De kerstboom in november

‘Mama? Wanneer gaan wij eigenlijk onze kerstboom zetten?’ We zijn net de brandende lichtjes van kerstboom nummer 3 tegengekomen op onze wandelroute en de blauwe ogen van mijn eerstgeborene kijken me verwachtingsvol aan. Terwijl we over de donkere straat sjokken met onze kleine teckel, schiet ik in de lach bij het horen van deze vraag. ‘Het is half november, we gaan nu toch nog geen kerstboom zetten?’ roep ik uit.

De blauwe ogen kijken me niet overtuigd en zelfs licht verwijtend aan. ‘En waarom niet?’ Ik sloof me in mijn antwoord uit met alle goede redenen die ik kan bedenken:

– het is nog maar november,
– Sinterklaas is nog niet geweest,
– de advent is zelfs nog niet begonnen,
– het is 15 graden buiten,
– de pompoenen liggen nog als versiering bij de voordeur,
– …

‘Tja, dat is bij die andere mensen die hun boom wel al hebben staan toch ook zo?’ riposteert mijn kleine wijsneus. Daar heb ik niet meteen van terug… Maar ik houd voet bij stuk: die kerstboom komt er nog niet. Punt. Aan. De. Lijn.

Na een week ostentatief kerstbomen tellen op de achterbank van de auto is mijn standvastigheid serieus op de proef gesteld. De volgende zinsnede doet me finaal zwichten: ‘Ja maar mama, je moet dat ook niet voor ons doen, maar voor de andere mensen hé! Wij worden toch ook blij van al die lichtjes die we zien!’ Potverdikke. Ze weten mijn zwakke plekken toch te vinden.

En zo komt het dat ik op een zonovergoten zaterdagochtend in november de kerstboom van de zolder haal. Wanneer ik ’s avonds mijn jongste dochter opgekruld naast de versierde boom betrap met het kerstverhaal in haar handen, moet ik toch even glimlachen.

Het is waar. Die kerstboom in november? Ik word er zowaar gelukkig van.

Liesbeth

Worden zoals kinderen

Worden zoals kinderen is voor christenen een permanente opdracht. Ik heb in de loop van mijn leven al veel ingewikkelde teksten gelezen die proberen te achterhalen wat dat dan precies betekent. Welke eigenschappen van kinderen moeten we overnemen? Welke houding van kinderen zou ons als volwassenen ten goede komen, in de ogen van God? Want kinderen zijn natuurlijk ook niet (altijd) heilig.

Maar met mijn kleinzoon op bezoek wordt het soms heel concreet. Gisteren gebruikte ik onze elektrische aansteker om een kaarsje aan te steken. Een kamer verder begint kleinzoon te roepen. ‘Oma, dat ding piept in mijn oren!’ Hij houdt zijn handen voor zijn oren tot ik ermee klaar ben.

Ik hoor dat geluid niet. Ook niet een beetje. Het is blijkbaar een van die zeer hoge geluiden die alleen door jonge oren kunnen worden opgevangen. Eenmaal voorbij de 25 hoor je ze gewoonweg niet meer. Een teken van normale slijtage, waar je normaal zelden last van hebt.

Maar natuurlijk speelt dat verschijnsel overal een rol. Het zijn niet alleen de ultrahoge tonen die we niet meer horen. Wellicht zijn er ook heel andere signalen waarvoor we afgestompt geraken in de loop van ons leven.

Een kleurige bes op de grond in het park. De zon die precies op een autospiegel weerkaatst. Een baby die lacht naar een jongen die voorbijkomt. De zacht wuivende haren van een oude meneer. De staart van de kat die de maat slaat. Er is zoveel dat we (bijna) verleren te zien en te horen.

Gelukkig krijg ik hulp van mijn kleinzoon om me dat soms te laten beseffen.

Kolet

Volhouden

Voor de 2de maal werk ik heel gedreven op 1 van de 4 covid eenheden van ons ziekenhuis. Daarnaast zijn er nog eens 5 intensieve diensten, enkel met covid patiënten.
We maken heel wat mee, nu er te weinig handen zijn om aan elk bed de zorg te kunnen geven zoals we dat gewend waren.
Veel collega’s zijn mentaal en lichamelijk op, anderen zijn uitgevallen door covid.

Al dalen de cijfers, vele mensen worden hard getroffen door dit virus. Zo komen er nu ook patiënten terug van de intensieve eenheid die nog een lange weg te gaan hebben en blijvende letsels overhouden aan hun ziekte. Dit vraagt zeer gespecialiseerde zorg, en dan zwijgen we nog over de psychologische en spirituele noden. 

De verhalen neem je als verpleegkundige mee naar huis. Zoals dat van zomaar een gezin, dat voltallig beademd moest worden. De dochter heeft het niet gehaald. De andere leden van het gezin hebben niet eens afscheid van haar kunnen nemen, ze vernamen het nieuws toen ze wakker werden. Hen wacht nu een lange, zware revalidatie, terwijl ze rouwen om hun kind en zus.
Er zijn geen woorden voor dit verdriet.
Maar ik voel me niet alleen.
Ik weet dat de Heer hier naast mij loopt en me oproept om vol te houden en telkens weer het beste van mezelf te geven.
Ik weet dat ik mag thuiskomen bij mijn gezin, en gesteund word – al is het vanop afstand – door velen die de zorgverleners een warm hart toedragen.

Hou asjeblieft vol. Het wrede spel dat Corona ons oplegt, is dat we pas echt samen kunnen zijn door afstand te houden. Laten we dat spel dan maar spelen, met liefde en creativiteit.
Laten we allemaal kerst en nieuwjaar in heel kleine kringen vieren, en de feestjes uitstellen tot volgend jaar. Laten we àndere, veilige manieren zoeken om dicht bij elkaar te zijn.
Zo kan het kerstekind ook dit jaar geboren worden: in overvolle ziekenhuizen, bij gezinnen die getroffen zijn door covid, bij uitgeputte zorgverleners, bij ons allemaal samen.
Dus haal die kerstversiering maar boven, laat dat licht maar schijnen in de donkerste dagen van het jaar.
Ik wens je al het warme licht toe.
Neem me mee in jullie gebed.

Stephanie

Vakantie op de valreep

Wij hadden er met ons hele gezin al maanden naar uitgekeken. Alles was geregeld voor een groot huis in Ambly, Nassogne in de provincie Luxemburg. Met onze kinderen en kleinkinderen zouden wij met 16 een weekje recupereren van heel wat corona- en andere perikelen.

Tot de nieuwe regering er anders over besliste. Zelfs de familiebubbels mochten geen bezoekers meer ontvangen. Voor onszelf hadden wij al een veilige B&B gevonden in het mooie dorpje Grune. Wij sliepen in de schaduw van het kerkje Saint-Pierre dat elke morgen om 8 uur precies aan de zonnige dagen begon.

Het was wel wat reizen in kampstijl. Onze belangrijkste uitstappen waren bedoeld om eten (of een toilet) te zoeken in grote warenhuizen of bij een take-away restaurant. Maar een rustige tocht in een groot bos gaf ons ook de nodige ontspanning.

Of een veilige wandeling in de zo typische Ardense stadjes Rochefort, Marche en Saint-Hubert was de moeite waard. Ons eerste bezoek aan het Mariaoord in Beauraing was indrukwekkend. Wij passeerden nog plaatsjes waar wij in onze jeugd op kamp geweest waren.

Wij hadden nu ook ruim de tijd om onze nieuwe en modernere gsm uit te proberen. Maar daar liep het bijna mis. Toch konden wij de boodschap van Naud, die net 13 geworden is, duidelijk verstaan.

‘Ik leef de regels goed na, omdat ik graag mijn grootvader nog eens wil vastpakken, zonder dat hij ziek gaat worden. En ook omdat ik graag naar de jeugdbeweging ga en mijn favoriete sport zou kunnen uitoefenen.’ Het doet je wel wat dat ook de kleinkinderen zo intens meeleven in deze moeilijke tijden.

Als overmaat van ramp blokkeerde mijn toestel op een avond. Wij konden nog bellen naar de klantendienst van Telenet. Niet zo eenvoudig op te lossen blijkbaar. Dus zouden wij op de terugweg maar langs de winkel moeten passeren.

De voorlaatste dag kwam onze Koen even op bezoek. En voor onze kleinzoon Bran was het euvel aan mijn gsm op minder dan 2 minuten verholpen. Wij prijzen ons gelukkig om onze kleinkinderen.

Jos

Chrysanten voor het kerkhof

Geel? Bordeaux? Of zo een mix met verschillende kleuren? En zou het verstandig zijn om een pot te kiezen met veel knopjes die nog moeten openkomen, of moeten er nu al veel bloemen op staan…? Een grote pot of eerder een kleine? ‘Hmm… misschien toch maar een kleine’ denk ik, ‘papa en zus willen zelf vast ook nog iets op het graf zetten.’

Besluiteloos tuur ik tussen de potten chrysanten.  Het spreekwoordelijke ‘het bos door de bomen niet meer zien’ is nu eerder ‘de juiste pot in de bloemenzee’ niet vinden.

Ik zucht. Naast mij duikt een lotgenoot op. De dame in kwestie keurt de potten met kritische blik. ‘Niet gemakkelijk kiezen hé,’ zeg ik. De ogen boven haar mondmasker verraden een welwillende glimlach. ‘Nee, hoe meer keuze hoe moeilijker hé’, antwoordt ze me. ‘Mijn man hield van felle kleuren, ik denk dat ik zo een grote gele pot ga nemen.’ Ze stapt behoedzaam in de bloemenzee en neemt de uitverkoren pot vast. ‘Succes nog met kiezen’, knipoogt ze en haar gezicht is nog amper zichtbaar als ze met de gele bloemenbos richting de kassa verdwijnt.

Op zich een goede tip, denk ik bij mezelf. Wat zou mama zelf mooi gevonden hebben? Ik grinnik in mezelf. De potten voor Allerheiligen kopen, dat was vroeger een taakje dat zij voor de hele familie ter harte nam. Ieder jaar verliep volgens hetzelfde tafereel: mama belde de schoonzussen op om af te spreken (haar broers vertrouwde ze het hele zaakje niet toe): budget, kleur,… Vooral dat laatste was belangrijk. Een kakafonie van kleuren die niet bij elkaar pasten op het graf, dat kon toch niet. Even zorgvuldig en kieskeurig als ik hier nu stond, ging ze dan naar de bloemenwinkel om de mooiste potten uit te kiezen en die naar het kerkhof te brengen. Vervolgens werden de schoonzussen opnieuw opgebeld: ‘ze staan er, ga eens kijken of het goed is.’ Unanieme goedkeuring volgde steeds in de uren en dagen daarop. Mijn mama kon immers als geen ander bloempotten kiezen…

Ik heb er eigenlijk nooit het belang van ingezien, de telefoontjes en het hele gedoe met die potten chrysanten voor op het kerkhof. Maar nu ik hier zelf sta te kiezen voor mijn eigen mama, komt het besef van het belang ervan ineens keihard binnen.

Die chrysanten zijn niet gewoon ordinaire bloempotten. Ze staan symbool voor zoveel meer. Het zijn uitingen van de liefde die mensen nog voelen voor hun overledene. Elke pot chrysanten op het kerkhof, is een fleurig en liefdevol denken aan wie was, maar nu niet meer is. En elke pot die naar het kerkhof gedragen wordt, toont hoeveel sterker liefde is dan de dood. Terwijl ik hier sta te kiezen, voel ik me immers enorm verbonden met mama. Herinneringen aan haar dwarrelen rond in mijn hoofd. Ik voel gemis, maar ook een dankbare warmte diep vanbinnen. Het mooiste, alleen het mooiste is goed genoeg voor haar.

Wat zou mama zelf mooi gevonden hebben? Mijn oog valt op een platte schaal met weelderige zachtroze grote chrysanten. ‘Hebbes!’ denk ik. Deze wordt het. Ik begeef me naar de kassa en neem me voor om zodadelijk even naar mijn papa en zus te bellen. De kleuren een beetje afstemmen, weet je wel, het mag tenslotte geen kakafonie worden op haar graf.

Liesbeth