Mantel der liefde

„Of ik hem nog een keer wil toedekken?”, vraagt onze inmiddels 13-jarige zoon wanneer het bedtijd is. Dat wil ik met plezier doen, want dat is toch wel al even geleden… Terwijl ik hem onderstop, vertel ik hoe ik hem als baby elke avond instopte, in de hoop dat hij dan rustig zou slapen. „Dat is ook zo”, zegt hij. „Als jij mij toedekt, slaap ik altijd beter.” 

De volgende ochtend verschijnt hij opgewekt en uitgeslapen aan de ontbijttafel. „Het heeft gewerkt”, zegt hij overtuigd. Mijn dag kan niet meer stuk en meteen verdwijnt het nog ietwat wrange gevoel van de avondlijke ruzie die broer en zus een paar dagen geleden nog hadden naar de achtergrond. Toen was instoppen geen optie. Niet alles valt immers toe te dekken, ook niet met de ‘mantel der liefde’. 

„Of ik hem nog een keer mag toedekken?”, vraag ik onze zoon ’s avonds. „Ja hoor”, glimlacht hij. „Het is anders wanneer jij dat doet…” „Hoe bedoel je?”, vraag ik nieuwsgierig. Over die vraag moet hij toch eventjes nadenken. „Gewoon anders… het is de combinatie van 99 % liefde en 1 % techniek. Ja, dat is het!” 

„Waw, dat zeg je mooi”, reageer ik blij verrast. En ik bedenk dat het klopt. Ik pas inderdaad geen bijzondere methode toe, ik denk er zelfs niet eens bij na, laat staan dat ik die zou beginnen analyseren. Wanneer je iets met liefde doet, hoef je er zelfs niet over na te denken. Je doet het gewoon. En weet je wat het mooie eraan is? Met je hart kunt niets fout doen. Een gebaar van (oprechte) liefde klopt altijd, zoals een moederhart wanneer ze haar kind ’s avonds onderstopt of, in het geval van onze tienerzoon, nog een keer mag onderstoppen. In dit geval met een letterlijke ‘mantel der liefde’.

Liselotte

Baby’s

Mijn kleinzoon van acht speelt in zijn straat vaak met buurmeisjes. Meestal is dat geen probleem. Maar soms wel.

‘Als we bijvoorbeeld een heel spannend spel spelen zoals zombiebal’, vertelt hij, ‘en opeens komt er iemand met een baby naar buiten. Dan stoppen alle meisjes meteen met spelen. Ze gaan dan bij dat baby’tje staan en zeggen: “O, wat lief! Wat een mooie baby!” Ze blijven er maar omheen hangen. En ons spel vergeten ze helemaal.’

Hij kijkt me berustend aan.

‘Ze kunnen nog niet eens met hem spelen’, merkt hij op. ‘Daar is die baby te klein voor.’

Hij begrijpt er niets van, maar hij heeft zich neergelegd bij dit natuurfenomeen.

‘Hou jij niet van baby’s?’ vraag ik.

‘Jawel, ik kan daar wel een kwartiertje mee spelen’, legt hij uit. ‘Maar geen drie uur zoals met mijn vrienden!’

Ik begin het te begrijpen.

‘Daarom speel ik liefst zo laat mogelijk op de avond’, zegt hij. ‘Als de baby’s allemaal naar bed zijn. Dan kunnen we eindelijk rustig spelen zonder altijd te moeten onderbreken.’

Mijn kleinzoon groeide op met in zijn speelgoedarsenaal ook een pop en een keukentje. Maar baby’tjes fascineren hem op dit moment een stuk minder dan het heelal of een nieuwe ontdekking over een dino.

Zelfs een genderneutrale opvoeding heeft duidelijk zijn grenzen.

Kolet

Trouwfeest

‘In Griekenland ben ik wel 2 centimeter gegroeid,’ beweert Naud van bijna 14 met stelligheid. Dat wordt blijkbaar af en toe op een muur in de garage gecontroleerd. Toch zal ik hem met nog wel 5 centimeter kloppen. Maar niet lang meer, vrees ik.

De vakantie heeft iedereen toch wel deugd gedaan. En op het einde ervan kwam dan het lang uitgestelde trouwfeest van onze dochter Lieve en Sam. Het was nog een week te vroeg voor een dansfeest, maar dat zal dan volgend jaar wel gebeuren.

De intiemere plechtigheid kon dit jaar al plaatsvinden in de eigen tuin met een receptie en in de tuin van de ouders met een gezellig openluchtfeest. En of de min of meer 40 aanwezigen ervan genoten hebben. Het was de zonnigste dag van de maand, tot ongeveer 19 uur. Toen begon de zondvloed, maar wij zaten toch droog onder een tentzeil.

De trouwbelofte werd door de twee trouwers zeer ernstig genomen en nam minstens vijf minuten in beslag. De ouders konden dit beamen. Ik mocht voorlezen uit ons trouwboekje van 48 jaar geleden: een tekst uit ‘De profeet’ van Kahlil Gibran. En de andere ouders hadden hun verhaal in een liedje gestopt.

Minstens vier keer doken jong en oud die namiddag en avond in de zwemvijver, want het weer en de atmosfeer waren echt uitnodigend. Tussen de gerechten door was er nog ruim de tijd voor een ‘free podium’, waarbij ouders, broers, zussen en vrienden met woorden en liederen het beste van zichzelf gaven.

Een trouwgebeuren op latere en rijpere leeftijd – zij zijn allebei al in de veertig – heeft ook zijn charme. Voor sommige neefjes en nichtjes was dit de eerste keer en zij hadden zich voor de gelegenheid feestelijk en/of verrassend uitgedost.

Een heel ander gevoel was er jaren geleden bij onze andere kinderen. Die waren toch wat jonger en hadden nog veel begeleiding en ondersteuning nodig. Nu konden wij dit mooie gebeuren vanop een zekere rustgevende afstand bekijken en ervan genieten.

Wie weet welke verrassingen ons in de nabije toekomst nog te wachten staan?

Jos

Gestrand

‘Dat meen je niet eh, mama!’

‘Toch wel’, zegt mijn vriendin, ‘het spijt me, maar ik heb je bikini niet bij. Het was daarnet koud en pijpenstelen aan het regenen dus ik heb hem uit onze tas gehaald voor we naar de dijk kwamen.’

Zo gaat dat aan de zee. De troosteloze grijze massa wolk en zee heeft ondertussen echter plaats gemaakt voor een zalig zonnetje en de zee nodigt uit voor een flinke plons.

‘Mama, jij hebt de mijne toch wel bij hé? Pleeeeassse zeg dat je hem bij hebt?’ Ik glimlach naar mijn theatrale dochter. ‘Ja, hij zit nog in de tas’. ‘Yes’, roept ze uit, terwijl ze met haar vuist bijna een gat in de lucht slaat. Ook bij de dochters van mijn andere vriendinnen hoor ik opgeluchte zuchten: ‘Joepie, we kunnen zwemmen!’

Eerlijk? Mijn vriendinnen en ik, wij zijn over het algemeen echte ploetermoeders. De enige reden dat die bikini nog in onze tas stak, is omdat we eigenlijk te lui waren om onze tas leeg te maken vooraleer we naar de go-carts vertrokken vanuit ons appartement. En net die ene praktische mama die altijd alles zo tot in de puntjes regelt en haar zaakjes altijd op orde heeft, die moet haar achtjarige dochter nu teleurstellen. Dat is dik balen. Ik vind het echt, écht sneu voor hen beiden.

De meisjes stuiven al joelend de duinen op om zich om te kleden. Een kleine meid met een paar hangende schouders en een gezicht als een donderwolk hobbelt achter hen aan. We proberen ondertussen met goedbedoelde oneliners de mama te troosten en het zaakje te relativeren. Tevergeefs, beseffen we al snel. Als je acht bent, is dit gewoonweg een ramp.

Net wanneer ik rechtsta om te kijken hoe het komt dat het omkleden zo lang duurt, zie ik vijf stipjes in de verte weer naar ons toe stuiven. Drie meisjes in bikini lopen voorop. Ze gooien hun bal van verfrommelde kleren met een welgemikte worp op een lukraak gekozen handdoek en rennen al gillend richting de zee.

De twee andere meisjes lopen rustig op ons toe. ‘Huh, je hebt jouw bikini niet aangedaan?’ vraag ik aan mijn dochter. Ik zie haar kijken naar het betraande gezicht van haar vriendinnetje. ‘Nee’ zucht ze, al bijna even theatraal als daarstraks, ik heb besloten ook op het strand te blijven. Ik zou het ook niet leuk vinden om als enige niet mee te kunnen. We gaan samen schelpjes zoeken voor onze bloemenwinkel morgen.’

Vol bewondering kijk ik mijn zevenjarige dochter aan en pak haar eens goed vast. ‘Ik ben fier op jou’, fluister ik in haar oor.

Je leven verliezen om het te winnen? Zo doe je dat dus.

Liesbeth

Afstand

‘Met U zijn er geen verten meer en alles is nabij.’ Onwillekeurig moest ik aan deze magische zinnen denken van Felix Timmermans, de Vlaamse dichter die in mijn geboortejaar overleed. In het gedicht ‘De kern van alle dingen’ werden deze bijzondere versregels neergeschreven.

De dichter zal wel eerst en vooral aan de religieuze betekenis gedacht hebben. En niet zozeer aan de technische hulpmiddelen die ons vandaag ter beschikking staan om afstand te overstijgen. Zoals bijvoorbeeld een gsm met een WhatsAppgroep.

Al onze kinderen zijn momenteel met vakantie, meestal in het buitenland. En wij mogen dan telkens de plaats raden waar zij zich bevinden. Of het nu gaat om een kasteel in regenachtig Bretagne of een sportieve fietsvakantie in de mistige Vogezen, dat doet er niet zoveel toe.

Dan volgen wij toch ook met spanning een verblijf in Noord-Griekenland, niet ver van de befaamde Meteora-kloosters. Het is geen sinecure om daar nu te vertoeven in een temperatuur van meer dan 40 graden, met de rossige wolken van vuur op de achtergrond.

Gelukkig is water niet veraf en kunnen wij de avonturen van onze kleinkinderen mee beleven: vanop een rots in de zee springen. Wij geven dan van thuis uit de medailles weg: goud, zilver of brons.

Het is wellicht de laatste grote familiereis van onze Koen, want Marie gaat in september op kot in Leuven. En dan wordt het gewone routineuze leventje toch wel aardig dooreengeschud. Die herinneringen hebben wij nog aan onze eigen vroegere tijd.

Want als de kinderen het huis uitgaan, betekent dit dat de wereld voor hen kleiner wordt, maar dat die vertrouwde woning stilaan wat leger en te groot zal zijn.

En volgende week is iedereen weer terug, want onze dochter Lieve gaat trouwen, ook al is zij al 42 jaar. Vijf jaar geleden heeft zij haar vriend Sam leren kennen, maar vorig jaar moest alles uitgesteld worden.

Het is lang geleden dat wij nog een familiefeest – ook al is het dan in de tuin – meegemaakt hebben. Zij gaan er volop voor. En wij ook!

Jos

Op kamp

Kleinzoon is op kamp geweest met de Chiro. Zeven nachten elders slapen, dat is niet niks als je nog geen acht bent. Hij heeft er erg naar uitgekeken. Er is een doodeng nachtspel, dat vooral achteraf leuk is 😉 Er zijn ‘vuile spelletjes’ en alles is een avontuur. Het weer is niet onverdeeld goed, maar dat is het laatste van zijn zorgen.

De hele familie stuurt al voor hij weg is kaartjes, om zeker te zijn dat ze op tijd aankomen. Zelf heeft hij ook kaartjes bij, in enveloppen waarop zijn mama alvast de adressen heeft geschreven. Op dode momenten, als de heimwee een beetje de kop opsteekt, schrijft hij ze vol. Hij vertelt dat de spullen van de leiding nat zijn geworden. En dat ze ‘gewone brood’ hebben gegeten. Dat lijkt mij op het eerste gezicht niet iets om over naar huis te schrijven. Maar als ik even nadenk, besef ik dat hij ‘gewonnen brood’ bedoelt, dus toch wel een lekkernij. Hij tekent nog een paar mannetjes op het kaartje en sluit af met ‘dag oma en opa, groetjes van X’. Zijn meter bedankt hij voor het ‘hartelijk onvangen’ briefje en hij antwoordt achter elkaar op al haar vragen.

Als hij thuiskomt, met een tas vol vuile was die ook na een wasbeurt nog niet fris ruikt, lijkt hij gegroeid. Zijn armen zijn langer en gespierder dan ik me herinner. En zijn lach is zelfverzekerder. Met plezier naai ik de ‘kampbadge’ op zijn Chirohemd.

Dat Chirokamp zal een vaste waarde van elke volgende zomervakantie worden. Zijn hemd, dat nu nog ruim zit, zal te klein worden en vervangen worden door een groter exemplaar. Met plezier zal ik de oude badges eraf halen en op het nieuwe hemd naaien. Elk hemd zal voller staan dan het vorige. Zoals zijn leven alsmaar voller wordt. Dat is groeien.

Kolet

Tweede leerjaar

In de klas van mijn kleinzoon blikten de kinderen samen met de juf op de laatste schooldagen even terug op het voorbije schooljaar. De juf had daarvoor een handig invulblaadje gemaakt. Wat heb je geleerd in het tweede leerjaar? Wat zul je nooit vergeten? Wat was het leukste dat je hebt meegemaakt?

Kleinzoon had alles netjes ingevuld. Hij was trots op de maal- en deeltafels die hij had geleerd. En hoe hij alle kronkels van de hoofdletters had leren temmen.

Waarschijnlijk had de juf ook iets gesuggereerd over nieuwe vriendjes of zo. ‘Ik heb mijn vrienden leren kennen’, schreef kleinzoon braaf.

Maar dan kregen zijn eigen gedachten en gevoelens even de bovenhand. ‘En ook mijn aardsvijanden (!) leren kennen’, schreef hij verder.

Iedereen weet dat de school, en vooral de speelplaats, vaak een jungle is. Waar heftige ruzies, pesterijen en vechtpartijen gebeuren. Dat is op de school van kleinzoon niet anders. Hij weet na het tweede leerjaar heel goed wie zijn vrienden zijn. Maar ook wie hij beter uit de weg gaat.

En misschien is die spelfout van hem nog niet eens zo gek. De grootste vijanden van de hele wereld, de hele aarde, dat zijn je ‘aardsvijanden’.

In de wereld van kleinzoon zijn vijanden heel gewoon. In elke tekenfilm, in elk computerspelletje stikt het van de vijanden. Die zijn doorgaans heel gemeen en je moet ze zo gauw mogelijk uitschakelen. ‘Bemin je vijanden’ is aan hem niet besteed.

Maar hij heeft ook al eens ervaren hoe een jongen die hij eerst als vijand beschouwde, later toch een vriend werd.

Misschien is het niet slecht om te weten wie je vijanden zijn. Maar het is nog beter als je vrienden van hen kunt maken. Hopelijk leert hij dat in het derde leerjaar.

Kolet

kamperen

‘En heb je nog altijd voldoende adem?’ Naud van 13 is bezorgd, als ik bij een of andere helling een beetje achterblijf. Met de jongens, die weldra op kamp vertrekken naar Oudsbergen, willen wij nog een fietstocht maken van 100 km.

Met onze Koen hebben wij gekozen voor Leuven, waar onze jongste, Filip, nog een laatste examen moet afleggen. Wij willen hem een hart onder de riem steken. Want als leraar nog wat bijstuderen is voor hem een oude droom, die op vier jaar tijd gerealiseerd kan worden.

‘Neen, het gaat prima, als ik het af en toe wat rustig aan doe,’ verzeker ik Naud, die er voor het eerst na zes jaar voor gekozen heeft om met zijn vrienden mee naar het kamp te fietsen. De vorige jaren kon hij die tien dagen nog niet met een gerust gemoed van huis gaan. Maar nu zit hij letterlijk en figuurlijk in de groei.

Zijn oudere broer Bran van bijna 17 gaat al wel voor de tiende keer mee. Bij hem is er nooit een probleem geweest om zijn plan te leren trekken. Filosofisch kijkt hij tegen het leven aan. ‘Weet je dat ik op dit kamp leider word?’ Hij vertelt het met een zekere fierheid. ‘En dan moeten wij ’s nachts wel gedoopt worden of zoiets.’

De twee broers hebben een heel aparte stijl van fietsen. Het lijken wel jonge veulens die nu eens op de loop schieten en dan weer traag achteraan uitbollen. Ook hij houdt mij wel in de gaten. Dat voel ik. Op de Oude Markt zijn de broodjes besteld. Eéntje is genoeg voor mij. En zonder verpinken neemt hij mijn tweede aan. Hij is nog in volle groei.

Op de terugweg houden wij even halt aan een brug in Mechelen. Een koffietje kan er nog wel bij. Voor de jongens een frisdrank of een ‘Mont Blanc’: dat is een warme chocomelk met slagroom. Weer iets bijgeleerd.

Het doet deugd om eens een dagje zorgeloos te fietsen met de zonen en de kleinzonen. Want morgen ga ik voor een jaarlijkse controle naar de cardioloog. Ik zal hem beslist met vertrouwen vertellen dat ik nog 100 km in de benen heb. En dat de longen nog altijd voldoende adem hebben.

Jos

Johan en Leonie

Zij zijn binnenkort zesenvijftig jaar getrouwd. Johan kan niet meer. Hij ligt de hele dag en nacht in bed. Hij eet en drinkt een beetje en zegt niet meer veel.

Leonie is vertwijfeld. Ze zit de hele dag naast hem op een stoel. ‘Wat zit ik hier eigenlijk te doen?’ vraagt ze zich af. Uit de grond van mijn hart zeg ik haar dat wat zij doet heel belangrijk is. Ze doet niet zoveel maar ze IS er voor Johan. Ze blijft de hele dag bij hem.
Er zijn voor iemand is het mooiste geschenk dat je aan iemand kan geven. Het zijn de kleine dingen die echt belangrijk zijn. Ik vraag het aan Johan en hij bevestigt het. Daarna zegt hij hoeveel geluk hij heel zijn leven gehad heeft met Leonie. Zij straalt. Zij vertelt over hun huwelijksverjaardag binnenkort, over hun leven en alle oud zeer dat nooit overgaat.

Het is een kostbaar moment.
Die gezegende kleine dingen toch.

Ruth

Boompje

Ik blijf proberen! Mijn droom is om thuis te zijn alsof ik op vakantie ben. Ik wil even verwonderd kijken naar het maïsveld aan het einde van mijn straat als naar een alpenweide in Zwitserland. Er is een Frans lied dat gaat: ‘Auprès de mon arbre je vivais heureux, j’aurais jamais dû m’éloigner de mon arbre…

In onze tuin staan een paar prachtige bomen. In elk seizoen zijn ze anders. Er is zoveel te beleven dichtbij huis. Ieder moment dat ik me daarvan bewust word, oefen ik in aanwezigheid, in Zijn.

Ondertussen ploeter ik, maak ik eten, doe ik de was, ruim ik op,… Het ploeteren krijgt een andere kleur als je thuis op vakantie bent. Ik voel me minder opgejaagd en bezorgd. Tussendoor geniet ik van het spel van de kinderen.

Het klinkt misschien cliché maar ik voel me dankbaar. Om onze tuin. Om de kinderen. Om de manier waarop we contact kunnen houden met onze familie en vrienden, ook via telefoon en GSM. Ik blijf proberen! Jagen zit in mijn bloed. De ontdekking om thuis de vakantierust te zoeken en dit ieder moment is een klein wonder. Er gaat niet veel boven. Dichtbij mijn boom ben ik best tevreden.

Ruth