie kunnen meemaken. Met zeventien leeftijdgenoten hadden ze vijf jaar naar deze dag toegeleefd. ‘Ja, natuurlijk,’ was het motto van hun viering en dat vertelt heel wat over deze bewuste klimaatgeneratie.
Heel plechtig ook werd ze door haar broers Bran en Naud naar de vormheer begeleid. En ze was maar wat blij dat ze mee de communie mocht uitreiken. Het gezellige parochiefeest achteraf was één van de laatste onbezorgde hoogtepunten voor de coronatijd aanbrak.
Ondertussen zijn de kerken al lang gesloten. Soms word ik gevraagd om voor te gaan in een uitvaart, maar ook daar worden de voorwaarden strenger. Hoewel een viering met vijftien familieleden ook wel iets heel wezenlijks kan hebben.
Onze tuin vaart er wel bij, want nu is er een zee van tijd en ruimte om het voorjaar in alle rust zijn gang te laten gaan. En ook bij de kinderen kan ik alles een beetje in het oog houden: de asperges zijn er al en de aardappelen moeten dringend de grond in.
Vorig weekend was er dan de zeventiende verjaardag van Marie, ons oudste kleinkind. Met de fiets toch maar even langsgereden om te wuiven voor het raam. In de tuin vonden we wat ruimte voor koffie met taart. Geen feest dus. Ondertussen behelpen we ons twee keer per week via een zoom-conferentie met alle kinderen samen. Ook dat hebben we al onder de knie.

Jos

Het pad bij ons thuis

Ik had het wandelpad dat op enkele meters van ons huis loopt nog nooit eerder zo bekeken. Tot nog toe vond ik het maar een gewoon pad. Er was niets aantrekkelijks aan. Ik vond het in elk geval niet spectaculair of toch zeker niet bijzonder genoeg om mij ‘uit mijn kot’ te lokken. Ik begreep, eerlijk gezegd, ook niet waarom mensen het fijn vonden om er te gaan joggen of te wandelen. Om hun hond uit te laten, dat kon ik nog enigszins begrijpen, maar om jezelf af te peigeren, dat zeker niet. Dan zijn er toch mooiere plaatsen, of niet soms?
Wanneer ik dit schrijf, schaam ik me eerlijk gezegd een beetje, maar al die niet zo’n fraaie gedachten schoten wel degelijk door mijn hoofd toen ik, ongeveer een week na het instellen van de ‘lockdown-maatregelingen’, op het pad aan het joggen was met onze zoon. Joggen?! Ja, je leest het goed. Wie mij beter kent, zou versteld staan…
Maar er is meer: hoe anders kijk ik in deze, in alle opzichten, heel bijzondere tijd naar het pad bij ons huis. Het is een ware zegen om, op slechts enkele meters van je huis, een pad te hebben, in volle natuur, waarop je een half uurtje per dag kunt wandelen, joggen of fietsen. Om even een frisse neus te halen, de zo nodige beweging voor je lichaam op te doen en je geest van verse zuurstof te voorzien. Ja, zo eenvoudig kan het zijn en het is meer dan genoeg.
Dankzij het pad bij ons huis weet ik voortaan dat het niet altijd zo spectaculair hoeft te zijn. Ook gewoon kan heel bijzonder zijn. En dat geldt niet enkel voor dat half uurtje wandelen of joggen. Er is zoveel meer dat we doorgaans als gewoon, of misschien zelfs als saai, bestempelen, waarvoor ik dezer dagen dankbaar ben. En neen, nieuw en spectaculair is die gedachte niet, zelfs niet de ervaring, maar in dezer dagen volgt de ene na de andere soortgelijke ervaring elkaar in een dusdanig vlug tempo elkaar op dat we niet anders kunnen dan erbij stil te staan.
Voortaan is het ‘pad bij ons huis’ zoveel meer dan een gewoon pad. Ik hoop dat ik die ervaring nog lang mag koesteren, ook wanneer we weer mogen gaan en staan waar we willen. Gelukkig is het pad zo dichtbij, dat ik er elke dag aan herinnerd wordt. Vreemd toch hoe je, afhankelijk van de omstandigheden, hetzelfde met andere ogen gaat bekijken. En laat dat nu net een troost zijn, dat eenmaal je iets ‘zag’ of ‘anders’ zag, je niet meer kunt doen alsof je het niet zag. Ook die woorden van een professor uit Leuven ben ik nooit meer vergeten…

Liselotte

Falen

Kerstmis 2018. De kerstboom staat voor één van onze vouwgordijnen. Al zingend trek ik het omhoog en het radartje begeeft het. Dit vouwgordijn gaat voorgoed naar beneden want bij navraag in de winkel is dat type vouwgordijnen niet meer in de handel. Geen herstel mogelijk. We leven dus nu winter en zomer met één vouwgordijn naar beneden. Bovendien hebben we tot op de draad versleten zetels en een oude muziekinstallatie met kapotte afstandsbediening wat betekent dat we elke cd van begin tot einde moeten beluisteren.
In coronatijden zie ik dit alles toch in een ander licht. Het lijkt alsof ik die kleine imperfecties dankbaar ben. Ze hebben me minstens een beetje geleerd om te gaan met gebrek, met ergernis, met dat wat onvolkomen is. In volle coronacrisis erger ik me ook, aan mensen die niet voldoende afstand bewaren bijvoorbeeld. Het helpt me om mijn ergernis vast te stellen en ze toe te geven. Ik erger me soms aan mijn man, aan onze kinderen, aan mezelf. Dat is oké. Mijn ergernissen vertellen me veel over mezelf. Als ze er mogen zijn, worden ze milder. Ons huis is niet perfect en ik ben er toch tevreden. Ons gezin is verre van een droomgezinnetje maar ik heb mijn gezinsleden liever dan wie ook ter wereld. Zelf ben ik een twijfelaar maar dat hindert me niet meer zo. Je hoeft je niet te schamen om te falen, want wie probeert, die wint. Deze laatste zin heb ik niet zelf uitgevonden…

Ruth

Woensdag in coronatijden

Op woensdagmiddag dwaal ik wat verloren door het huis. Overal zie ik ‘relieken’ van kleinzoon: een halfafgewerkt Lego-bouwsel, zijn keukenschortje aan de haak, een leesboek. Ik vind zelfs nog een autootje achter de gordijnen.
Maar kleinzoon komt niet vandaag, net zoals vorige week en de weken die nog volgen. Geen pannenkoeken, geen bezoekjes aan bibliotheek of bioscoop, geen fietstochtje naar de speeltuin. Corona vormt een onzichtbare grens tussen veel grootouders en kleinkinderen.
We behelpen ons met filmpjes en geluidsfragmenten, met online gesprekjes en zelfs met even wuiven achter het raam op onze zondagse fietstocht. De postbode doet overuren om de kaartjes te bezorgen. Maar het is natuurlijk niet hetzelfde.
Op de logeerkamer waar kleinzoon soms blijft slapen, liggen de knuffels klaar. Ik denk opeens terug aan zijn laatste logeerpartij. Toen ik hem ’s ochtends wakker maakte omdat hij naar school moest (dat klinkt nu als iets uit een vorig tijdperk!), zei hij vrolijk: ‘Ik ging juist aan een nieuwe droom beginnen, oma!’
Zelfs als kleinzoon slaapt, kijkt hij naar de toekomst. Zoals alle kinderen, verlangt hij naar wat komen zal. In het volste vertrouwen dat hij het aankan en dat het goed zal zijn. Dat is de houding die ons vandaag allemaal van pas komt. Zodat we – nog liever vandaag dan morgen – aan een nieuwe droom kunnen beginnen.

Kolet