Spelen

Ik speel een gezelschapsspel met onze jongste van zeven jaar. Ondertussen gaan mijn gedachten naar alles wat ik nog moet doen. Onze dochter merkt dit op en is verontwaardigd: ‘mama, jij vindt het spelletje niet leuk, je hebt een triestig gezicht.’ Ik voel me betrapt maar ook dankbaar omdat zij me recht naar het hier en nu trekt. We beginnen opnieuw aan het spel en gaan luidop lachen. Voor mij is dit eerst een beetje geforceerd maar daarna gebeurt het van ganser harte. De avond met slaapritueel daarna is precies nog nooit zo vlot verlopen. Kinderen zijn mijn beste leraars. Wat een levenskunst.

Ruth

Afwezig maar ongelooflijk dichtbij

‘Gelukkig nieuwjaar Mammie!’ roept mijn oudste terwijl onze auto het kerkhof passeert. Mijn blik wordt onmiddellijk getrokken naar het ondertussen pikdonkere kerkhof waar mijn mama al twee jaar haar laatste rustplaats heeft gevonden. ‘Gelukkig Nieuwjaar mama’, mompel ik voorzichtig en ook de rest van het gezin valt in met een heel scala aan beste wensen.

‘Misschien heeft mammie ook wel bubbeltjes gedronken in de hemel?’ klinkt het enthousiast op de achterbank. ‘Of misschien is er een vuurwerkpijl op een meter langs haar hoofd ontploft! BOEM!’

Ik grinnik bij de gedachte. Mammie zou met dat laatste ab-so-luut niet kunnen lachen. De vrolijke noot in mijn hoofd wordt in mijn hoofd al snel overstemd door een sombere gedachte en zelfs wat schuldgevoel. We waren vanmiddag veel te laat vertrokken waardoor we niet eens zijn kunnen stoppen bij het kerkhof om even bij haar langs te gaan.

Wanneer we ’s avonds in de zetel zitten, komt mijn jongste dochter ineens hard huilend met de foto van haar lieve Mammie stevig tegen haar tengere lichaam geklemd de living binnen gelopen. ‘Ik mis Mammie!’, jammert ze. De golven verdriet komen in luide uithalen en met veel oogvocht en snot naar buiten. Het tafereel van mijn ontredderde dochter ontroert me diep en in haar verdriet zie ik mijn eigen zielenroerselen weerspiegeld.

‘Ik begrijp het’, fluister ik terwijl ik haar schokkende lijfje dicht tegen me aantrek, ‘ik begrijp het helemaal.’

Het gemis sluimerde namelijk de hele dag al doorheen elke kier van ons ouderlijk huis waar we nieuwjaar vierden met onze familie. Mijn mama was echt een kei in het organiseren van gezellige feesten. En hoezeer we allemaal ook ons best doen om de taken in te vullen en over te nemen van wat Mammie vroeger altijd deed, het is niet hetzelfde. Mijn kaassaus is lekker en volgens mama’s recept, maar toch slaag ik er niet in om haar smaak te evenaren. En mijn papa deed echt zijn best om de tafel feestelijk te dekken, maar mijn eerste gedachte toen ik de servetten met zomers motief en tuinkabouters zag in putje winter, is dat ons mama zich zou omdraaien in haar graf.

We klungelen maar wat aan sinds we haar moeten missen. Op dagen als vandaag is ze in haar afwezigheid meer aanwezig dan ooit. ‘En ook dat is ok’, bedenk ik met enige weemoed. In al dat gemis, voelen we haar namelijk ongelooflijk dichtbij.

Liesbeth

India

‘Jullie hebben wel veel spullen uit India’, merkt kleinzoon op.
Hij heeft gelijk. Er ligt een loper op tafel, er staat een doosje op de kast en nog een beeldje op de vensterbank.
‘Wij zijn een paar keer in India geweest’, leg ik uit. ‘Het is een heel mooi land. Jouw papa en mama zijn er trouwens ook geweest, nog voordat jij er was.’
Hij knikt. Ook hij heeft al vaak de verhalen gehoord en de foto’s gezien.
‘Ik weet nog hoe fijn het daar was. Zelfs toen ik in de buik zat, heb ik dat al gevoeld’, vertelt hij.
Ik schiet in de lach. Zijn ouders waren in India al jaren voordat er van hem sprake was.
‘Je bent niet langer dan negen maanden in de buik, hoor’, zeg ik.
Maar hij weigert toe te geven. En wie ben ik om hem tegen te spreken?
Als je iets maar vaak genoeg hoort vertellen, is het op de duur toch net alsof je er zelf bij bent geweest?
En wie kan zich echt voorstellen dat er een tijd was toen je er helemaal nog niet was? Waarom zou je dan niet als een piepkleine kiem alvast in de buik van je mama wonen?
In het verlangen van zijn ouders en in onze hoop op kleinkinderen ooit, was hij er hoe dan ook toen ook al bij.
Kleinzoon heeft gelijk, zoals bijna altijd.

Kolet

Johan en Leonie

Zij zijn binnenkort zesenvijftig jaar getrouwd. Johan kan niet meer. Hij ligt de hele dag en nacht in bed. Hij eet en drinkt een beetje en zegt niet meer veel.

Leonie is vertwijfeld. Ze zit de hele dag naast hem op een stoel. ‘Wat zit ik hier eigenlijk te doen?’ vraagt ze zich af. Uit de grond van mijn hart zeg ik haar dat wat zij doet heel belangrijk is. Ze doet niet zoveel maar ze IS er voor Johan. Ze blijft de hele dag bij hem.
Er zijn voor iemand is het mooiste geschenk dat je aan iemand kan geven. Het zijn de kleine dingen die echt belangrijk zijn. Ik vraag het aan Johan en hij bevestigt het. Daarna zegt hij hoeveel geluk hij heel zijn leven gehad heeft met Leonie. Zij straalt. Zij vertelt over hun huwelijksverjaardag binnenkort, over hun leven en alle oud zeer dat nooit overgaat.

Het is een kostbaar moment.
Die gezegende kleine dingen toch.

Ruth

Hemelvaart

Als kind dacht ik jarenlang dat Jezus met Hemelvaart met een stoomboot de lucht in was gegaan. Hoewel je in het dialect van mijn grootouders ook met de fiets kon ‘varen’, bleef dat werkwoord verder toch voorbehouden voor boten. En stoomboten vervoerden wel meer heilige mannen. Ik was dan ook geschokt door de Hemelvaartafbeelding op school: de apostelen die machteloos naar boven staarden, waar nog net de blote voeten van Jezus onder de rand van de prent uitstaken. Jezus was onherroepelijk weg.

Ik ergerde me ook behoorlijk aan die apostelen. Die stonden daar werkeloos en met open mond naar de hemel te staren. Als ze iets bijdehanter waren geweest, hadden ze Jezus vast nog wel kunnen tegenhouden. Als je met zijn twaalven iemand beet pakte, aan armen en nek en benen, hield je hem wel met zijn voeten op de grond. Je beste vriend laat je toch niet zomaar de lucht in gaan?

En ik begreep al helemaal niet dat Hemelvaart een feestdag was geworden. De dag waarop Jezus verdween kon toch moeilijk een vrolijke dag zijn. Die duif met Pinksteren was in mijn ogen niet meer dan een schrale troost.

Een mens leert veel bij met ouder worden. Dat je het allemaal niet zo letterlijk mag nemen. Dat je ook in de lucht kunt varen. Dat vrienden soms inderdaad verdwijnen. Dat dode vrienden nooit helemaal weg zijn. Dat niemand de dood echt begrijpt. Dat het leven vóór de dood heel veel verschil kan maken.

Ik leerde vooral dat Hemelvaart een onmisbaar staartje van het Paasverhaal is. Wat Jezus deed en zei, was echt leven, wilden zijn vrienden zeggen. Dat stond voor hen als een paal boven water. De dood kon daar niet tegenop. En dus vertelden ze dat Jezus leefde. Ook al wist iedereen dat hij morsdood van het kruis was gehaald. Hoe pak je zoiets aan? Daar moet je alles voor uit de kast halen: een weggerolde steen, een leeg graf, een schim van een tuinman, een wandeling naar Emmaüs… en een paar blote voeten in de lucht. Want Jezus hoort bij God, hij leefde naar het hart van God en daarom leeft hij nog altijd, vonden ze. Daarom lieten ze hem door de lucht varen.

Zo werd Hemelvaart dus toch nog een feest. Het feest van de sterke band die er kan zijn tussen God en mensen. Als het goed is, komt daar echt leven van. Dan krijg je mensen die leven met open hart en handen. Wie weet waar we dan allemaal heen kunnen varen.

Kolet

Kampvuur in coronatijden

‘Het meest kostbare geschenk
dat we iemand kunnen geven
is onze aanwezigheid.”
(Thich Nhat Hanh)

Met ons gezin staan we uren rond het kampvuur, te gast bij een vriend. Het regent nu en dan. De kinderen lijken de kou niet te voelen. Ze zijn in de ban van het vuur en van het bos rondom ons. Ik besef hoe het vuur me troost, hoewel ik zelfs mijn verdriet vergeten was. Onze gesprekken gaan naar de kern. Het vuur inspireert me om opnieuw aan te sluiten bij goede gewoontes die ik heb laten verkommeren. Dat laatste is niet erg. Ik kan altijd opnieuw beginnen. Ik voel de drive om er te zijn voor de mensen rondom mij. Daarom ga ik eerst en vooral goed voor mezelf proberen te zorgen.
Bemin je naaste als jezelf!   

Ruth

Vakantie op de valreep

Wij hadden er met ons hele gezin al maanden naar uitgekeken. Alles was geregeld voor een groot huis in Ambly, Nassogne in de provincie Luxemburg. Met onze kinderen en kleinkinderen zouden wij met 16 een weekje recupereren van heel wat corona- en andere perikelen.

Tot de nieuwe regering er anders over besliste. Zelfs de familiebubbels mochten geen bezoekers meer ontvangen. Voor onszelf hadden wij al een veilige B&B gevonden in het mooie dorpje Grune. Wij sliepen in de schaduw van het kerkje Saint-Pierre dat elke morgen om 8 uur precies aan de zonnige dagen begon.

Het was wel wat reizen in kampstijl. Onze belangrijkste uitstappen waren bedoeld om eten (of een toilet) te zoeken in grote warenhuizen of bij een take-away restaurant. Maar een rustige tocht in een groot bos gaf ons ook de nodige ontspanning.

Of een veilige wandeling in de zo typische Ardense stadjes Rochefort, Marche en Saint-Hubert was de moeite waard. Ons eerste bezoek aan het Mariaoord in Beauraing was indrukwekkend. Wij passeerden nog plaatsjes waar wij in onze jeugd op kamp geweest waren.

Wij hadden nu ook ruim de tijd om onze nieuwe en modernere gsm uit te proberen. Maar daar liep het bijna mis. Toch konden wij de boodschap van Naud, die net 13 geworden is, duidelijk verstaan.

‘Ik leef de regels goed na, omdat ik graag mijn grootvader nog eens wil vastpakken, zonder dat hij ziek gaat worden. En ook omdat ik graag naar de jeugdbeweging ga en mijn favoriete sport zou kunnen uitoefenen.’ Het doet je wel wat dat ook de kleinkinderen zo intens meeleven in deze moeilijke tijden.

Als overmaat van ramp blokkeerde mijn toestel op een avond. Wij konden nog bellen naar de klantendienst van Telenet. Niet zo eenvoudig op te lossen blijkbaar. Dus zouden wij op de terugweg maar langs de winkel moeten passeren.

De voorlaatste dag kwam onze Koen even op bezoek. En voor onze kleinzoon Bran was het euvel aan mijn gsm op minder dan 2 minuten verholpen. Wij prijzen ons gelukkig om onze kleinkinderen.

Jos

Feest

‘Ik ben er al,’ roept Naud van op zijn fiets, ‘want ik verveelde me thuis een beetje.’ Het schooljaar is voorbij en de bubbels mogen weer wat groter worden. Een uitstekende gelegenheid om kinderen en kleinkinderen uit te nodigen voor een barbecue in onze tuin.

Het duurt niet lang of hij verdwijnt stiekem naar de living, waar hij via YouTube zijn favoriete spel ‘Fortnite’ al snel te pakken krijgt. De kleinkinderen hebben allemaal een goed rapport en mogen zonder problemen overgaan naar het volgende leerjaar.
Vroeger kregen wij van ons moeder een expo 58-ijsje in drie kleuren: vanille, chocolade en aardbeien. Tegenwoordig mag het iets meer zijn. De anderen vallen binnen. Bran met zijn papa Koen en nonkel Filip komen met de fiets van Leuven: een laatste training, want hij vertrekt overmorgen op kamp naar Gemmenich tegen de Duitse grens, ruim 150 km in één dag.

Marie heeft zelf een barbecue met de KSA-meisjes. Kleine Nelle is er ook bij, maar Janne en Lut zitten wellicht al aan zee. De verschillende bubbeltjes vinden wel een plaatsje aan de ruime tuintafel. En onze kinderen zijn extra bezorgd om ons toch op een veilige afstand te houden. Zij hebben veel meer schoolse en andere contacten dan wijzelf. Vandaar.

Mijn enige kookkunst is barbecueën in de tuin. Dat hebben we al vaak gedaan met ons tweetjes. Maar nu hebben alle kinderen ernaar uitgekeken. De eerste live ontmoeting met iedereen, in plaats van de wekelijkse zoomsessies. Het doet deugd.
Mieke heeft haar gitaar meegebracht. Er worden heel wat meezingertjes tentoongespreid voor onszelf. De buren kunnen er ook mee van genieten. Als verrassing had ik een wijnproefactiviteit georganiseerd. Zodat er ook heel wat stof is om over te praten.

De tongen worden gauw wat losser en zelfs een malse avondregen kan ons niet deren. Alsof we allemaal onder moeders grote paraplu zitten, met kaarsjes om deze heuglijke avond niet licht te vergeten. Zullen we dan toch maar het vakantiehuis in de Ardennen boeken voor de maand november?

Jos

De verloren zoon

Soms komt een bekende parabel heel dichtbij. Corona sloot ons af van direct contact met onze familie. Mensen met kleine kinderen hebben het niet makkelijk, maar zij zitten wel in dezelfde ‘bubbel’ als hun kinderen. Wie volwassen kinderen heeft die al lang en breed zelfstandig wonen, mag plots zijn kinderen (en kleinkinderen) niet meer aanraken. En dat niet voor eventjes, maar vele weken lang.
We prezen onszelf gelukkig dat vier van onze zes kinderen op fietsafstand woonden, zodat wij of zij af en toe eens konden komen zwaaien. Toch altijd ‘echter’ dan op een scherm. Met onze pleegzoon in Australië waren we dat al jaren gewoon, daar veranderde niet veel. Maar onze jongste zoon in Antwerpen zagen we enkel nog op schermpjes, meestal luidkeels lachend met onze onhandigheid om de juiste knopjes te vinden.
Tot hij vorige zondag opeens op fietstocht ging richting ouderlijk huis. Na meer dan twee uur fietsen dook hij op aan de deur, moe en helemaal echt. Het voelde als de parabel van de verloren zoon, al ontbraken er enkele vaste elementen: geen gespreide armen, geen maaltijd met het geslachte kalf. Maar de muziek in ons hart overstemde alles.
Onze ‘verloren zoon’ ging ook weer naar huis. Maar hij had zijn ouders wel even heel gelukkig gemaakt. Zodat we er weer een poosje tegen kunnen.

Kolet

Dilemma in bevreemdende tijden

“Heb je een momentje?”, sms’te ze. “Ik wil iets overleggen”. Het is het tweede – gelijkaardige – verhaal dat ik vandaag beluister. Ze werkt in de zorg. Als werknemer in de zorg is het in deze coronatijden alle hens aan dek. Voor gezonde werknemers wordt het een uitputtingsslag, maar wat doe je als je als zorgkundige zelf tot een risicogroep behoort? De overheid is formeel: thuisblijven. Maar zo werkt het niet in haar hoofd. Is het wel zo zwart-wit? Kan je je collega’s op dit moment in de steek laten? Kan je je cliënten achter laten? Hoe neem je als christen in deze situatie ten volle je verantwoordelijkheid? Wat is de plaats van zelfzorg in dit verhaal? Hoe ga je op een milde manier om met je eigen fysieke kwetsbaarheid terwijl je de noodroep hoort van de organisatie waarvoor je werkt?
Ook al vraagt men haar om er voor de volle 100% te zijn, ‘alles of niets’ is voor haar geen optie. ‘Alles’ kan ze niet, ‘niets’ wil ze niet. En wat is ‘alles of niets’ op dit moment van haar levensweg?

Ieder heeft in dit verhaal zijn eigen belangrijke rol. De invulling ervan is zoeken, afdalen in de stilte van je hart om te beluisteren wat jouw antwoord kan en mag zijn.
We overleggen over hulp vanop afstand, mensen die je kan inschakelen om je fysieke plaats in te nemen, manieren van solidariteit in alle mogelijke vormen en soorten. We moeten creatief zijn, want we kunnen niet terugvallen op eerdere, gelijkaardige ervaringen. We moeten snel beslissen, terwijl een doordacht en doorvoeld antwoord tijd vraagt. Ik hoop op wat momenten van rust, bij elk van ons, om sereen te blijven. Bergen toiletpapier zijn niet nodig, maar wel veel bergen gezond verstand en bergen vertrouwen in onze innerlijke weg.

Sylvie