Hostie

Zoon en zijn vriendin zitten in de periode dat veel van hun vrienden trouwen. Sommigen zelfs voor de kerk.

Op een van die huwelijksvieringen in de kerk gebeurt er opeens iets vreemds, vertellen ze me. Een vriend van het koppel gaat te communie en stopt de hostie in zijn mond. Meteen begint zijn vriendin luidkeels te roepen: ‘Spuw uit, je mag dat niet opeten!’

Geschokt kijken de andere vrienden toe. Mijn zoon vertelt wat er door zijn hoofd ging: ‘Is die jongen misschien niet gedoopt? Of heeft hij zijn communie niet gedaan?’

Ook zijn vriendin ging het in die richting zoeken.

Ik niet. Ik weet meteen wat er aan de hand is: de jongen is allergisch voor gluten.

En dat bleek ook de reden voor de commotie te zijn.

We hebben er samen eens hartelijk om gelachen. En ik vertelde dat we vroeger eerst drie, later één uur nuchter moesten blijven voor we te communie gingen, om Jezus niet te confronteren met onze maaginhoud. En hoe we een bruggetje maakten met het communiebankkleed om de hostie op te vangen als hij per ongeluk zou vallen. Erop bijten of hem aanraken mocht ook niet.

Ze lachen erom. Maar ik vind hun reactie bij de trouw in de kerk al niet veel beter. Hoe vreemd is het dat zelfs jonge mensen zo magisch kunnen denken over de hostie. Natuurlijk is Jezus bij ons als we eucharistie vieren. Maar hij smaakt echt veel lekkerder dan een hostie.

Kolet

Advertenties

De mensen zijn blij met mij

Als ik op woensdag of zaterdag inkopen ga doen, kom ik steevast een ouder of grootouder tegen met een peuter of kleuter in het zitje van de winkelkar. Dat was deze week niet anders, maar de ukkepuk die ik nu tegenkwam, was bijzonder. Ik hoorde haar stemmetje al van ver: vrolijk babbelend in heerlijk kleuter-Nederlands. Ze gebruikte af en toe een vreemd woord of een grappige zinswending.

Toen ik in dezelfde gang kwam, zag ik dit guitige meisje dat ik al honderduit had horen praten. Ze had twee leuke staartjes en keek nieuwsgierig rond. Toen ik haar met mijn winkelkar voorbijliep, lachte ik spontaan naar haar. Ze keek me eerst wat verlegen aan, maar toverde dan een grote glimlach op haar gezicht. Haar oogjes straalden.

Ik was nog maar net uit haar gezichtsveld verdwenen of ik hoorde haar tegen haar papa die iets verder stond, roepen: “Paaaapaaaa, de mensen zijn blij met mij.”

“De mensen zijn blij met mij” – wat een heerlijke uitdrukking. Ik moest echt glimlachen toen ik het hoorde. Misschien kende ze de woorden nog niet om te zeggen dat er iemand naar haar geglimlacht had. Of misschien hoort ze haar ouders of grootouders wel vaker zeggen dat ze blij met haar zijn en is ze met die uitdrukking vertrouwd. Hoe dan ook, “de mensen zijn blij met mij” houdt me nu al enkele dagen bezig. Het getuigt van een gezond basisvertrouwen en het doet me denken aan de stem die uit de hemel klinkt wanneer Jezus door Johannes gedoopt wordt: “Dit is mijn veelgeliefde zoon, in wie ik vreugde vind.” Ik vraag me af of dat in kindertaal hertaald niet is wat dat kleine meisje in de winkelkar ervaren heeft: de mensen zijn blij met mij!

Hilde

Kostbaar is gratis

Al fietsend met de kinderen naar school passeren we een huis met een oranje bank ervoor. “Maak bank-contact,” staat er, “en eet een appeltje”. Een rijk gevulde mand met pas geplukte appelen staat naast de bank. Kijk, daar word ik nu eens blij van!

Enkele dagen later staan er een straat verderop papieren zakjes gevuld met noten op de stoep. Een kaartje met “gratis, laat het je smaken!” maakt het geheel compleet.
Zelf zetten we de voorbije maanden geregeld overschotten uit onze moestuin bij onze brievenbus voor de passanten. Mensen belden bij ons aan om te vertellen wat ze zouden meenemen, maakten een praatje of zwaaiden van op hun fiets naar ons. Iemand bracht druiven uit eigen wijngaard mee als ‘ruil’. Het bracht zonder veel moeite een gemoedelijkheid en gezelligheid met zich mee.

Het verhaal van de koopman en de kostbare parel hoef je soms niet ver te zoeken. In onze buurt schitteren er kleine pareltjes langs gevels en stoepen. Het brengt warmte nu de dagen korter en kouder worden. Kostbaar hoeft niet duur te zijn. Meestal is het gewoon…gratis.

Sylvie

Op de adem van de Geest

“Op de adem van de Geest, zoeken wij het diepe spoor, lala lala lalalaaa, ook vandaag… we gaan ervoor”. De vijfjarige zit achteraan op mijn fiets. En ze zingt dit refreintje opnieuw en opnieuw en opnieuw. Inclusief de lalalala in het midden van het refrein, want het lukt haar maar niet om de ganse tekst te onthouden.

Ze leerde het op een gezinsvakantie een paar maanden geleden. En sindsdien komt het keer op keer voorbij tussen de K3 liedjes door.

De Geest zit in haar hoofd zegt ze. En ze heeft het vanmorgen ook in het hoofd van haar broer gestoken zegt ze. Ook hij loopt thuis dus al zingend “op de adem van de Geest” te zingen.

Straks probeer ik tijd te maken om de pianobegeleiding in te oefenen, zodat we het binnen een paar dagen op de doopviering van haar baby-broer kunnen zingen. Zo komt de Geest misschien ook in zijn hoofd, of nog wel liever in zijn hart.

Lies

De schoenenboom

‘En vond jij die nieuwe jongen Stef leuk?,’ vraagt Naud van 10 in de auto. ‘Ja, maar jij hoeft je niet te mengen in mijn privéaangelegenheden,’ repliceert zijn broer Bran van 14 gevat. Het nieuwe werkjaar van KSA en Roodkapjes begint vandaag.

We hebben weer een druk maar zalig weekend voor de boeg, waarin onze drie kleinkinderen bij ons komen overnachten. Het begint ’s morgens al met een voetbalmatch voor de jongste. Wij komen net op tijd uit een mooie huwelijksviering om hem ’s middags op te halen.

Terwijl wij in de namiddag naar de receptie mogen, vinden de drie hun weg naar het Jeugddorp Vijverbos vlakbij. Het wordt voor iedereen een prachtige namiddag en ’s avonds aan tafel worden uiteraard de belevenissen uitgewisseld.

De jongsten werden verwelkomd met het spannende thema van de Drie Musketiers. Voor Bran is er de klassieke ‘boenktocht’, een even avontuurlijke tocht ‘dwars door alles heen’. Voor Marie, de oudste, wordt een denk- en zoekspel georganiseerd, zodat zij uiteindelijk bij de nieuwe leidsters uitkomen.

Bran moest onder meer met zijn bende door een riool sluipen. De ouders waren er wel op voorbereid om niet de beste kleren mee te geven. Na de tocht konden de jongens douchen en propere spullen aantrekken. Bran neemt de raad zoals steeds nogal letterlijk en had zijn vuile kleren bij het vuilnis gekieperd en zijn schoenen in de schoenenboom opgehangen.

‘Ze waren toch al te klein,’ vond hij. Om de kwalijke geuren helemaal te verdrijven werd er bij ons thuis nog maar eens gedoucht. En na het avondeten konden we op verkenning in het gloednieuwe culturele centrum Binder, waar een reuzenrad de bezoekers verwelkomde.

Het zijn stuk voor stuk zalige weekends, als de kleinkinderen komen logeren. Zondagmorgen is het natuurlijk altijd vroeg. Toen ik een schaduw op onze kamer voelde, bleek het nog maar 6.48 uur te zijn. En dan halen we uiteraard verse broodjes en koffiekoeken bij de warme bakker.

Gelukkig heeft onze zoon nog wat kleding kunnen recupereren!

Jos

Fluisteren

Kleinzoon vertelt elke dag wel iets wat hij over God heeft bedacht, zegt mijn dochter.

De laatste tijd gaat het vaak over het weer. Hoe God er precies voor zorgt dat het regent of de zon schijnt. Alles wat van boven komt, komt van God, zo redeneert hij.

Mijn dochter weet niet altijd goed hoe ze moet antwoorden op zijn vragen. Ze wil geen dingen zeggen, die binnenkort drastisch onderuitgehaald worden door zijn groeiende kennis van hoe de wereld in elkaar zit. Maar ze wil hem ook zijn vanzelfsprekende band met God niet afnemen. Het is een beetje zoeken.

Maar kleinzoon vindt op zijn eigen maat de weg naar God.

‘Mama, God praat niet, hè?’ zei hij onlangs. ‘Ik denk dat hij fluistert.’

Op zijn vijfde heeft kleinzoon al door dat je goed moet luisteren om God te verstaan. Daar hoef je als volwassene niets meer aan toe te voegen.

 

Kolet

Knusje

“Nog een knusje”, roept Jade van zeven, als ze ziet dat ik vertrekkensklaar sta. Ze wil ‘kusje’ zeggen, of ‘knuffel’, maar haar hersenen maken er ‘knusje’ van.

Niet veel later op de fiets bedenk ik dat het toch een mooi woord was, dat ‘knusje’.
Want betekent ‘knus’ niet in eerste plaats die plek waar je warm en gezellig ontvangen wordt met een knuffel of een kus?

Misschien is Jades ‘knusje’ wel de vertaling van dat moeilijke ‘Rijk Gods’. Een plek waar God aanwezig is, kan alleen maar een plaats zijn waar ruimte is voor een tedere knuffel of een kus, een gebaar waarin God voor ons even tastbaar is. En al staat ‘knusje’ niet in de Van Dale, God zou het zeker prima vinden.

Sylvie