Fietsen

‘Ik denk wel dat je er nu klaar voor bent,’ vertel ik aan Bran van bijna 15, die straks met de fiets op KSA-kamp vertrekt. Na de laatste proefwerken had ik hem beloofd om eens te gaan trainen. Want ruim 100 km naar Bocholt in de zomerzon is geen sinecure.

Op een warme lenteavond vertrokken we dus rond 7 uur naar Mechelen, vooral langs fietspaden op de dijken, die ik al dikwijls verkend had. Voor hem was alles nog nieuw en op een goed uurtje hadden we die 20 km overbrugd.

Op een jaar tijd is hij groter, taaier en peziger geworden. Vorig jaar had hij de afstand naar het kamp met moeite overleefd, maar dit jaar was er geen enkel probleem. Na een verfrissing op een terrasje konden we met nieuwe moed de terugtocht aanvatten, zodat we nog voor het donker weer thuis zouden zijn. Hij kon al aardig wat sprintjes trekken.

Onderweg kwamen we heel wat dieren en fietsers tegen. Altijd leuk als je je niet alleen voelt in de wereld. Met Bran heb ik alvast afgesproken om na het kamp eens een dagtocht naar Lier te maken, ook haast helemaal in het groen op de dijken. Hij zal die 60 km nu wel aankunnen.

Zijn drie jaar jongere broer Naud is nog maar één keer op kamp geweest. Hij zou wel willen, maar het is allemaal nog te ver en te lang. Daarom wilden wij zijn nieuwe fiets eens uitproberen in de buurt. ‘Dit is het huis waar ik 72 jaar geleden geboren ben,’ vertel ik hem bij de Mariakapel van Overheide.

En we gaan even binnen om een kaarsje te branden, voor zijn vrienden, die hij nu deze tien dagen wel mist en ook voor Leon, het kindje van een tweeling, dat nog voor zijn verjaardag aan wiegendood overleed. Dat was zijn speelkameraadje toen zij mochten babysitten.

In Opdorp raken we bijna in een wielerwedstrijd verzeild, maar we kunnen langs een veldweg ontkomen. We bezoeken even de speeltuin van mijn eigen jeugd, die nog altijd aantrekkelijk is voor kinderen. Ook Naud is wellicht al klaar nu voor de grote vakantierit naar Neerpelt.

Leuk is het om al fietsend door de zomer te zweven.

Jos

Advertenties

Amelie

Toen ik Amelie voor het eerst ontmoette, was ze al ver in de tachtig jaar en dementerend. Ik had de tijd om vol aandacht naar haar te luisteren. Ze vertelde dat ze haar man jong verloren had. Ze ging alleen voort en moest haar vier kinderen in relatieve armoede grootbrengen. De mensen in het dorp zeiden altijd: ’Ameliekes kinderen zien er altijd uit om door een ringetje te halen.’ Je kon horen hoe fier ze hierop was. Mijn naam was ze snel vergeten. Waar ze was, wist ze niet en ook niet wat ze ’s middags gegeten had. Maar dat gevoel van terechte fierheid omwille van de zorg voor haar kinderen kwam in ons gesprek helemaal naar boven.

We hebben er samen van genoten. Wat is Amelieke een sterke moeder!

Ruth

Bij een glas rode wijn

Trouwuitnodigingen rondbrengen zorgt dat je op heel wat plaatsen blijft hangen om een praatje te doen. Zo ging ik langs bij de buren die samen met hun drie kinderen pannenkoeken aan het bakken waren. We spraken af om een burenborrel te doen en legden meteen al een datum vast.

Bij buurvrouw van twee huizen verder, een weduwe van 80+ die nog heel gezwind op en neer fietst, was om 20u de deur al goed gesloten. Toen ik liet horen dat ik het was, ging de deur open. ‘Kom toch binnen, wat fijn dat je langs komt’. Ik volg haar door de lange gang en zet me neer in de zetel. ‘Iets drinken? Misschien een glaasje wijn?’ Ik maak de bedenking bij mezelf: ik heb nog heel wat adressen te schrijven, maar… Dan antwoord ik: ‘Heel graag!’ ‘Wit of rood?’ ‘Dan graag rood als het kan.’

De fles en twee glazen komen op tafel, samen met een doos pralines. En voor ik het weet zijn we twee uur en een heel fijn gesprek verder. Ik wandel met een warm gevoel terug naar huis.

Luisteren is helemaal niet moeilijk.

Els

Kostbaar is gratis

Al fietsend met de kinderen naar school passeren we een huis met een oranje bank ervoor. “Maak bank-contact,” staat er, “en eet een appeltje”. Een rijk gevulde mand met pas geplukte appelen staat naast de bank. Kijk, daar word ik nu eens blij van!

Enkele dagen later staan er een straat verderop papieren zakjes gevuld met noten op de stoep. Een kaartje met “gratis, laat het je smaken!” maakt het geheel compleet.
Zelf zetten we de voorbije maanden geregeld overschotten uit onze moestuin bij onze brievenbus voor de passanten. Mensen belden bij ons aan om te vertellen wat ze zouden meenemen, maakten een praatje of zwaaiden van op hun fiets naar ons. Iemand bracht druiven uit eigen wijngaard mee als ‘ruil’. Het bracht zonder veel moeite een gemoedelijkheid en gezelligheid met zich mee.

Het verhaal van de koopman en de kostbare parel hoef je soms niet ver te zoeken. In onze buurt schitteren er kleine pareltjes langs gevels en stoepen. Het brengt warmte nu de dagen korter en kouder worden. Kostbaar hoeft niet duur te zijn. Meestal is het gewoon…gratis.

Sylvie

Opvoeden op vakantie

Een toevallige ontmoeting in een tussenstophotel op weg naar onze vakantiebestemming. Bij het ontbijtbuffet zitten er Belgen aan het tafeltje naast ons: papa, mama, een schattig kleuterdochtertje en een zoon die volop in de melktandenwisselfase zit. Ze vertellen hoe ver ze nog moeten en dat ze hopen op een reis zonder files. Met de kinderen achterin… Mijn man en ik knikken begripvol.

Jullie doen het lekker rustig met zijn tweetjes, dat is genieten! zegt de mama een beetje jaloers.

Met de kinderen is het ook genieten, zeg ik. Ik denk wel eens met weemoed terug aan onze volle achterbank.

De mama knikt. Natuurlijk, zegt ze. Maar toch… Er is altijd iets. Ze wijst naar haar zoon. Hij wilde per se twee chocoladekoeken, en natuurlijk heeft hij na één koek geen honger meer… Ik vind dat zoiets niet kan en dus zeg ik er wat van.

Opvoeden stopt nooit, ook niet op vakantie, lach ik.

Ach, op vakantie mag het toch wat minder, probeert mijn man. Hij knipoogt naar de jongen.

Die lacht zijn ontbrekende melktanden bloot.

Ach ja, schokschoudert de mama, het is tenslotte vakantie!

We lachen erom als we verder reizen.

Zal het ons ook lukken om ons wat minder te ergeren of te stressen, omdat het vakantie is?

In de kathedraal zien we een kapiteel met een beeld van Abraham, die met uitgestrekte armen een doek openhoudt, zodat alle dode mensen van goede wil in zijn schoot kunnen rusten. Ik krijg er meteen een heel ontspannen gevoel van.

Waarom zou je eerst moeten sterven om te mogen rusten in de schoot van Abraham? Deze vakantie neem ik alvast een piepklein voorschotje. Dat vindt Abraham vast wel goed.

Kolet

Het paradijs

‘Mag Pauline even bij jullie zitten, anders zit ze daar zo alleen’, vraagt de verzorgster van het rusthuis vriendelijk als ik bij mijn moeder op bezoek ben. We zitten prinsheerlijk in de warme schaduw op het terras van de leefruimte, met zicht op al wie naar binnen en naar buiten gaat. Ideaal voor mijn moeder die graag commentaar levert.

Pauline is een van de mensen die mijn moeder samenvat onder de noemer ‘die weet het allemaal niet meer’. Zelf drijft ze ook steeds verder op die rivier, sinds ze onlangs haar gebit spoorloos maakte. Maar Pauline is al wat verder gevaren. ‘Weet gij wat ik hier moet doen?’ vraagt ze vriendelijk maar bezorgd. ‘Gewoon genieten van de buitenlucht en het mooie weer’, antwoord ik. ‘Maar dat is fijn’, zegt ze onmiddellijk, met een stralende glimlach.

Pauline kijkt genietend rond. ‘Kijk toch eens hoe schoon die bomen in blad staan’, zegt ze. Ze vertelt waar ze gewoond heeft, als kind en als volwassene. ‘Ik doe nog alles zelf’, meent ze. ‘De was, eten koken… Ik heb alleen een poetsvrouw voor een halve dag in de week.’ Mijn moeder slaat haar ogen ten hemel. ‘Die denkt dat ze nog thuis woont’, zegt ze, te luid.

Even later worden binnen de tafels gedekt en schuiven de eerste bewoners aan voor het eten. ‘Bijna etenstijd’, zeg ik. ‘Echt?’ zegt Pauline vol oprechte verbazing. ‘Gaat gij hier eten?’ ‘Gij ook’, leg ik uit. ‘Dat hoeft ge allemaal niet meer zelf klaar te maken. Ge moogt gewoon aanschuiven.’

‘Maar dat is niet te geloven, dat is het paradijs!’ roept Pauline uit. Mijn moeder verzamelt haar bezittingen in haar rollatormandje en rolt naar binnen. Een verzorgster komt Pauline halen.

Verwardheid heb je in soorten. Als ik mag kiezen, ga ik voor de gulle vorm van Pauline. Want ik wil graag altijd en overal het paradijs kunnen zien.

Kolet

Iedereen mag het horen

Sinds een half jaar ongeveer is er een nieuwe misdienaar bij ons in de kerk. Een kleine jongen met een mentale beperking heeft de groep vervoegd. Er kwamen wat aanpassingen. Zo komt zijn misdienaarskleed een beetje hoger van de grond om valpartijen te vermijden. Bij de intredestoet loopt er altijd een ervaren misdienaar naast hem. De grote kaars is een kleiner exemplaar dat gemakkelijker in de hand ligt. Water en wijn worden apart aangebracht, zodat hij het kannetje met twee handen kan vasthouden.

Hoogtepunt van de zondagsviering zijn de twee slagen op de gong. Ruim op tijd staat hij klaar met de hamer in aanslag. Een van de oudere misdienaars staat naast hem zodat de slagen op het juiste moment gebeuren. De gong wordt netjes voorbereid. De eerste slag is er altijd ‘boenk’ op: de gong slaat net niet tegen de muur. De aanwezige kerkgangers hebben het geweten. En gelijk heeft hij: Iedereen mag het horen!

Els