Woorden

We zijn met onze vierjarige kleinzoon op bezoek in zijn nieuwe klasje. Hij is onder de indruk van het grote houten winkeltje, met diverse koopwaren en een heuse kassa. Vol overgave tikt hij op de toetsen als wij braaf ons mandje met appels en broodjes komen betalen. Hij krijgt er niet genoeg van.

Een meisje kijkt het een poosje aan en gaat dan subtiel vlak naast hem zitten, achter de kassa. ‘Ik wil ook’, zegt ze zachtjes.
‘Dat meisje mag nu wel eens, hè?’ fleem ik. ‘Jij hebt er al lang mee gespeeld.’
Kleinzoon blijft onverstoorbaar zitten. ‘Samen spelen, samen delen!’ roept hij opeens luidkeels. Die slogan leerde hij in zijn vorige klasje. Het meisje probeert vergeefs met een vinger op een kassatoets te duwen.

Ik onderdruk mijn lach en leg kleinzoon uit dat ‘samen delen’ nu precies betekent dat hij op moet schuiven. Hij doet het, al is het niet van harte.

Vaste formuleringen zijn een toeverlaat in ons leven. ‘Alstublieft, dankjewel, graag gedaan, alles goed?’ En ook ‘Onze Vader’, ‘God zegene en beware je’ en ‘Vrede met jou’. Alleen is het belangrijk om nooit te vergeten wat ze betekenen. Wat we eigenlijk zeggen als we die woorden uitspreken. Voor kleinzoon én voor mij.

Kolet

 

Advertenties

Deugniet

Het valt niet mee om me te meten met onze kleinzoon Naud, die straks 10 jaar wordt. Hij heeft een sterk balgevoel en ik had hem een partijtje minigolf beloofd. Uiteraard met de fiets reden we naar het parcours dat 18 hindernissen telt.
‘De jongste mag beginnen,’ gaf ik sportief toe. En aanvankelijk hielden we nogal gelijke tred, tot hij ‘een hole-in-one’ maakte. Was het nu zuiver geluk of toch niet? Voor mij was het lang geleden.
De spelregels pasten we met enige soepelheid toe en het was vooral Naud die zich telkens over mij ontfermde. Wij verschillen precies 60 jaar en dat vindt hij wellicht een serieuze handicap.
Na het spel om ter minst strafpunten – 72 voor hem en 95 voor mij – zou de verliezer trakteren. In de cafetaria koos hij voor chocomelk, maar dan viel zijn oog op een soort van kermisattractie waar je voor 2 euro met een kraantje een verrassing kon wegplukken.
‘Dat is verloren geld,’ stopte ik hem af, ‘mogelijk het begin van een gokverslaving.’ En hij kreeg zijn zin niet. ‘Dan ga ik niet meer met je mee,’ begon hij te zeuren. Ik dronk rustig mijn glas leeg en wandelde dan weer naar onze fietsen. Ik was wel benieuwd hoe hij zou reageren.
Net toen ik wou vertrekken, zag ik in een flits zijn ondeugende snoetje achter het muurtje. En zo reden we verder. ‘Een ijsje lust je toch wel op deze warme dag?’ Ja, we kwamen voorbij de kinderboerderij en lieten het ons hartelijk smaken.
‘Ik weet nog een leuke plek waar we langskomen, een speelplein.’ Ook dit voorstel werd in dank aanvaard, maar toch voelde hij zich al wat te groot om in het zand te spelen. Een zakje chips van de Wereldwinkel kon er ook nog wel bij.
‘En nu kunnen we langs het Tekbroek naar huis,’ stelde ik hem voor. ‘Neen, dat is een enge weg door een dichte en donkere laan van bomen,’ protesteerde hij. Al bij al heeft hij een klein hartje, want op KSA-kamp is hij nog maar één keer geweest. ‘Goed, dan maar langs de fietsostrade naast de spoorweg.’

Fietsen met een kleinzoon zou vaker moeten kunnen.

Jos

God in stukjes

We stappen door het poortje en komen bij het kleine kerkje op het Deense eiland Fano. Rondom het kerkje is er een klein kerkhof. Onze kinderen van 11, 9 en 6 kijken een beetje verwonderd. Een kerkhof rondom de kerk, dat zijn ze niet gewoon.
“Hier liggen allemaal dode mensen”, zegt Jade van zes. “En God is hier ook.”
“Waar bedoel je?”, vraag ik.
“In de kerk. En hier, op het kerkhof.
En bij alle dode mensen is er een stukje van God,” zegt ze vastbesloten.
Mooi, denk ik. Zo had ik het nog niet bekeken.

Sylvie

Giraffen en olifanten

Hoewel we gedurende de week er meestal relatief vlot in slagen om tegen 8 uur de deur achter ons toe te trekken, lijkt het op zondag een hele klus om tegen 10 uur in de kerk te zitten voor de zondagsviering. Papa gaat de gebedsviering voor en op tijd komen is dus cruciaal. Ik grijp nog wat niet te missen attributen mee om de zoon van 2 en de dochter van 4 in stilte een uurtje te kunnen bezighouden. De speelgoed-ark is een klassieker en wat leesboekjes doen het ook altijd goed. En deze keer neem ik snel nog een paar boterhammetjes in een brooddoosje mee, want daar leek in de ochtendspits niet echt tijd meer voor te zijn.
Ze zitten met hun tweeën aan mijn voeten op de grond en ik maak me druk over de rommel die ze op een paar minuten hebben gecreëerd, de olifanten van de ark die deze keer nét iets te luid toeteren, en de kruimels die ondertussen op het tapijt van de kerk worden verspreid.
Maar dan zie ik broer en zus plots samen brood delen en speelt de essentie van de viering zich gewoon af aan mijn voeten, tussen enkele giraffen en olifanten.

Lies

Initiatie

‘Kom maar mee naar boven, op het doksaal,’ zeg ik tegen Bran, die bijna dertien jaar wordt. In de vakantie gebeurt het al eens dat de kleinkinderen bij ons komen logeren. En het toeval wil nu dat er deze zondag een gedachtenisviering is voor mijn ouders.

Het principe van ‘verdeel en heers’ geldt nog altijd, als de twee jongens een uurtje rustig gehouden moeten worden. Want Naud van bijna tien kan zijn broer moeilijk missen, maar plagen is zijn tweede natuur. En dan moet Marie van veertien er telkens tussenkomen en de rol van haar mama overnemen. Te vroeg nog, vinden wij.

Dus blijft Naud beneden onder het waakzame oog van Ria. Ik wijs Bran de weg langs het torentrapje naar de ruimte waar de vrijwilligers om 11 uur de viering opluisteren, vlakbij het orgel. Ik geef hem ‘Zingt Jubilate’, het blauwe liedboek, waarin hij met zorg de nummers kan vinden voor deze zondag.

‘Daar heb je onze jongste koorzanger,’ grappen de anderen, want in de vakantieperiode wordt het handjevol getrouwen soms nog uitgedund. Ik kijk af en toe even of hij zijn weg vindt in het dikke boek en niet te veel contact zoekt met zijn kleine broer beneden.

Hij is wel onder de indruk van organist Dirk, die vooral bij het begin en het einde van de viering graag eens alle registers opentrekt. En tijdens de stille momenten zit hij naast Mady, onze buurvrouw, aan wie hij toch even moet vertellen dat wij de avond tevoren een openluchtconcertje meegemaakt hebben met de Romeo’s.

Toen die het liedje over de sirtaki begonnen te zingen, had een oudere dame van 80 hem vastgegrepen om voluit te dansen. Dat moest hij in een sms’je toch even aan zijn mama in Barcelona melden: ‘Hallo het is hier super leuk en de romeos waren super goed. Mvg, Bran. P.S. Ik heb daar met een bejaarde gedanst.’ ‘Goed zo, ik ben fier op jou,’ was haar antwoord.

‘En kende je de liederen uit het blauwe boek?, vraag ik hem achteraf. ‘Eigenlijk niet,’ moet hij eerlijk toegeven. En toch heb ik hem met volle overtuiging mee zien zingen.

Jos

Blazen

Wanneer de  jongste de kerk binnenkomt is er maar één ding dat hij wil: blazen. Hij weet dat hij ná de viering met zijn zus alle kaarsen mag uitblazen, maar wat kan een viering lang duren voor een 2-jarige. Hij blijft het dus maar herhalen: blazen, blazen, blazen,… De ene keer al wat luider dan de andere keer.
Maar dan is het eindelijk zover. Pretlichtjes in de ogen. Blijheid die enkel bij een kind zó ontwapenend kan zijn. Feest. Tijd om de kaarsen uit te blazen met als klap op de vuurpijl de hoge Paaskaars. Vol verwachting en spanning uitkijken naar zoiets simpels als het uitblazen van wat kaarsen. Gelukkig zijn met kleine dingen, verwachtingsvol uitkijken, héérlijk denk ik …

Lies

Een nieuwe wasmachine

Je hebt de geest gegeven, mijn oude wasmachine. Tien jaar oud en onherstelbaar kapot. Of toch te duur om te herstellen, want een nieuwe is goedkoper, zegt de expert. En dus dragen twee stoere mannen je de keldertrap op.

Dag wasmachine, denk ik. Tien jaar lang hielp je mee de chaos in ons gezin te bedwingen. Je waste het zweet, het snot en de vlekken uit onze lakens en kleren. We konden altijd op je rekenen. Slechts af en toe vrat je een sok op of smokkelde je een rood T-shirt bij de witte was, maar dat vergeven we je. Je was een stille getuige van ons verdriet, onze overmoed, ons geknoei, onze sportieve en andere uitspattingen. Je had nooit commentaar, maar deed je best om alles zoveel mogelijk schoon te wassen. Zodat we telkens opnieuw konden beginnen.

Tien jaar geleden kwam de was van al onze kinderen nog jouw kant op, ook al woonden sommigen al zelfstandig. De laatste jaren waste je enkel nog voor de oudjes in het lege nest, en af en toe een slabbetje of een broekje van het nieuwe kuikentje.
Ik weet niet waar je naartoe gaat, wasmachine, maar ik vrees het ergste. Of zou er toch een plek zijn waar ze al je nog bruikbare onderdelen zorgvuldig recycleren? Ik hoop het voor je. Er is een nieuwe collega op jouw plek geïnstalleerd. Hij heeft andere knoppen, nieuwe programma’s, meer lichtjes. Vandaag nog zal ik mijn stapels vuile handdoeken en bloesjes aan hem overleveren, maar mijn vertrouwen heeft hij nog niet gewonnen. Ik besef dat je vervangbaar bent, anders dan mensen, dieren en bomen. Ik zal je dus waarschijnlijk snel vergeten, maar toch denk ik vandaag nog even met weemoed aan je terug. Jammer dat ik je geen extra slokje wasverzachter heb meegegeven als afscheid.

Kolet