Nieuwjaarsbrief

In de volle drukte van het ouderschap besef je het vaak te weinig: wat een voorrecht het is om een of meer kinderen te hebben die je hun nieuwjaarsbrief voorlezen. Vaak is er heel wat gezwoeg aan voorafgegaan. Misschien heb je zelf nog een handje moeten helpen. Maar op Nieuwjaarsdag is het dan zover: je kind wenst je op een plechtige manier een goed jaar. Met een rijmend versje of een zelfgeschreven meesterwerk, het is hoe dan ook ontroerend. Er volgen altijd veel knuffels en lofprijzingen en vaak een cadeautje.

Het lijkt alsof die tijd nooit voorbij zal gaan, maar ik weet inmiddels beter. Zelfs als je een hele schare kinderen hebt, komt er een moment waarop de jongste onverbiddelijk twaalf is geworden en je weet: dit is de laatste keer. Nieuwjaar wordt opeens een stuk kaler, tenzij je nog ergens een jonger petekind hebt.

Maar in de verre toekomst is er hoop. Want voordat je het goed en wel in de gaten hebt, komt er een kleinkind met een nieuwjaarsbrief voor je staan. Dat is misschien nog meer genieten dan vroeger. Je ouder wordende hartje is al wat sneller ontroerd en het ritueel roept elk jaar meer zoete herinneringen op. En vanaf dan kun je weer jaren vooruit.

Wat een heerlijk Vlaamse manier om elkaar een goed jaar te wensen! Een traditie die hopelijk nooit verdwijnt. Een ritueel dat ons de kans geeft om uit te drukken wat we anders nooit zo uitgebreid onder woorden brengen: een jaar vol geluk en dat we daar zelf aan willen meewerken. Wensen en goede voornemens door elkaar gevlochten. Eén keer per jaar is dat iets om naar uit te kijken.

Kolet

Nieuwjaarsbrieven

De tijd van de klassieke nieuwjaarsbrieven van onze kleinkinderen is achter de rug. Alleen Nelle van 10 jaar, in het vijfde leerjaar, had het deze keer al over een andere boeg gegooid. De juf wilde wellicht demonstreren dat er nu ook Frans geleerd wordt. En zo was die brief doorspekt met heel wat typische basiswoorden.

De groteren laten die nieuwjaarsdag toch niet zomaar voorbijgaan. Zij zoeken dan andere manieren om hun wensen over te maken. Marie van 18, mijn petekind, heeft wel oog voor mijn voorliefde voor wijn en had daarom een doosje champagnebonbons gevonden.

Bran van 17 jaar staat zorgend in zijn nog kleine wereld. In plaats van een gewoon cadeautje voor zijn meter Ria had hij eraan gedacht om de kinderen van Afghanistan te steunen met een hulppakket. Origineel, maar heel treffend voor zijn filosofische kijk op de wereldproblemen.

Naud van 14 wou niet onderdoen en had zelf lekkere koekjes gebakken. Alleen waren die nogal hard en donker. Dat kon hijzelf moeilijk verteren en een paar uurtjes later was hij daar weer met een nieuwe lading en deze keer echt ‘à point’, zowel wat uitzicht als smaak betrof.

In de vooravond kwamen de drie dochters van ons Mieke er ook aan. Janne van bijna 16 en Lut van 14 hadden hun wensen in een liedje gestopt. Zij spelen allebei piano en zo werd het echt een soort van huisconcert. Deze muzikale familie zal nog van zich laten horen.

Janne volgt al enkele jaren pianoles en het resultaat mag er zijn. Lut doet het dan weer in een selfmade stijl en leert de akkoorden van haar liedjes via een app op haar smartphone. En kleine Nelle kon zomaar uit het hoofd haar lesje uit de muziekschool naspelen.

Uiteraard was er dit jaar – meer wellicht dan andere jaren – aandacht voor de gezondheid. Op onze leeftijd moet een mens leren leven met kleine en grote ongemakken. En de goede dagen die ons nog gegeven worden, kunnen wij met vreugde en dankbaarheid aanvaarden.

Zolang wij adem hebben, mogen wij het uitzingen, thuis of in het koor.

Jos

Afwezig maar ongelooflijk dichtbij

‘Gelukkig nieuwjaar Mammie!’ roept mijn oudste terwijl onze auto het kerkhof passeert. Mijn blik wordt onmiddellijk getrokken naar het ondertussen pikdonkere kerkhof waar mijn mama al twee jaar haar laatste rustplaats heeft gevonden. ‘Gelukkig Nieuwjaar mama’, mompel ik voorzichtig en ook de rest van het gezin valt in met een heel scala aan beste wensen.

‘Misschien heeft mammie ook wel bubbeltjes gedronken in de hemel?’ klinkt het enthousiast op de achterbank. ‘Of misschien is er een vuurwerkpijl op een meter langs haar hoofd ontploft! BOEM!’

Ik grinnik bij de gedachte. Mammie zou met dat laatste ab-so-luut niet kunnen lachen. De vrolijke noot in mijn hoofd wordt in mijn hoofd al snel overstemd door een sombere gedachte en zelfs wat schuldgevoel. We waren vanmiddag veel te laat vertrokken waardoor we niet eens zijn kunnen stoppen bij het kerkhof om even bij haar langs te gaan.

Wanneer we ’s avonds in de zetel zitten, komt mijn jongste dochter ineens hard huilend met de foto van haar lieve Mammie stevig tegen haar tengere lichaam geklemd de living binnen gelopen. ‘Ik mis Mammie!’, jammert ze. De golven verdriet komen in luide uithalen en met veel oogvocht en snot naar buiten. Het tafereel van mijn ontredderde dochter ontroert me diep en in haar verdriet zie ik mijn eigen zielenroerselen weerspiegeld.

‘Ik begrijp het’, fluister ik terwijl ik haar schokkende lijfje dicht tegen me aantrek, ‘ik begrijp het helemaal.’

Het gemis sluimerde namelijk de hele dag al doorheen elke kier van ons ouderlijk huis waar we nieuwjaar vierden met onze familie. Mijn mama was echt een kei in het organiseren van gezellige feesten. En hoezeer we allemaal ook ons best doen om de taken in te vullen en over te nemen van wat Mammie vroeger altijd deed, het is niet hetzelfde. Mijn kaassaus is lekker en volgens mama’s recept, maar toch slaag ik er niet in om haar smaak te evenaren. En mijn papa deed echt zijn best om de tafel feestelijk te dekken, maar mijn eerste gedachte toen ik de servetten met zomers motief en tuinkabouters zag in putje winter, is dat ons mama zich zou omdraaien in haar graf.

We klungelen maar wat aan sinds we haar moeten missen. Op dagen als vandaag is ze in haar afwezigheid meer aanwezig dan ooit. ‘En ook dat is ok’, bedenk ik met enige weemoed. In al dat gemis, voelen we haar namelijk ongelooflijk dichtbij.

Liesbeth

Wafels

De kleinkinderen mogen dan al groter worden, zij blijven de herinneringen koesteren aan hun prille kindertijd. Zoals bijvoorbeeld hun schoentje zetten voor Sinterklaas. Of met stelligheid uitkijken naar een verjaardags- of nieuwjaarscadeautje.

Wij moeten weer wat voorzichtiger worden in onze contacten, ook al hebben wij al drie prikjes gekregen. En vorige zondag konden wij na bijna twee jaar toch nog eens een gedachtenisviering aanvragen voor onze ouders en mijn zus die bij het begin van dit jaar overleed.

Gewoonlijk gaan wij daarna met de broers en zussen even wat eten en bijpraten in een plaatselijk restaurant. Maar dit jaar leek het ons toch nogal gevaarlijk, niet alleen voor onszelf als risicopatiënten, maar ook voor anderen die besmet zouden kunnen raken.

Marie in Leuven heeft in haar eerste jaar studententijd al een week op kot een quarantaine moeten uitzitten. Gelukkig was het thuisfront van corona gespaard gebleven. In elk geval pleiten wij voor voorzichtigheid en solidariteit.

De jaarlijkse wafelenbak van Allerheiligen hadden wij noodgedwongen moeten uitstellen, maar eindelijk zagen wij een mogelijkheid op de eerste zondag van december. En bovendien was het een vrij zonnige dag. Dus maar meteen de kinderen en kleinkinderen uitgenodigd.

Wel met de nodige voorzichtigheid: wafels bakken voor de verschillende bubbels, die met een vuurtje in de veranda toch de nodige afstand konden bewaren. Voorlopig moeten wij toch nog even deze harde noten kraken, voor wij hopelijk volgend jaar weer wat dichter bij elkaar mogen komen.

Een kinderhand is blijkbaar niet zo gauw gevuld, want in hun volle groei kunnen zij gemakkelijk een vijftal grote Brusselse wafels met suiker of slagroom verorberen. Het werd dus een lange en warme namiddag met de verlokkende geur van de kermis in de neus.

Ondertussen zijn de namen al getrokken voor het nieuwjaarscadeau. Een aangepast pakje zoeken en meestal online bestellen is een kunst die de opgroeiende jeugd ook al onder de knie heeft.

Jos

India

‘Jullie hebben wel veel spullen uit India’, merkt kleinzoon op.
Hij heeft gelijk. Er ligt een loper op tafel, er staat een doosje op de kast en nog een beeldje op de vensterbank.
‘Wij zijn een paar keer in India geweest’, leg ik uit. ‘Het is een heel mooi land. Jouw papa en mama zijn er trouwens ook geweest, nog voordat jij er was.’
Hij knikt. Ook hij heeft al vaak de verhalen gehoord en de foto’s gezien.
‘Ik weet nog hoe fijn het daar was. Zelfs toen ik in de buik zat, heb ik dat al gevoeld’, vertelt hij.
Ik schiet in de lach. Zijn ouders waren in India al jaren voordat er van hem sprake was.
‘Je bent niet langer dan negen maanden in de buik, hoor’, zeg ik.
Maar hij weigert toe te geven. En wie ben ik om hem tegen te spreken?
Als je iets maar vaak genoeg hoort vertellen, is het op de duur toch net alsof je er zelf bij bent geweest?
En wie kan zich echt voorstellen dat er een tijd was toen je er helemaal nog niet was? Waarom zou je dan niet als een piepkleine kiem alvast in de buik van je mama wonen?
In het verlangen van zijn ouders en in onze hoop op kleinkinderen ooit, was hij er hoe dan ook toen ook al bij.
Kleinzoon heeft gelijk, zoals bijna altijd.

Kolet

Alle eendjes

Onze kinderen houden van zingen en van piano spelen. Wij ook. Het houdt ons samen. We maken plezier als we kunnen musiceren of zingen. Onze kinderen kiezen er nu ook voor. We hebben het hen niet opgelegd. Maar ze waren baby’s toen mijn man met zijn gitaar ‘alle eendjes zwemmen in het water’ zong. Ze kropen naar hem toe en wilden meedoen. Met de paplepel meegegeven? Zoiets.

Soms komen er vrienden op bezoek en zingen we voor de maaltijd een danklied. Dat geeft een warm, verbonden gevoel. Voor ons is muziek een manier van leven. Muziek vormt een geheel met wie wij zijn. Ons leven wordt zachter, milder en draaglijker dankzij de muziek en de zang. Zingen helpt om terug op dezelfde golflengte te komen, zoals eendjes op de golfjes van het water.   

Ruth

Over afscheid en chocolade

In gedachten verzonken sta ik met mijn oudste groentjes te snijden in de keuken.

“Weet je al wat je gaat zeggen?”, doorbreekt hij plots de stilte. Hij kijkt me onderzoekend aan en ik leg het mes neer. “Neen,” geef ik aarzelend toe, “totaal niet eigenlijk… wat zou jij hem nog willen zeggen?”

10 minuten daarvoor kreeg ik telefoon van mijn meter. Mijn nonkel ligt op sterven en heeft naar mij gevraagd om afscheid te nemen. Ik vertrek er over een uurtje naartoe en mijn oudste voelt feilloos mijn zware gemoed aan. Een week daarvoor stonden we nog samen aan zijn ziekenbed en hebben we nog grapjes gemaakt over het feit dat er ook een voordeel was aan dat ziek zijn: iedere bezoeker bracht immers zijn favoriete witte Leonidaspralines mee en hij at ze als ontbijt, middageten en avondmaal. “Zijt ge daar niet een beetje jaloers op?” knipoogde mijn nonkel toen naar mijn zoon, die, sinds hij weet dat je van chocolade je beroep kan maken, droomt van een leven als chocolatier.

Opnieuw is het even stil in de keuken. Ditmaal is het mijn zoon die peinzend naar de groentjes staart.

“Ik weet het niet”, zucht hij, “vooral dat kanker stom is en dat ik het erg vind dat hij nu al doodgaat.”

Ik knik. Stomme, stomme kanker. Zo denk ik er ook over.

Hij aarzelt even voor hij verder gaat: “Zou hij bang zijn?

Ook dit keer moet ik het antwoord schuldig blijven. “Ik weet het niet. Waarschijnlijk wel een beetje? Niemand weet wat er gebeurt als je doodgaat… En verdrietig ook denk ik, als je weet dat je iedereen moet achterlaten… Dat kan niet gemakkelijk zijn.”

Hij knikt en zucht eens diep.

“Nja… Ik ben natuurlijk niet zeker hé, maar vertel hem maar dat als hij doodgaat, hij echt ALTIJD witte pralines gaat kunnen eten in de hemel. Misschien is hij dan niet bang meer.”

Ik moet glimlachen bij het idee. Geen engeltjes met rijstepap en gouden lepeltjes in hun handen voor mijn zoon. Maar witte pralines die het leed kunnen verzachten? Daar kan een mens inderdaad wel iets mee…

Liesbeth

Ardennen

Wij hadden er maandenlang naar uitgekeken. Door alle coronaperikelen heen en met iedereen voldoende veilig gevaccineerd, moesten wij het er wel op wagen. In de Allerheiligenvakantie hadden wij een heus kasteel afgehuurd in Dieupart, Aywaille. Het zou deugd doen om nog eens met z’n allen samen te zijn.

Nu ja, met zestien loopt er altijd wel iets mank. Marie kon er maar eventjes bij zijn, want haar plicht was het om in Leuven te gaan studeren. En voor Bran, onze vormeling van 17, ging het ook niet. Want net in deze week was het vormingskamp voor leiders van KSA in Geel gepland.

Nochtans had hij een week tevoren met vijftien andere jongeren meegewerkt aan een prachtige, hartverwarmende vormselviering, waar uiteraard heel onze familie bij betrokken was. De overtuiging en de spirit van deze jongeren spraken boekdelen. En ook hun samenzang mocht er best zijn. Vormheer Eric Haelvoet verstond de kunst om zowel tot de jeugd als tot ouders en grootouders te spreken.

In het Walenland ging ik met Filip, onze jongste, naar de zondagsviering. Wij werden enthousiast onthaald door de zwarte pastoor, die met veel overtuiging en zin voor drama het thema van Allerheiligen toelichtte. Het gaf ons voldoende energie om in de namiddag met de koersfiets een aardig tochtje van zowat drie uur te doen, tot zelfs in Banneux.

De kinderen en de kleinkinderen kwamen en gingen in golven. Op Allerheiligen lukte het voor de meesten om samen aan tafel te gaan in een smakelijk restaurant. Lang geleden was het dat wij die gelegenheid gekregen hadden. Misschien slechts tijdelijk, maar in elk geval doet de hoop ons vooruitkijken naar een mogelijke herhaling.

Met de meisjes stond een bezoek aan de grot van Remouchamps op het programma. Indrukwekkend toch, zelfs met de beperkingen door de watersnood van enkele maanden geleden. En de laatste dag was er nog een spectaculaire wandeling, in de buurt van de Ninglinspo. Naud van bijna 14 was de spoorzoeker.

Zalig. Wij hebben al geboekt voor de paasvakantie!

Jos

De derde generatie

Leuven is ‘the place to be!’ Dat zal Naud van bijna 14 jaar volop beamen, toen ik hem in dat zonnige septemberweekend naar zijn peter in Kessel-Lo voerde. Met de fiets en te voet konden zij in levenden lijve gaan supporteren bij het wereldkampioenschap van de vrouwen en de mannen. Een gebeurtenis die je wellicht maar een keer in je leven kunt meemaken.

In mijn studententijd vond ik Leuven toch zoiets als een ‘unreal city’. Maar die idee is wel wat bijgesteld, omdat al onze kinderen daar als tweede generatie ook gestudeerd hebben. En nu begint mijn petekind Marie als eerste van de derde generatie aan haar studententijd.

Het is alsof de wereld ook voor ons weer een stukje opengaat. Zij zal het evenwicht moeten vinden tussen haar kot in de stad en de jeugdbeweging van het thuisfront. Want ondertussen is zij leidster geworden van de KSA-meisjes. En al na één week kwam het vijfjaarlijkse tentenkamp eraan.

Meer dan 300 kinderen en jongeren die het kletsnatte weekend moesten trotseren. Maar daar kunnen die wel tegen. En daar groeien zij van. Ook Bran van 17 vervult zijn prille leiderstaak met veel overtuiging. En ook onze andere kleinkinderen waren er bij.

Een echt kampvuur kon wel niet, vanwege de regen. Maar een van de hoogtepunten was de party op zaterdagavond, waar sommigen voor de eerste keer een dansje mochten wagen met het andere geslacht. Of de groteren konden zich verliezen in een spannende film.

Op zondagmorgen was er een gebedsviering in de kerk van Kalfort. Zingend trok de lange sliert van jongeren door de straten. De viering was voorbereid door Jolien, de vrouwelijke proost van KSA en er werd met veel enthousiasme gezongen: ‘Droom jij ook van een vredesfeest?’

Zo gaat het leven altijd maar door en mogen wij de fakkel doorgeven aan de volgende generatie. Het doet deugd om te merken dat die in goede handen terechtkomt. Want met haar studie van politieke wetenschappen zal Marie haar frêle schouders er wel onder zetten. Wij weten dat het goed komt.

Jos

Word wat ge ontvangt

‘Je laten beminnen’ is het eerste in ons leven. De Bijbel gaat niet in de eerste plaats over wat ik kan doen om een goed mens te zijn. God heeft het eerste woord. Het is God die de ellende van zijn volk heeft gezien en die hun geweeklaag heeft gehoord en die dan zegt: ‘Ik daal af om hen te bevrijden.’

God wil mij bevrijden. God ziet mij zo graag dat ik leef. In mijn leven gaat het dus allereerst over ontvangen. ‘Ontvang wie ge zijt. Word wat ge ontvangt,’ zegt onze pastor voor hij ons de communie geeft. Ons leven ontvangen. Danken om het leven. Ontvangen wie ge zijt.

Zijn is belangrijker dan doen. Je oogst er misschien geen succes mee. Het kan wel zorgen voor innerlijke vrede. Je leven wordt anders en je voelt je meer verbonden. Durf maar te ontvangen. Je hoeft niets te bereiken.   

Ruth