Op de adem van de Geest

“Op de adem van de Geest, zoeken wij het diepe spoor, lala lala lalalaaa, ook vandaag… we gaan ervoor”. De vijfjarige zit achteraan op mijn fiets. En ze zingt dit refreintje opnieuw en opnieuw en opnieuw. Inclusief de lalalala in het midden van het refrein, want het lukt haar maar niet om de ganse tekst te onthouden.

Ze leerde het op een gezinsvakantie een paar maanden geleden. En sindsdien komt het keer op keer voorbij tussen de K3 liedjes door.

De Geest zit in haar hoofd zegt ze. En ze heeft het vanmorgen ook in het hoofd van haar broer gestoken zegt ze. Ook hij loopt thuis dus al zingend “op de adem van de Geest” te zingen.

Straks probeer ik tijd te maken om de pianobegeleiding in te oefenen, zodat we het binnen een paar dagen op de doopviering van haar baby-broer kunnen zingen. Zo komt de Geest misschien ook in zijn hoofd, of nog wel liever in zijn hart.

Lies

Doopviering

Meestal gaan de doopvieringen in onze parochie door op zondagmiddag, met alleen de doopkindjes en hun families bij elkaar. De andere parochianen merken er dan niet veel van. Maar af en toe wordt er een kindje gedoopt in de wekelijkse zondagsmis. Dat is altijd heel bijzonder.

Op een stoel naast de eerste rij staat een kinderwagen. Daarnaast zitten de jonge ouders. Voor wat er op het altaar gebeurt, hebben ze niet zoveel oog. Voor hen centreert het leven zich rond dit kleine wezentje. De mama trekt een mutsje recht, de papa haalt een fopspeentje uit de zak van zijn nette kostuum. Ook voor de rest van de familie ligt de focus in en om de kinderwagen. De oma’s kijken angstvallig en/of vertederd toe, de opa’s worden ingepalmd door broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes. De meter aait de baby nog even over zijn bolletje, de peter knipoogt naar de papa.

Toch zijn ze er klaar voor om met de baby naar buiten te komen. De jonge ouders vertellen aan de hele kerk waarom ze deze naam voor hun kindje hebben gekozen. Ze bidden een voorbede waarin ze aandacht vragen voor alle kinderen van de wereld. Het kindje mag het podium op en krijgt water over zijn hoofdje gegoten. De hele kerk houdt de adem in. De baby zal toch niet gaan huilen? De koster heeft het water toch verwarmd tot het lauw is? Alles gaat goed. Alle zintuigen van de baby worden gezegend, zodat wij ervaren dat de Geest van God erin gaat werken: zijn oogjes en oortjes, zijn mondje en neusje, zijn handjes en voetjes. Dan wordt de baby uit handen gegeven aan peter en meter, met achter hen onze hele kerk, die belooft voor dit kind open te staan en op te komen als het nodig is. Onlangs was er een papa die op het einde van het doopritueel stralend van trots zijn baby aan de hele kerk liet zien, waarop een warm applaus volgde.

Een doopviering is een hartverwarmend gebeuren voor onze hele parochiegemeenschap. Want op een doopviering is God weer even heel zichtbaar dichtbij: in de levenskracht van het kindje, in de zorg van de ouders en hun omgeving, en in de onverwoestbare hoop die ons samen draagt. Na een doopviering voelen wij ons allemaal opnieuw gezegend.

Kolet