Valentijn: over lampen en bekers

Het getuigt van ongelooflijke overmoed dat zoveel mensen beginnen aan een relatie met iemand, met wie ze van plan zijn de rest van hun levensdagen door te brengen. Als je bedenkt hoeveel kleine en grote verschillen er tussen mensen zijn, hoeveel mogelijke bronnen van ergernis en teleurstelling, is het niet minder dan een wonder.

We lopen er met zijn allen voortdurend tegenaan, tegen al die kleine kantjes van elkaar en van onszelf. Hoe we anders omgaan met rommel en opruimen, hoe we last hebben van een partner die te zorgeloos is of zich juist te veel zorgen maakt. We zien hoe hij of zij zich uitslooft voor iemand anders en we weten dat we dat zelf ook wel eens doen. We zijn het soms beu om altijd met iemand rekening te moeten houden.

Wat is het precies waarom een relatie tussen twee mensen toch zo’n succesverhaal is, dat bijna iedereen ervan droomt? Daarop krijg je uiteenlopende antwoorden. Omdat het zo fijn is om samen wakker te worden. Omdat er iemand is die je gedachtenkringetjes kan doorbreken met zijn eigen ideeën en inzichten. Omdat er iemand is om je verhaal aan te vertellen als je thuiskomt. Omdat koken en eten in je eentje vaak een beetje zielig is.

Dat kan ik allemaal beamen. Mijn persoonlijke favoriet is: omdat je altijd iemand hebt aan wie je de schuld kunt geven van je eigen stommiteiten. Ik weet zeker dat ik dat heel hard zou missen als ik ooit alleen zou komen te staan. Het klinkt wellicht niet vriendelijk, maar wie zegt dat je in een relatie altijd vriendelijk moet zijn? Zolang het wederkerig is, kom je met veel weg.

Afgelopen weekend probeerden mijn man en ik samen een lamp te vervangen in de luster boven onze eettafel. Dat is altijd een heel maneuver, met het uitdraaien van piepkleine schroefjes en het verwijderen van grote glasplaten. Ditmaal zat er eentje muurvast en bij het wrikken knapte de hele glasplaat en stonden we samen in een glasregen van wel duizend scherven. Wij hielden vooral elkaar vast en waren blij dat we niet gewond raakten.

Misschien is dat wel de kern van een relatie: samen in de glasregen van het leven staan en elkaar stevig vasthouden. Blij zijn als je niet gewond raakt en opkomen voor elkaar als je toch schrammen of builen oploopt. Voor elkaar de warmte van God heel concreet maken, zoals in dat gedicht van Gabriel Smit:

Je bent mij zo nodig. Ik weet wel dat
de Heer mijn herder is en dat Hij mij
niets laat ontbreken, maar wanneer jij
mij dat niet bent, weet ik niet wat
mijn leven nog kan zijn. Wanneer Hij jou
niet geeft, geeft Hij mij niets, want
wat mij niet gereikt wordt door jouw hand
is dood voordat ik het ooit krijgen zou.
Dat kan niet, zeg je, want dan stel je mij
voor Hem, een verantwoordelijkheid die
ik niet dragen kan. Weet je dat zeker?
Lees de psalm. Wie dorst schenkt Hij
in overvloed zijn wijn. Maar, liefste, wie
anders dan jij is mij zijn beker?

Kolet

Advertenties

Word stil

Sjema Israël

Hoor Israël

Word stil

Wees aandachtig

Luister

Luister

Een collega vindt rust door elke dag twintig minuten persoonlijke tijd te maken voor God in haar leven. Als ze op een dag de tijd niet vindt, bidt ze in de auto of op de trein. Bidden is stil worden, is luisteren. De trouw waarmee zij daar aandacht aan geeft, is ontroerend en mooi.

Mij lukte het tot nu toe nooit om zo trouw en regelmatig tijd te maken voor God. Ik heb het misschien veel te hard geprobeerd. Wanhopig ben ik niet meer. Wandelen in de natuur brengt me tot rust en doet me bewonderen en danken. Groenten snijden en eten maken voor mijn gezin is ontspannend. Dubbele pret is het als ze het allemaal lekker vinden. Samen puzzelen met mijn liefste brengt ons dichter bij elkaar en helpt vergeven. Ik ken zoveel Taizé- en kerkliederen, Bijbelverhalen en poëzie vanbinnen (by heart). Ik ben daar blij om. Mijn vertrouwen groeit stapsgewijs. Ik ga mee met de pelgrims van deze tijd zoals destijds het joodse volk door de woestijn op weg naar het Beloofde Land. Daar klinkt weer de Stem:

Sjema Israël

Hoor Israël

Word stil

Ruth

 

Voltijds

Niemand is onvervangbaar op zijn werk. Dat merk je direct als je in ziekenverlof moet. “Je gezin, dat is wat telt,” zegt een collega troostend en een beetje sturend. Dat zei ik ook altijd. Ze zal wel gelijk hebben. Wat is er met me aan de hand?

Als ik niet werk, mis ik de voldoening die het volbrengen van een taak biedt. Ik mis op den duur de saaie routine en structuur. Je hoort ergens bij als je werkt. Je draait net als de anderen mee in de molen van opstaan, werken, huishouden, kinderen en slapengaan. Wat een geluk heb je dan. Op mijn vorig werk was er maar één iemand die me daarop attent maakte en die was langdurig ziek geweest. En ja, werk geeft je een zekere status. Ongevoelig ben ik daar niet voor, al zou ik dat wel graag zijn. Tenslotte mis ik de sociale contacten met collega’s , klanten enz. Zelfs de meest oppervlakkige gesprekken ga je missen als je langdurig thuis bent …

Hoe kan voltijds thuis blijven ooit opwegen tegen werken, zelfs al heb ik twee schatten van kinderen? Voltijds thuis blijven is te bewonderen. Het is tegen de stroom in varen. Om dat te kunnen, moet je stevige armspieren hebben, veel geld of een grote boot vol sterke vrienden.

Ruth

Een lichtje dat ons leidt

Mijn kleinzoon vindt het gezellig als ik een kaarsje aansteek bij het eten. Onze woensdagse pannenkoeken worden er op slag feestelijker door.

Een lichtje leidt je blik. Dat is zo voor het godslampje in de kerk, maar ook voor neonreclames aan de gevels van winkelpanden. Wij mensen worden als vanzelf aangetrokken door het licht.

Is het dan niet zalig dat precies Lichtmis het grote kinderfeest is in onze kerk?

Want ook kinderen leiden je blik naar wat er echt toe doet.

Ze zijn kleine lichtjes van God: vol verwondering, vol oprecht medeleven, vol enthousiasme. Door wat ze doen en zeggen, door wie ze zijn, helpen ze ons om zelf ook kinderen van God te worden en te blijven.

Daar kunnen we alleen maar dankbaar om zijn.

Kolet

Kerken

Wij gaan graag op reis, zolang de gezondheid dit ons nog toelaat. Dat is toch wat heel wat mensen ons duidelijk maken. Niet te lang, maar een weekje eens andere lucht inademen, om dan weer met veel genoegen thuis te komen. Want kinderen en kleinkinderen mag je ook niet te lang in de steek laten.

We brengen gewoonlijk een kleine attentie mee en dat verwachten onze jongste pappenheimers wel. Een zelfklevend souvenirtje met de naam van het land of een bekende stad, waar wij naartoe gingen. En uit Senegal kon ik zowaar enkele wilde diertjes in hout meenemen. Gewoonlijk passen wij die hebbedingetjes aan het karakter van de kinderen aan.

In ons reisschema proberen wij toch altijd een kerkbezoek en een eucharistie in te plannen. Soms vraagt dat wel wat zoeken. Vorig jaar waren wij in Griekenland net op het einde van de zondagsviering die eigenlijk een hele voormiddag duurt. Gelukkig was er in de namiddag nog een doopsel voorzien.

Dit werd een heel aparte belevenis. Ook als vreemden werden wij hartelijk uitgenodigd op de ceremonie met veel gezang en rituelen. Het kindje werd volledig uitgekleed en drie keer in de doopvont ondergedompeld. Daarna sneed de pope wat haren af en dan werd het in het doopkleed van de familie gewikkeld.

De receptie gebeurde buiten met suikerbonen en zoetigheden allerhande. De dag voordien waren wij in een klein kloostertje in de heuvels, waar wij ons eerst zedig moesten omhullen met doeken die de armen en benen volledig bedekten. Een jonge monnik kon ons in het Engels de geschiedenis van het klooster vertellen. Er waren nog banden met de Athosberg.

In Senegal waren ook enkele katholieke kerkjes te vinden. Op 8 december was er een priesterwijding in het Mariaheiligdom, de basiliek van Popenguine. Je kunt dat het beste met Scherpenheuvel vergelijken. En enkele dagen later in de kathedraal van Dakar waren we getuige van een heel sfeervolle en muzikale uitvaart.

Kerken zijn overal te vinden. Alleen moet je even de huidige bestemming achterhalen.

Jos

Slaap zacht

Ons slaapritueel is niet consequent. Pedagogisch gezien mag dat natuurlijk helemaal niet, maar onze kinderen zijn flexibel geworden. Zo vertel ik graag een half verzonnen verhaaltje over mijn kindertijd of lees ik voor uit een boekje. Daarna gaan ze hun bed in met hun knuffeldier en krijgen ze een kusje en een kruisje. Papa doet naar mijn gevoel lang over het naar bed brengen van de kinderen. Soms spelen ze volgens mij spelletjes tijdens het tandenpoetsen. Wat papa ook doet, is samen zingen. Ester van drie jaar en papa zitten dan samen op de vensterbank met zicht op het grote kruisbeeld dat we van een vriend kregen. Ze zingen het Onzevader dat Ester kent van in de kerk. Op een dag hoor ik Ester zeggen na het lied: “Jezus is lief hè papa.”

Ik voel me blij en fier. Ze verwoordt in kindertaal de kern van de blijde boodschap. Op vlak van geloofsopvoeding slaap ik vanaf nu op mijn beide oren.

Ruth

U zegt het maar

Stilte is niet alleen moeilijk voor kinderen. Het is ook niet zomaar gegeven aan iedere volwassene. In onze familie lijkt het soms de omgekeerde wereld. De ouders zijn luidruchtiger dan de kinderen en de opa’s en oma’s zijn luider dan de mama’s en papa’s. Tijdens de feesten gaat dat zo. Een oma loopt enthousiast op haar hurken achter een waggelende peuter aan. Een opa neemt zijn achternichtje in de maling. Weer een andere oma probeert drie kleinkinderen te vangen. Als er kadootjes zijn, is het de bende grootouders die uitbundig “opendoen, opendoen!” roept alsof hun leven ervan afhangt. En drie anderen roepen “dichtlaten, dichtlaten!”

Ook tijdens de liturgie kunnen ze intensief meedenken en soms laten ze het niet na om hun bedenkingen bijna luidop te uiten. Ze hebben mijn sympathie: de babyboomers die zich vragen blijven stellen. Ze zitten tenminste niet zomaar een beetje weg te dromen in de kerk. Ze gaan nog niet zover dat ze hun vinger opsteken tijdens een homilie om een interessante bedenking te maken. Hoe zou het zijn als de voorganger bij het begin van de homilie zou zeggen dat gelovigen hem gerust mogen bevragen? Opa en oma zouden wel antwoorden!

Voor mij is stilte niet altijd beter dan woorden. Onze God is een sprekende God. Sprekend alleen zullen we op Hem lijken…

Ruth