‘Ik hou van alles’

Enkele weken geleden kocht ik een kinderbijbel of beter gezegd, een Bijbel voor de allerkleinsten, zo is de titel van het boek. Elke avond lees ik de kinderen een verhaaltje voor. Stilaan wil ik dat daar af en toe een Bijbelverhaal bijzit. Laatst was dat het scheppingsverhaal. Bij het in bed stoppen van onze jongste van drie vroeg ik haar wat ze die dag leuk vond. Ze had veel gespeeld op school. Voor de rest bleef het stil. Ik besloot niet aan te dringen. Dat volstond. Ik gaf haar traditiegetrouw een kruisje op haar voorhoofd en plotseling zei ze: „Ik hou van alles”. Ik werd stil. Bewondering alom. Als je dit zo spontaan en oprecht kunt zeggen… Bestaat er iets mooiers?

Met een blij en gerust hart verliet ik haar kamer. Die uitspraak moest ik ergens noteren. Vijf minuten later moest ze nog eens naar het toilet. Terwijl ik bij haar stond te wachten, vroeg ze al even plotseling: „Mama en papa lopen niet weg hé?”.  Ik schrok even. Waar kwam dat vandaan? Maar ik stelde haar meteen gerust: „Nee hoor, mama en papa blijven bij jou. Wij zullen er altijd voor jou zijn. We vergeten je nooit.” Ik zag dat het haar geruststelde.

Een veelzeggende uitspraak en een plotselinge vraag op vijf minuten tijd. Soms stel ik me de vraag  over wat er zich allemaal in het hoofd van onze kinderen afspeelt, hoe ze alles beleven en of ze wel iets oppikken van wat je hen wilt doorgeven. Maar misschien is al die reflectie overbodig.  Die twee ogenblikken van verwondering zeggen meer dan genoeg en zijn zo waardevol dat ik er wel moest over schrijven.

Liselotte

De donkere ogen van onze zoon

Onze zoon is een schatje. Daar hoeft niet over gediscussieerd te worden. Hij is het knapste en meest innemende kind uit de recente geschiedenis. Daar van buitenaf iets tegenin brengen, splijt mijn vaderhart, dus doe het nou maar niet. Schattige blauwe ogen onder licht koperkleurig, een beetje kroelend haar, en een glimlach die deuren naar plaatsen opent die ik elders zelden of nooit te zien heb gekregen. Soms is hij moe of hongerig, en dan – zo moet ik toegeven – gaat er al eens wat glans af van de perfectheid van het toverkind. En hij kan zo hard huilen als hij vindt dat dat moet, dat we ons soms al eens de vraag hebben gesteld of de buren of een toevallige voorbijganger niet wel eens verkeerde gedachten over onze aanpak hebben gekregen. Maar wat dan nog: hijzelf, hij blijft een doetje, een schoon kind.

Tot oma binnenkomt. Want oma komt niet vaak, en oma is duidelijk absoluut niet te vertrouwen – toch tijdens de eerste uren van haar aanwezigheid niet. Van zodra oma binnenkomt klemt hij zich stevig als een koala met armen en benen aan mij. Staat hij op de grond dan wil hij gepakt worden (en snel), zit hij op mijn arm, dan voel ik plots een knijpende kracht. En dan die ogen. Ik moet zeggen, ik werk al te lang met mensen om nog snel onder de indruk of geïntimideerd te zijn, maar die blik, nee, die zou ik echt niet graag toegeworpen krijgen.

Oma ook niet, maar die heeft niets te zeggen. Elke stap dichterbij, is ook een stap dichter bij wanhoop, en bij een huilpartij. Als buitenstaander is het een beetje moeilijk om je daarbij een houding aan te meten: het is op zich hilarisch, maar tegelijk voel je die klemmende angst en onzekerheid van dat kind, en het grote verdriet van oma die echt nog zelden haar kleinzoon op de arm heeft gehad.

Woensdag was het ook zo. Weer zo. Heel plots diep donkere ogen en een voelbaar wantrouwen. Daar heeft oma nooit iets voor moeten doen, dat komt haar zo tegemoet. Ik schrok er dit keer zelf een beetje van toen ik hem aankeek; maar in deze is machteloosheid ook papa’s deel. Ik mag voor oma hopen dat het snel overgaat, al heb ik daar maar weinig vertrouwen in. Intussen blijft ze kijken in de donkerste blik uit zo heldere ogen uit de recente geschiedenis. Veel moed oma, veel moed.

Wim

Schoonzoon

Een schoonzoon is een vreemd wezen. Op een dag stapt hij je huis binnen, hand in hand met je dochter. Hij gaat zitten in je woonkamer en je voelt dat hij wel eens degene zou kunnen zijn, die je met grote regelmaat in je leven te zien zult krijgen: op zondagse etentjes, met de kerstdagen en op alle grote familiefeesten. Hij doet zijn best om in te vallen bij het spervuur van meningen en uitspraken dat in ons gezin continu door de kamer raast: eerst nog een beetje voorzichtig, maar gaandeweg steeds meer met zijn eigen stem. Hij laat ons proeven van zijn aparte soort humor. Hij is er voor je dochter, door dik en dun, en dat stel je op prijs. Hij houdt zich vaak een beetje gedeisd, maar hij houdt vol. Hij is niet meer weg te denken en hij hoort er helemaal bij. Maar echt familie, nee, dat was hij nog niet.

Nu wel. Want hij fluistert zachte woordjes tegen onze kleinzoon. Hij ververst zijn pampertjes en laat hem boertjes doen. Hij heeft zich op een babynieuwsbrief geabonneerd. Hij is met volle overtuiging papa. Die kleine baby heeft hem voorgoed met ons verbonden. Meer was er niet nodig.

Kolet

Boterham

Met een dwingende stem en opengesperde ogen zegt ze vanuit haar eetstoel: “BOTEJAM!”

Ik schrik. Plots beschouw ik onze dochter als een ‘talig wezen’. Oké, er waren al de kleine woordjes als ‘tut’ en ‘koek’. Sommige woordjes bleken ook een grote impact te hebben. Bij ‘mijn’ ging er een wereld voor haar open. Als de grote broers het aandurfden om met haar speelgoed te spelen, klonk er een gebiedend ‘mijn!’. Daarna volgde ‘wieren’, wat zoveel wil zeggen als ‘Ik wil rondgezwierd worden’. Een zalige ontdekking, want wat is er leuker dan de wereld te aanschouwen op je kop of te vliegen op de sterke armen van papa.
Maar nu zegt ze voor het eerst een drieletterwoord. Ik besef dat de brabbelzinnetjes snel gaan volgen. Zichtbaar geniet ze ervan. Het beluisteren van klanken, het vormen van woorden en het nabootsen heeft duidelijk effect. De broers gaan mee in haar enthousiasme en zeggen haar allerlei woorden voor – en uiteraard ook woorden die ze beter nog niet leert…

Ik bekijk het hele schouwspel en mijmer. Eigenlijk hield ik ook wel van de ‘niet-talige’ tijd. De tijd waarbij je met je hele lijf en leden je kind laat voelen wat je wil zeggen en probeert aan te voelen wat je kind jou duidelijk maakt. Eerlijk, eenvoudig en puur.
Lieve meid, ik gun jou het enthousiaste taalspel, maar weet, er is zoveel wat met woorden niet gezegd kan worden. Zoals de godsnaam JHWH bij de joden niet uitgesproken wordt, uit respect voor de heiligheid van God, zo zijn heel wat dingen in het leven te groot voor woorden. Soms zeggen een blik, een handdruk, een zoen, een schouderklopje zoveel meer. Het hoeft niet altijd uitgelegd te worden. Er mag ook gestameld, gestotterd of kortweg gezwegen worden. Er is de wereld van het niet-hoeven-zeggen. Mama merkt het wel.
Hopelijk mag je dat bij ons ook leren.

De maaltijd loopt naar zijn einde. Ik til Jade op uit haar eetstoel. “Knuffel”, zegt ze. Ze klemt beide armpjes om mijn nek en doet “neuzeneuzeneus”. Ze schatert van het lachen. Zie je wel, denk ik…

Sylvie

Mama-avond

Een gewone ochtend tijdens de week. We zitten samen aan het ontbijt.

„Mama, heb je vanavond weer een late vergadering?”, vraagt onze zoon van vijf. Ja, helaas wel. Het mag dan wel een ochtend zijn als alle andere, deze week ben ik vier avonden na elkaar van huis weg. Dat is eigenlijk een beetje te veel van het goede en bij de vraag bekruipt me eerlijk gezegd een beetje een schuldgevoel, want die avond ben ik niet weg voor het werk, maar naar de yoga, maar dat zeg ik er op dat moment niet bij.

‘Late vergadering’ is in ons gezin inmiddels een ingeburgerd begrip. Het betekent dat mama of papa laat thuis zullen zijn en de kinderen ons niet meer zullen zien vóór bedtijd. Op zich geen probleem, als ze maar een stevige knuffel en zoen krijgen bij vertrek en ervan uit kunnen gaan dat ik ook bij thuiskomst nog eens bij hen langsga, al merken ze daar meestal niet veel van.

Net op het moment dat ik begin te twijfelen of ik de yoga dit keer niet afzeg, merkt zoonlief op: „Maar mama, ik weet waar jij vanavond naar toe moet. Het is mama-avond. Want vandaag is het ‘de blauwe dag’.” Ik sta versteld. Op school heeft elke dag een kleur. Thuis hangt er een zelfgemaakte weekkalender en elke ochtend verplaatst hij nauwkeurig de bijhorende wasknijper.

Inderdaad, de eerste keer dat ik naar de yoga ging, was het donderdag, ‘de blauwe dag’. Wat een geheugen! Ik voel me een beetje betrapt, maar dat hoeft helemaal niet, want het avondje voor mezelf wordt me echt wel gegund. „Mama,” zegt hij „Jij moet dat goed doen hé op de mama-avond. Krijg ik dan nog een zoen?”

Die avond geniet ik des te meer van ‘het avondje voor mezelf’ en dat laat zich ook in het weekend voelen. Als mama zich goed voelt, genieten de kinderen mee. Al waak ik erover dat ik de daaropvolgende week meer thuis ben, met uitzondering van de donderdag…

Liselotte

Papa

In heel mijn doen en laten merk ik de laatste maanden dat ik hoe langer hoe meer op mijn papa begin te lijken. We leken al op elkaar, maar de gelijkenissen worden in mijn ogen steeds frappanter.  Toen ik eergisteren na een familiefeest nog tot in het holst van de nacht stond af te wassen, besefte ik dat mijn papa exact hetzelfde zou doen. Als wij aan een klusje beginnen, dan maken we het af. Het is aangenamer om om 3 uur ’s nachts – mét een propere keuken –  in bed te liggen dan ’s ochtends tegen een berg borden en bestek aan te lopen. Er zijn nog gelijkenissen. Zo kan ik net zo goed vloeken als mijn vader (én als mijn grootvader, naar het schijnt). We lachen ons een breuk met dezelfde dingen – die mijn mama meestal niet begrijpt – en we houden van Lucky Luke. Als papa spreekt, weet ik soms woordelijk welke zin er zal volgen. En sinds we verhuisd zijn, vind ik het bovendien heerlijk om samen met hem in huis te klussen. We verven, schroeven, boren, hangen lampen op,… We zijn het perfecte team. Een aannemersbedrijf met de naam “Roger en dochter” zou ons vast en zeker niet misstaan hebben.

“Papa, ik lijk steeds meer op jou”, zingt Stef Bos.

Ik begrijp wat hij bedoelt!

Dagmar

 

Mijn dochter is een sticker

Taferelen die rituelen zijn geworden. Veel herhaalt zich ongedwongen, soms in alle speelsheid. De voorbije week heeft wat van de ochtendlijke speelsheid in het naar school brengen van mijn dochter zich omgezet in zo’n ritueel.

Eens in school, de schooltas van de rug, de helm af en nog een laatste keer de neus snuiten, laat mijn dochter zich graag nog eens oppakken. Nog heel even samen enkele stapjes naar buiten zetten en dan van wat grotere hoogte de speelplaats overschouwen.

Daarna krijg ik een kusje (de kus vertelt iets over de stemming van de dag) en gaat ze aan mijn nek hangen. Klemvast. Vervolgens zwier ik haar zachtjes heen en weer en roep: ‘Oh nee, een sticker, en die wil er maar niet af.’ Je kan een vader-dochter verhouding moeilijk nog mooier verbeelden.

Heel lang houdt ze het niet vol, meestal moet ze er gewoon te hard om lachen en dan verdwijnt de kracht uit de armen en glibbert ze de grond op. Het echte afscheid wordt ingezet met een beenknuffel, soms nog een extra kusje. En nog eentje.

Daarna loopt ze, zonder om te kijken, naar juf Ilse of meester Wim, want thuiskomen kan je op vele manieren, verschillende keren per dag.

Wim

Veertig jaar

De tijd staat niet stil in een mensenleven. Deze week zijn wij veertig jaar getrouwd. Ik herinner mij nog dat de voorbereiding toen maanden in beslag nam: tantes en nonkels bezoeken en persoonlijk uitnodigen, de viering voorbereiden met de priester, met onze ouders en de kokkin overleggen omtrent het feest, een fotograaf inhuren, enzovoort. We moesten er zelfs even voor knokken om onze zaal vast te krijgen, want met het kermisweekend in het dorp was dat niet zo evident.

In de viering zelf vroegen Ria en ik de steun van de plaatselijke gemeenschap om er samen iets van te maken. En toch blijft zo een belangrijk moment een sprong in het onbekende. Als wij dan na veertig jaar even mogen terugkijken, is er een grote dankbaarheid om alles wat ons in die tijd zomaar gratis gegeven is. Wij bouwden een huis met veel kamers, waar onze vijf kinderen ieder hun nestje konden maken. Het is een grote gok, want stel dat je kinderloos blijft. Ik had mij al voorgenomen om te voet naar Scherpenheuvel op bedevaart te gaan, indien het nodig zou zijn. Maar onze oudste kondigde zich al aan voor de maand mei.

Hoe gaan wij die veertigste verjaardag nu vieren? Een verrassingsreisje naar Luxemburg, waar wij toen op huwelijksreis gingen, zit er zeker in. En met de kinderen en de acht kleinkinderen maken wij een zonnige fietstocht naar het kasteel van Hingene voor een reuze picknick. Het zal een kleurrijk gezicht zijn, een pelotonnetje met vijftien fietsen, groot en klein. Met onze grote kinderen is een etentje in een plaatselijk restaurant gepland, zodat ze nu eens niet zelf voor alles moeten opdraaien.

En dan willen we eerder vooruitkijken. Liefde is … samen in dezelfde richting kijken, is een hoopvol gezegde. Hopen dat we gezond blijven en nog lang voor de kinderen en de bredere gemeenschap kunnen zorgen. Het leven na de actieve arbeid heeft nog heel wat te bieden, omdat de druk dan wat van de ketel is. Min of meer je eigen ritme bepalen en dingen doen die je vooral graag doet … zalig!

Jos