Op hotel

Het is zondagnamiddag en de hele familie is samengekomen in Leuven bij mijn broer en zijn vriendin voor hun housewarming. De drie kinderen van zus spelen samen op het logeerbed. Mijn oudste neefje van 4,5 jaar vertelt trots: ‘Wij gaan straks helemaal naar de zee op vakantie’. Ik antwoord: ‘Waw, ik ga niet op vakantie, maar ik ga straks wel met moeke haar auto terug naar huis.’ Mijn neefje kijkt mij verwonderd aan: ‘En waar blijft Joris (mijn man) dan?’ Waarop ik zeg: ‘Joris gaat met onze auto naar Gent op hotel want die moet daar morgen heel vroeg zijn.’

‘Wat is een hotel?’, vraagt hij ineens. Ik denk even na en zeg dan: ‘Dat is een groot huis met allemaal bedjes waar mensen kunnen blijven slapen als ze centjes betalen. En ze krijgen er ’s morgen ook nog boterhammen met choco.’ ‘Ah,’ zegt mijn neefje snel, ‘dat ken ik.’ ‘Hoezo?’, vraag ik daarop. ‘Wel, Jozef en Maria konden niet op hotel want er was geen plaats en daarom moesten ze in een stal slapen.’ Ik zit even verwonderd op de rand van het logeerbed, terwijl mijn neefje zich omdraait en terug op het bed springt.

Els

Advertenties

Gezinsviering

‘Licht, ‘ roept Naud met overtuiging vanuit zijn plaats in het kinderkoor. Als aanstaande plechtige communicant heeft hij enkele vrienden van zijn voetbalteam opgetrommeld om mee te zingen tijdens de gezinsviering. En zij doen dat graag met gitaarbegeleiding.

Het thema van deze viering is niet voor niets ‘de vijgenboom’. En tijdens de homilie zijn al enkele belangrijke aspecten van vruchtbaarheid opgesomd: zon, water, mest, enzovoort. Dat het licht uiteraard noodzakelijk is om de dag van de nacht te onderscheiden, weet een kind van bijna 12 ook al.

Het koor heeft ook de eerstecommunicantjes uitgenodigd en daarom is Nelle eveneens van de partij. Zij houdt van die eenvoudige liedjes, die ook voor kinderen verstaanbaar zijn. Niet alleen voor hen is de maandelijkse gezinsviering een verademing. Ook de volwassenen genieten ervan, vooral op de grote feestdagen als Kerstmis en Pasen.

Bran van 15 (derde jaar ‘Lange Weg’) heeft wat last van zijn puberstem en voelt zich wellicht al te groot om nog mee te zingen in het kinderkoor. Maar naast mij in de kerk hoor ik hem toch met vurige geestdrift uithalen: ‘U wil ik prijzen, o Heer.’

En wat die vijgenboom betreft, de warme zomer van vorig jaar heeft in onze tuin zelfs een dubbele oogst opgeleverd. De eerste ‘vijgen na Pasen’ zijn de gewone, die in augustus langzaam rijp worden. Maar in oktober kregen we nog een toegift van de groene laatbloeiers, die op enkele dagen plotseling open bloeiden.

Zo gaat het wellicht ook met onze kinderen en kleinkinderen. Als we maar goed voeden en bemesten, zal vroeg of laat de oogst wel zichtbaar worden. Vandaag zal dat dan met andere rituelen en vormen zijn, die wij in onze jeugd misschien ook al eens uitprobeerden.

Vertrouwen op een goede afloop is belangrijker dan jammeren en klagen dat de kerken leeglopen. Het ligt vandaag niet allemaal meer in onze handen, hoewel… Wij proberen door te geven wat wij zelf ontvangen hebben en dan moet de ‘hogere kracht ‘ daar maar het beste mee doen.

Jos

Amelie

Toen ik Amelie voor het eerst ontmoette, was ze al ver in de tachtig jaar en dementerend. Ik had de tijd om vol aandacht naar haar te luisteren. Ze vertelde dat ze haar man jong verloren had. Ze ging alleen voort en moest haar vier kinderen in relatieve armoede grootbrengen. De mensen in het dorp zeiden altijd: ’Ameliekes kinderen zien er altijd uit om door een ringetje te halen.’ Je kon horen hoe fier ze hierop was. Mijn naam was ze snel vergeten. Waar ze was, wist ze niet en ook niet wat ze ’s middags gegeten had. Maar dat gevoel van terechte fierheid omwille van de zorg voor haar kinderen kwam in ons gesprek helemaal naar boven.

We hebben er samen van genoten. Wat is Amelieke een sterke moeder!

Ruth

Benen

Kleinzoon en ik komen langs de Veritaswinkel. In de etalage staan een viertal losse benen met verschillende panty’s in frivole motiefjes.

‘Kijk, daar staan aparte benen’, zegt mijn kleinzoon. ‘Zonder lijf.’

Hij wordt er niet koud of warm van.

‘Ik denk dat het geen echte benen zijn’, zeg ik voor de zekerheid. ‘Ze zijn van plastic, denk je ook niet?’

‘Nee,’ antwoordt hij glashard, ‘dat zijn echte benen van dode mensen. Die hebben hun benen niet meer nodig.’

Ik besluit het spel mee te spelen.

‘Zou jij het leuk vinden als je dood bent en je benen worden dan hier in de winkel gezet?’ vraag ik.

Hij zucht en kijkt me misprijzend aan. ‘Dat is een slechte vraag, oma. Als ik dood ben, weet ik dat toch niet meer. Dan voel ik toch niks meer?’

‘Dat is waar’, geef ik toe. ‘Maar ik zou het toch geen fijn idee vinden. Ik lig liever in een graf met mijn benen er nog aan.’

‘Ok’, zegt kleinzoon.

Ziezo. Alweer een stuk wilsbeschikking geregeld.

Met kleinzoon kun je over alles praten: God of de dood of noem maar op. Voor hem bestaan er geen moeilijke onderwerpen. Ik vraag me af hoelang dat zal blijven duren.

Kolet

 

Bij een glas rode wijn

Trouwuitnodigingen rondbrengen zorgt dat je op heel wat plaatsen blijft hangen om een praatje te doen. Zo ging ik langs bij de buren die samen met hun drie kinderen pannenkoeken aan het bakken waren. We spraken af om een burenborrel te doen en legden meteen al een datum vast.

Bij buurvrouw van twee huizen verder, een weduwe van 80+ die nog heel gezwind op en neer fietst, was om 20u de deur al goed gesloten. Toen ik liet horen dat ik het was, ging de deur open. ‘Kom toch binnen, wat fijn dat je langs komt’. Ik volg haar door de lange gang en zet me neer in de zetel. ‘Iets drinken? Misschien een glaasje wijn?’ Ik maak de bedenking bij mezelf: ik heb nog heel wat adressen te schrijven, maar… Dan antwoord ik: ‘Heel graag!’ ‘Wit of rood?’ ‘Dan graag rood als het kan.’

De fles en twee glazen komen op tafel, samen met een doos pralines. En voor ik het weet zijn we twee uur en een heel fijn gesprek verder. Ik wandel met een warm gevoel terug naar huis.

Luisteren is helemaal niet moeilijk.

Els

Brossen

‘En waar moet je deze week donderdag naartoe?’, vraag ik aan Marie die straks 16 wordt. Onze oudste kleindochter heeft zich vastgebeten in de acties rond het klimaat. Samen met haar ouders en broers is zij op een zondag in Brussel gaan betogen met de trein. Dat gebeurde vorig jaar al en sindsdien heeft zij geen enkele actie meer gemist.

Zij is eveneens overtuigd vegetariër en wellicht hangen veel van die dingen met elkaar samen. Met enkele vriendinnen besloot zij van vandaag op morgen om geen vlees meer te eten. Zij hebben zich nog niet bekeerd tot het ‘veganisme’. Als een dergelijk idee in haar hoofd zit, is dat daar met geen stokken uit te krijgen.

Niet dat wij daar wakker van liggen. In onze jeugd moesten wij de gebruiken en gewoonten van onze ouders en leermeesters op school, en van de priesters en de Kerk, zonder al te veel tegenpruttelen naleven. Wij hebben dat op een of andere manier overleefd, maar of het altijd zo gezond was, is een andere vraag.

Gelukkig maar dat er vandaag veel meer ruimte is voor overleg en flexibiliteit. De kleinkinderen bespreken die zaken tegenwoordig in de klas en ook thuis met hun ouders. En de school zelf biedt de ruimte om – met zo weinig mogelijk lessenverlies – een betoging in een of andere stad mogelijk te maken.

Daar staat dan wel tegenover dat Marie de medeleerlingen op een welbepaald tijdstip moet informeren over de gang van zaken tijdens die manifestaties. Als die klimaatacties op een zondag of een vrije dag plaatsvinden, brengt dit heel wat minder problemen mee voor de schoolorganisatie.

De thema’s die in onze jeugd aan de orde waren, hadden vaak te maken met sociale problemen of met de wereldvrede. De accenten zijn nu wel verlegd naar een gemeenschappelijke thematiek voor jong en oud en de jongeren van vandaag vinden dan nieuwe vormen uit om hun mening duidelijk te maken.

Straks vraagt Marie ons nog om mee te gaan betogen. Waarom ook niet? Als dat maar in overeenstemming is met haar geplande vakantiereis naar Kos.

Jos

De wereld uitleggen

Hoe ouder je wordt, hoe ingewikkelder de wereld lijkt te worden. Dat ervaar ik elke dag aan den lijve. En zelfs mijn vijfjarige kleinzoon ontdekt meer en meer hoe complex het leven is. Zijn hersenen werken op volle toeren om de samenhang te kunnen zien en alles in elkaar te passen. Af en toe heeft hij een bui waarin hij de wereld uitlegt.

‘God heeft de wereld gemaakt’, zegt hij, terwijl hij met zijn handen een soort bolvorm aangeeft. ‘Zo helemaal rond.’ Hij denkt even na over de volgende stap. ‘En toen heeft God “START” gezegd.’

Ik knik. Ja, zo moet het ongeveer gegaan zijn.

‘En toen waren er mensen en er werden altijd maar meer kinderen geboren’, gaat kleinzoon verder. En die plantten bomen en bouwden huizen, heel de wereld vol. Eerst maakten ze vuur met hout en daarna deden ze veel uitvindingen.’

Hij stopt met uitleggen en gaat verder bouwen aan zijn zelfbedachte raket op drie wielen. Hij oefent alvast op de geluiden die het ding straks zal maken als het door de lucht vliegt.

Ik denk nog even verder. Het duizelt mij als ik stilsta bij wat er na die eerste “START” allemaal ontplooid is. Mooie en goede dingen, maar ook veel scheefgroei en pijn. Alles en iedereen heeft zijn plekje op onze wereldbol.

Hoe ouder ik word, hoe minder ik van God en de wereld begrijp. Maar zolang de aarde draait, draai ik graag mee, alle levensdagen die ik krijg. En soms laat ik me met plezier door kleinzoon de wereld uitleggen.

Kolet