Kruisje voor het slapengaan

Ze veegt het kruisje van haar voorhoofd. Vijf is ze nu. Nog maar vijf. Lap, nu al, denk ik.

Wat een dagelijks avondritueel is, van de generaties vóór ons doorgekregen, stelt mijn kleine kritische kleuter nu ineens in vraag. Ik leg iets uit over dat het betekent dat er altijd iemand is die voor haar zorgt en over haar waakt. Dat we dit als mama en papa voor haar wensen.

“Niet nodig,” zegt ze, “ze is al groot genoeg.” Maar ze zal in de plaats zelf haar knuffels een kruisje geven vanaf nu. Want daar zorgt zij voor. Dus draak en muis krijgen een kruisje.

Als ze ’s avonds slaapt, geef ik ze nog zelf snel een kruisje die kleine kleuter van mij.

Annelies

Advertenties

Opvoeden op vakantie

Een toevallige ontmoeting in een tussenstophotel op weg naar onze vakantiebestemming. Bij het ontbijtbuffet zitten er Belgen aan het tafeltje naast ons: papa, mama, een schattig kleuterdochtertje en een zoon die volop in de melktandenwisselfase zit. Ze vertellen hoe ver ze nog moeten en dat ze hopen op een reis zonder files. Met de kinderen achterin… Mijn man en ik knikken begripvol.

Jullie doen het lekker rustig met zijn tweetjes, dat is genieten! zegt de mama een beetje jaloers.

Met de kinderen is het ook genieten, zeg ik. Ik denk wel eens met weemoed terug aan onze volle achterbank.

De mama knikt. Natuurlijk, zegt ze. Maar toch… Er is altijd iets. Ze wijst naar haar zoon. Hij wilde per se twee chocoladekoeken, en natuurlijk heeft hij na één koek geen honger meer… Ik vind dat zoiets niet kan en dus zeg ik er wat van.

Opvoeden stopt nooit, ook niet op vakantie, lach ik.

Ach, op vakantie mag het toch wat minder, probeert mijn man. Hij knipoogt naar de jongen.

Die lacht zijn ontbrekende melktanden bloot.

Ach ja, schokschoudert de mama, het is tenslotte vakantie!

We lachen erom als we verder reizen.

Zal het ons ook lukken om ons wat minder te ergeren of te stressen, omdat het vakantie is?

In de kathedraal zien we een kapiteel met een beeld van Abraham, die met uitgestrekte armen een doek openhoudt, zodat alle dode mensen van goede wil in zijn schoot kunnen rusten. Ik krijg er meteen een heel ontspannen gevoel van.

Waarom zou je eerst moeten sterven om te mogen rusten in de schoot van Abraham? Deze vakantie neem ik alvast een piepklein voorschotje. Dat vindt Abraham vast wel goed.

Kolet

Op kamp

‘En vanavond op tijd naar bed,’ bezweer ik Bran, die bijna veertien wordt. ‘Morgen zal het een snikhete dag worden en 130 km met de fiets naar Opoeteren, dat is geen lachertje.’

Met zijn papa had hij toch al wat getraind, maar het was met een klein hartje dat hij aan het grote avontuur begon. Een fietstocht die grenzen zou verleggen. Iedereen voelde met hem mee, maar we hadden toch vertrouwen in de goede afloop.

Zijn broer en zus moesten hem die avond nog even uitwuiven, want de tocht zou al om half zeven ’s morgens beginnen, om de hitte van de dag wat voor te zijn. Voor dit KSA-kamp van tien dagen zou Marie hem niet missen, en als hij weer thuis was, ging zij met haar vriendinnen ook op kamp.

Voor Naud, die met zijn 10 jaar nog maar één kamp meegemaakt had – het volgende wordt altijd met een jaar uitgesteld – was het minder belangrijk om goede dag te zeggen. Hij is een olijkerd en deed het dan maar met een klein kruisje op het voorhoofd van broerlief.

Dat is zowat een gewoonte in onze familie, als wij elkaar voor een langere tijd moeten missen. Een zegengebaar om elkaar het beste toe te wensen: een veilige reis en een behouden thuiskomst.

Toen wij de volgende morgen wakker werden, was Bran dus al enkele uren onderweg. Gelukkig stond er een verkoelend windje, ook al blies het wat verkeerd. Beter een frisse bries dan een verzengende loodzware hitte.

En inderdaad, na een geduldige fietstocht van bijna 12 uur bereikte het groepje van 15 dapperen de eindbestemming. Zij hadden het allemaal zonder ongelukken en kleerscheuren overleefd. Zo begint elk jaar weer een nieuwe grote vakantie. Het is een groot geluk dat kinderen op die manier geholpen worden om te groeien naar volwassenheid.

Misschien wordt Bran over een paar jaar wel leider en kan hij zijn talenten van zorg voor de anderen op die manier verder inoefenen. De moderne communicatiemedia worden tijdens het kamp wel even aan banden gelegd, maar ook dat is een oefening in versobering, zullen we dan maar denken.

Jos

Voetbalgekte

‘Je hebt je vanmorgen blijkbaar niet goed gewassen,’ zeg ik tegen Naud van 10, ‘want je hebt nog wat streepjes op je wangen.’ ‘Ja maar, vandaag heb ik gesupporterd voor de Rode Duivels,’ weert hij zich. Vandaar dus die zwarte, gele en rode restjes op zijn kaken.

Hij ziet er wat moe uit, als ik hem ’s avonds tegenkom bij de opening van het nieuwe park in onze gemeente. Park Fort Liezele is na enkele jaren een feit geworden. En ikzelf heb er ook van genoten om de match tegen Tunesië te volgen op het grote scherm.

Gelukkig was het aangenaam weer. Het is vreemd hoeveel mensen, jong en oud, zich kunnen opladen om een voetbalmatch met veel spanning te beleven. Kinderen, zowel als grote mensen, hebben allerlei attributen meegebracht, van T-shirts tot pruiken en vlaggen, om het groepsgevoelen kracht bij te zetten.

Als ik even rondkijk op het grote grasplein, maak ik de bedenking waarom deze vorm van ‘community’ gedurende ongeveer één maand, wel kan rond een thema als ‘brood en spelen’. In een kerk bijvoorbeeld, voor een eucharistieviering, zou je deze mensen nooit zo intens samen kunnen krijgen.

Er zijn sporadisch wel gezinsvieringen, of gelegenheden als een eerste of plechtige communie of een vormsel, waarbij de betrokkenen zich voor een uurtje kunnen uiten in zang en gebed. Maar deze explosie van groepshysterie voor een groot scherm gebeurt toch maar om de vier jaar.

En zeker als onze vroegere streekgenoot, Romelu Lukaku, dan twee doelpunten maakt. Wat verbindt toch al die mensen op dit plein, tijdens dit uur? En je ziet de vlaggen ook aan de huizen hangen, en heel wat auto’s zijn soms kunstzinnig versierd.

Veel meningsverschillen worden tijdens deze periode uit de weg geruimd. Natuurlijk is er de uiteenlopende commentaar en zijn de pronostieken erg verschillend. Maar blijkbaar hebben mensen soms nood aan een gemeenschappelijk doel om voor te supporteren, te werken en te vechten. En hoe hoger de verwachtingen rijzen, hoe langer deze samenhorigheid kan duren.

Jos

Wisselen

Ik lees mijn kleinzoon een grappig verhaal voor over een draak en een prinses. De prinses houdt de draak gevangen en laat hem in zijn eentje alle vervelende huishoudelijke klusjes doen. Uiteindelijk ontsnapt de draak en vliegt weg naar de bergen.

Kleinzoon fronst zijn voorhoofd. ‘Dat is geen goed einde’, zegt hij deskundig. ‘Want als er nu soldaten komen, kan de draak de prinses niet meer verdedigen.’

‘Hoe zou jij het verhaal dan laten aflopen?’ wil ik weten.

Daar hoeft hij niet over na te denken. ‘Ze kunnen die klusjes toch samen doen’, zegt hij. ‘De prinses kan afwassen en de draak kan de vloer poetsen. En als ze het beu zijn, moeten ze gewoon wisselen!’ Hij snapt niet dat de auteur van het verhaal dat niet zelf bedacht kreeg.

Kleinzoon levert weer een oplossing voor heel wat problemen. Ben je vastgelopen in je dagelijkse bezigheden? Zie je geen uitkomst meer? Loop je aan tegen een collega die de kantjes eraf loopt of een partner die geen werk ziet? Gewoon even wisselen. Wie weet lukt het dan wel om verder samen te blijven doen. Het is de moeite waard om het uit te proberen.

Kolet

Iftarmee

We zijn uitgenodigd op de iftarmaaltijd, een maaltijd aan het einde van een ramadandag, in een gezin van Turkse origine. De familie is gastvrij en het eten is overvloedig en verrukkelijk.

Moussa is een tengere jongen van bijna twaalf. Zijn mama vertelt vol trots dat hij voor het eerst met de ramadan meedoet. ‘Opeens vindt hij alles lekker’, lacht ze, ‘terwijl hij normaal bijna niets lust.’ Wij lachen mee, want dat herkennen we. Honger is de beste saus, zei mijn oma altijd.

De twee broertjes van vier en zes oefenen ook al een beetje ramadan. Niets eten na schooltijd tot aan de iftar om halftien bijvoorbeeld. Met een centje van papa of mama om het vol te houden, lukt dat best. ‘Ik koop jouw vasten’, heet zoiets. Niet gekker dan als wij onze kinderen een ijsje of wat chips beloven als ze flink hun speelgoed hebben opgeruimd.

Ouders zijn ouders, welke overtuiging ze ook hebben. Ze proberen hun kinderen mee te nemen op de weg die ze zelf goed en zinvol vinden. Met kleine stapjes en aanmoedigingen. Ook al verschilt de manier waarop, de basis blijft hetzelfde.

Kolet

Hoogdag

Zoals bijna elke week speel ik taxi voor mijn grootouders op zaterdagmiddag. Ik pik hen op aan hun appartement en rij met hen naar mijn ouders twee dorpen verder. Oma (89 jaar) strijkt, doet verstelwerk of  maakt appelmoes want “als er niets te doen is, dan hoef je mij niet te komen halen”. Opa (93 jaar) kuiert wat rond, leest de krant, gaat langs in de tuin en bij de schaapjes en houdt een oogje in het zeil als de tractor van mijn broer voorbij komt rijden. Ook voetballen of duplo-huizen bouwen met de achterkleinkinderen van bijna 4 en 2,5 staan op het programma. Ook taart en koffie zijn een vaste zaterdagtraditie. En zo ook afgelopen zaterdag. We aten taart en dronken koffie. Oma merkte terloops op: “Morgen is het Pinksteren en ook nog kermis, dus ik zou eigenlijk nog een verse taart moeten bakken”. Waarop opa zei: “Het is hoogdag, dan mag je toch niet werken?”. Oma antwoordde wijs: “Dan hoef ik ook niet te gaan bidden.” Nog nooit zo bekeken, maar bidden en geloven zijn ook werken, en bij uitstek op een hoogdag.

Els