Maaltijd

“Kleng”, een mes valt op de grond. We zijn met de kinderen aan het avondeten. Jade van zeven weet dat ze bij de maaltijden moet stilzitten, maar ze wil een move tonen van haar dansje op het schoolfeest en haar lijfje is alvast aan het bewegen. “Eerst je bord leegeten”, zeg ik tegen Jade. Ze werpt me een vernietigende blik toe. Ondertussen zit Imre van elf te zingen over een gruffalo terwijl Rune van dertien vol vuur de werking van windturbines uitlegt. In mijn ooghoek zie ik dat hij zijn smartphone mee aan tafel heeft gesmokkeld.
Eten verloopt bij ons chaotisch. We hebben nochtans duidelijke afspraken. We praten elk om de beurt en we luisteren naar elkaar. We proeven van alles wat er op tafel staat, ook al lusten we het niet. We blijven aan tafel zitten tot iedereen klaar is. We nemen geen schermen mee aan tafel.
We weten het allemaal, maar als het moment daar is, dan durft het al eens uit de hand te lopen. Geregeld voel ik me een dirigent die aangeeft wie wanneer mag spreken en die alles in goede banen probeert te leiden. Soms maken we ons boos en vragen we ons af waarom in ons gezin niet kan wat in de opvoedingsboekjes vanzelfsprekend is. En ooit kregen Bert en ik gewoon de slappe lach. Omdat het bij ons zo’n zootje is.
Enkele keren zette ik stiekem de filmcamera op het aanrecht om van daaruit onze maaltijden te filmen. Voor later. Voor als ik in een rustig woonzorgcentrum woon. Dan ga ik kijken naar wat ooit was: de chaos, het lawaai, het gewemel, de scènes over vieze boontjes en de jongste die eet als een holbewoner. En o, wat ga ik dat dan missen, dat imperfecte gezin van ons!

Sylvie

Advertenties

Moederdag

‘Binnenkort is het moederdag’, zeg ik tegen mijn kleinzoon.
‘Dat weet ik’, zegt hij droog.
‘Heb jij op school iets gemaakt voor moederdag?’ vraag ik.
‘Dat mag ik niet verklappen’, zegt hij vastbesloten.
‘Maar aan mij toch wel’, probeer ik. ‘Ik zeg er natuurlijk niets over aan je mama.’
Maar kleinzoon schudt zijn hoofd. Niks vertellen is niks vertellen.
En oma’s en mama’s zijn op het vlak van geheimhouding duidelijk niet te vertrouwen.
‘Heb je iets getekend voor je mama?’ pols ik nog.
‘Nee’, zegt hij kortaf.
‘Iets geknutseld misschien? Of ga je dat nog doen?’
Hij knikt, maar weigert meer uitleg te geven.
Ook over een tekstje kom ik niets te weten.

In gedachten laat ik de moederdagknutsels de revue passeren die ik ooit zelf kreeg: een moedermedaille, een volgeplakt bekertje voor een theelichtje, papieren bloemen op rietjes, een beschilderd beeldje van zoutdeeg dat een of ander dier voorstelde. Mijn kinderen waren geen grote knutseltalenten, maar het was het ritueel dat telde.

Dat is het fijne van moederdagcadeautjes: ze mogen stuntelig zijn, want ze worden gegeven met een warm hart. En daar smelt elke moeder van.

Aan alle mama’s: een heerlijke moederdag!

Kolet

Ben je er?

Het is de moeite waard om gewoon te ZIJN en eens niet iets te DOEN. Ik vergeet dat alleen voortdurend. Ik meet mijn dag vaak af aan alles wat ik gedaan heb: twee wasmachines verwerkt, boodschappen gedaan, soep en middagmaal gekookt, met onze oudste een boek gelezen, …  Het is waar dat deze activiteiten hun waarde hebben en dat ze ten dienste staan van ons gezin. Het gaat om dienstbaarheid. Prima is het als ik me er goed bij voel. Moeilijker wordt het als ik het als prestaties zie en te weinig aandachtig ben voor de kinderen. Erger is het als ik gestresseerd ben en begin te mopperen of te roepen.

De zijnsmodus kan me helpen. Ik verkies een onopgeruimd, slordig huis als dat betekent dat ik wél vol aandacht en genegenheid kan aanwezig ZIJN bij onze kinderen en bij mijn liefste. Ik oefen door eenvoudige ademhalingsoefeningen, natuurwandelingen en liturgie met er te zijn. Door die geschenken aan mezelf te geven, kan ik er zijn voor anderen. Dit blijft een zoektocht die moeite kost maar de moeite waard is!

Ruth

Op hotel

Het is zondagnamiddag en de hele familie is samengekomen in Leuven bij mijn broer en zijn vriendin voor hun housewarming. De drie kinderen van zus spelen samen op het logeerbed. Mijn oudste neefje van 4,5 jaar vertelt trots: ‘Wij gaan straks helemaal naar de zee op vakantie’. Ik antwoord: ‘Waw, ik ga niet op vakantie, maar ik ga straks wel met moeke haar auto terug naar huis.’ Mijn neefje kijkt mij verwonderd aan: ‘En waar blijft Joris (mijn man) dan?’ Waarop ik zeg: ‘Joris gaat met onze auto naar Gent op hotel want die moet daar morgen heel vroeg zijn.’

‘Wat is een hotel?’, vraagt hij ineens. Ik denk even na en zeg dan: ‘Dat is een groot huis met allemaal bedjes waar mensen kunnen blijven slapen als ze centjes betalen. En ze krijgen er ’s morgen ook nog boterhammen met choco.’ ‘Ah,’ zegt mijn neefje snel, ‘dat ken ik.’ ‘Hoezo?’, vraag ik daarop. ‘Wel, Jozef en Maria konden niet op hotel want er was geen plaats en daarom moesten ze in een stal slapen.’ Ik zit even verwonderd op de rand van het logeerbed, terwijl mijn neefje zich omdraait en terug op het bed springt.

Els

Gezinsviering

‘Licht, ‘ roept Naud met overtuiging vanuit zijn plaats in het kinderkoor. Als aanstaande plechtige communicant heeft hij enkele vrienden van zijn voetbalteam opgetrommeld om mee te zingen tijdens de gezinsviering. En zij doen dat graag met gitaarbegeleiding.

Het thema van deze viering is niet voor niets ‘de vijgenboom’. En tijdens de homilie zijn al enkele belangrijke aspecten van vruchtbaarheid opgesomd: zon, water, mest, enzovoort. Dat het licht uiteraard noodzakelijk is om de dag van de nacht te onderscheiden, weet een kind van bijna 12 ook al.

Het koor heeft ook de eerstecommunicantjes uitgenodigd en daarom is Nelle eveneens van de partij. Zij houdt van die eenvoudige liedjes, die ook voor kinderen verstaanbaar zijn. Niet alleen voor hen is de maandelijkse gezinsviering een verademing. Ook de volwassenen genieten ervan, vooral op de grote feestdagen als Kerstmis en Pasen.

Bran van 15 (derde jaar ‘Lange Weg’) heeft wat last van zijn puberstem en voelt zich wellicht al te groot om nog mee te zingen in het kinderkoor. Maar naast mij in de kerk hoor ik hem toch met vurige geestdrift uithalen: ‘U wil ik prijzen, o Heer.’

En wat die vijgenboom betreft, de warme zomer van vorig jaar heeft in onze tuin zelfs een dubbele oogst opgeleverd. De eerste ‘vijgen na Pasen’ zijn de gewone, die in augustus langzaam rijp worden. Maar in oktober kregen we nog een toegift van de groene laatbloeiers, die op enkele dagen plotseling open bloeiden.

Zo gaat het wellicht ook met onze kinderen en kleinkinderen. Als we maar goed voeden en bemesten, zal vroeg of laat de oogst wel zichtbaar worden. Vandaag zal dat dan met andere rituelen en vormen zijn, die wij in onze jeugd misschien ook al eens uitprobeerden.

Vertrouwen op een goede afloop is belangrijker dan jammeren en klagen dat de kerken leeglopen. Het ligt vandaag niet allemaal meer in onze handen, hoewel… Wij proberen door te geven wat wij zelf ontvangen hebben en dan moet de ‘hogere kracht ‘ daar maar het beste mee doen.

Jos

Amelie

Toen ik Amelie voor het eerst ontmoette, was ze al ver in de tachtig jaar en dementerend. Ik had de tijd om vol aandacht naar haar te luisteren. Ze vertelde dat ze haar man jong verloren had. Ze ging alleen voort en moest haar vier kinderen in relatieve armoede grootbrengen. De mensen in het dorp zeiden altijd: ’Ameliekes kinderen zien er altijd uit om door een ringetje te halen.’ Je kon horen hoe fier ze hierop was. Mijn naam was ze snel vergeten. Waar ze was, wist ze niet en ook niet wat ze ’s middags gegeten had. Maar dat gevoel van terechte fierheid omwille van de zorg voor haar kinderen kwam in ons gesprek helemaal naar boven.

We hebben er samen van genoten. Wat is Amelieke een sterke moeder!

Ruth

Benen

Kleinzoon en ik komen langs de Veritaswinkel. In de etalage staan een viertal losse benen met verschillende panty’s in frivole motiefjes.

‘Kijk, daar staan aparte benen’, zegt mijn kleinzoon. ‘Zonder lijf.’

Hij wordt er niet koud of warm van.

‘Ik denk dat het geen echte benen zijn’, zeg ik voor de zekerheid. ‘Ze zijn van plastic, denk je ook niet?’

‘Nee,’ antwoordt hij glashard, ‘dat zijn echte benen van dode mensen. Die hebben hun benen niet meer nodig.’

Ik besluit het spel mee te spelen.

‘Zou jij het leuk vinden als je dood bent en je benen worden dan hier in de winkel gezet?’ vraag ik.

Hij zucht en kijkt me misprijzend aan. ‘Dat is een slechte vraag, oma. Als ik dood ben, weet ik dat toch niet meer. Dan voel ik toch niks meer?’

‘Dat is waar’, geef ik toe. ‘Maar ik zou het toch geen fijn idee vinden. Ik lig liever in een graf met mijn benen er nog aan.’

‘Ok’, zegt kleinzoon.

Ziezo. Alweer een stuk wilsbeschikking geregeld.

Met kleinzoon kun je over alles praten: God of de dood of noem maar op. Voor hem bestaan er geen moeilijke onderwerpen. Ik vraag me af hoelang dat zal blijven duren.

Kolet