Kleuter af

‘Mama, de Sint, de paasklokken en de tandenfee, zijn dat eigenlijk allemaal papa en mama?’ vraagt kleinzoon op een onbewaakt moment.

Hij wordt van de zomer negen, en heeft die verklaring al vaak van vriendjes gehoord. Maar tot nu toe vonden zijn onwankelbaar geloof en zijn levendige fantasie altijd weer een oplossing voor de opduikende problemen en ongerijmdheden.

‘Wat denk je zelf?’ antwoordt mijn dochter voor de zoveelste keer.

‘Dat het papa en mama zijn’, geeft kleinzoon ditmaal toe.

Maar als zijn mama het uiteindelijk bevestigt, stuikt opeens zijn wereld toch in elkaar. Hoe kan dat toch? Hij heeft er zolang in geloofd! Hij zag toch zelf dat de Sint zijn wortels en tekeningen meenam! De Sint was zelfs op bezoek geweest in de buurt. En er lagen toch echt eitjes in de tuin van oma! Beetje bij beetje dringt het besef tot hem door. Het voelt als een groot verlies. Met dikke tranen.

‘Ik wou dat ik weer kleuter was’, huilt hij. Een stuk betovering is voorgoed verdwenen en dat beseft hij haarscherp. Dat kan zelfs de troost van zijn mama niet helemaal goedmaken.

Een week later kan hij er rustig over praten. ‘Jullie legden die eitjes in de tuin, hè oma’, zegt hij.

Ik knik. ‘Weet je nog dat je het zo raar vond dat er dezelfde plakband op dat fluitje zat als die ik in mijn la heb liggen?’

Hij lacht samenzweerderig.

‘We doen gewoon verder, hè’, zeg ik. ‘We spelen samen het spel van Sinterklaas en Pasen. Dat is ook leuk. Ik leg nog elk jaar snoepjes in opa’s schoen en dat vindt hij nog altijd lief.’

Kleinzoon lacht. De verandering van rol opent nieuwe perspectieven. En cadeautjes krijgt hij net zo goed.

‘En niks verklappen aan je nichtje binnenkort!’ vraag ik hem.

‘Natuurlijk niet!’ belooft hij stellig.

Groot worden is een beetje verliezen en een beetje winnen. Er is geen weg terug.

Kolet

De derde generatie

Leuven is ‘the place to be!’ Dat zal Naud van bijna 14 jaar volop beamen, toen ik hem in dat zonnige septemberweekend naar zijn peter in Kessel-Lo voerde. Met de fiets en te voet konden zij in levenden lijve gaan supporteren bij het wereldkampioenschap van de vrouwen en de mannen. Een gebeurtenis die je wellicht maar een keer in je leven kunt meemaken.

In mijn studententijd vond ik Leuven toch zoiets als een ‘unreal city’. Maar die idee is wel wat bijgesteld, omdat al onze kinderen daar als tweede generatie ook gestudeerd hebben. En nu begint mijn petekind Marie als eerste van de derde generatie aan haar studententijd.

Het is alsof de wereld ook voor ons weer een stukje opengaat. Zij zal het evenwicht moeten vinden tussen haar kot in de stad en de jeugdbeweging van het thuisfront. Want ondertussen is zij leidster geworden van de KSA-meisjes. En al na één week kwam het vijfjaarlijkse tentenkamp eraan.

Meer dan 300 kinderen en jongeren die het kletsnatte weekend moesten trotseren. Maar daar kunnen die wel tegen. En daar groeien zij van. Ook Bran van 17 vervult zijn prille leiderstaak met veel overtuiging. En ook onze andere kleinkinderen waren er bij.

Een echt kampvuur kon wel niet, vanwege de regen. Maar een van de hoogtepunten was de party op zaterdagavond, waar sommigen voor de eerste keer een dansje mochten wagen met het andere geslacht. Of de groteren konden zich verliezen in een spannende film.

Op zondagmorgen was er een gebedsviering in de kerk van Kalfort. Zingend trok de lange sliert van jongeren door de straten. De viering was voorbereid door Jolien, de vrouwelijke proost van KSA en er werd met veel enthousiasme gezongen: ‘Droom jij ook van een vredesfeest?’

Zo gaat het leven altijd maar door en mogen wij de fakkel doorgeven aan de volgende generatie. Het doet deugd om te merken dat die in goede handen terechtkomt. Want met haar studie van politieke wetenschappen zal Marie haar frêle schouders er wel onder zetten. Wij weten dat het goed komt.

Jos

Op kamp

Kleinzoon is op kamp geweest met de Chiro. Zeven nachten elders slapen, dat is niet niks als je nog geen acht bent. Hij heeft er erg naar uitgekeken. Er is een doodeng nachtspel, dat vooral achteraf leuk is 😉 Er zijn ‘vuile spelletjes’ en alles is een avontuur. Het weer is niet onverdeeld goed, maar dat is het laatste van zijn zorgen.

De hele familie stuurt al voor hij weg is kaartjes, om zeker te zijn dat ze op tijd aankomen. Zelf heeft hij ook kaartjes bij, in enveloppen waarop zijn mama alvast de adressen heeft geschreven. Op dode momenten, als de heimwee een beetje de kop opsteekt, schrijft hij ze vol. Hij vertelt dat de spullen van de leiding nat zijn geworden. En dat ze ‘gewone brood’ hebben gegeten. Dat lijkt mij op het eerste gezicht niet iets om over naar huis te schrijven. Maar als ik even nadenk, besef ik dat hij ‘gewonnen brood’ bedoelt, dus toch wel een lekkernij. Hij tekent nog een paar mannetjes op het kaartje en sluit af met ‘dag oma en opa, groetjes van X’. Zijn meter bedankt hij voor het ‘hartelijk onvangen’ briefje en hij antwoordt achter elkaar op al haar vragen.

Als hij thuiskomt, met een tas vol vuile was die ook na een wasbeurt nog niet fris ruikt, lijkt hij gegroeid. Zijn armen zijn langer en gespierder dan ik me herinner. En zijn lach is zelfverzekerder. Met plezier naai ik de ‘kampbadge’ op zijn Chirohemd.

Dat Chirokamp zal een vaste waarde van elke volgende zomervakantie worden. Zijn hemd, dat nu nog ruim zit, zal te klein worden en vervangen worden door een groter exemplaar. Met plezier zal ik de oude badges eraf halen en op het nieuwe hemd naaien. Elk hemd zal voller staan dan het vorige. Zoals zijn leven alsmaar voller wordt. Dat is groeien.

Kolet

Toekomst

‘Het leven is zo voorbij’, zegt iemand van 93 jaar, ‘hoe ouder je bent, hoe rapper het gaat.’ Dat is waar. Maar ik ben niet akkoord. Ik wil op pauze kunnen drukken. Stoppen. Vertragen. Focussen. Mediteren. Ademen. Luisteren. Stil zijn.
Als ik denk aan mijn woelige gedachten en bijbehorende chaotische gevoelens, weet ik dat ik nog heel veel moet leren. En er is haast bij. Het paradoxale is dat ik een professionalin-stilte wil zijn voordat ik oud ben. Ik wil graag dat iedereen later over mij zegt: ‘zij straalt zo’n vrede uit en ze klaagt nooit’.
Terwijl ik het schrijf, vind ik het zelf een goede grap. Ik heb geen vat op mijn verleden of op mijn toekomst. Laat ik me nu maar eerst focussen op de afwas.

Ruth     

Volwassen

Mijn nichtje van twaalf heeft eindelijk haar plechtige communie gedaan. Het was uitgesteld van het voorjaar, toen de kerken dicht waren, tot vorig weekend. Nu was er een viering met heel weinig interactie. En het eigenlijke vormsel volgde pas enkele dagen later. Elke bubbel kreeg welgeteld drie minuten bij de vormheer. Bij dat relaas moest ik onwillekeurig aan de carwash denken.

Een feest was er ook ditmaal niet bij. Familie samenbrengen, zelfs in een grote woonkamer, is geen goed idee in deze tijden. Ze kreeg wel geld en cadeautjes, maar het was allemaal toch een beetje sip. Haar ouders beloofden haar een feest als alles voorbij zou zijn, voor haar plechtige communie en tegen die tijd twee verjaardagen samen.
Op de dag van het vormsel ging ze op restaurant, met haar ouders, haar peter en haar meter. Ze keek niet blij toen ze erover vertelde.
‘Dat is toch leuk’, probeerde ik.
‘Ja, sorry hoor, ik vind die mensen wel lief. Maar ze zijn wel volwassen, hè!’ riep ze uit.
Ik lachte, omdat ze de term ‘volwassen’ duidelijk liet klinken als een lelijk woord. Hoe lang zal het nog duren voordat ze ook zichzelf tot de volwassenen gaat rekenen?

Twaalf is er net tussenin. Nog even mee op de glijbaan met kleinzoon van zeven in de speeltuin, maar daarna samen met mij een boekje lezen op de bank. Met één oog meekijken naar een tekenfilm voor kleintjes, nog even met het Playmobilhuis spelen, maar echt lang lukt dat niet meer.

Nog niet helemaal kunnen kiezen voor wat komt, en niet meer echt thuis zijn in wat was. Mijn nichtje weet dat feilloos te combineren. En zo wordt ze beetje bij beetje volwassen. Over dat vormsel denkt ze later nog wel eens na.

Kolet

Trouwen

‘Ik hoop dat jullie die avond zeker thuis zijn, ‘ had onze dochter Lieve gezegd. Zij komt ons af en toe interviewen over opvoeding van kinderen en zo. Zij is net de 40 voorbij en geeft Nederlands aan volwassenen in Brussel. Heel wat migranten zitten bij haar in de klas.

Zij heeft al een bijzonder parcours doorlopen in haar boeiende leven met veel zorg en variatie. Haar studiekeuze op 18 was niet zo gemakkelijk. Kiezen is soms moeilijk voor haar. Ik herinner me nog dat wij toen gewerkt hebben met eliminatie.

En wat bleef er uiteindelijk over? Kunstwetenschappen. Misschien een vak dat niet zo meteen in de markt ligt, maar de basis is belangrijk. En met al die knowhow van schoonheid en zorg voor de schepping heeft zij na haar tijd in Leuven een wereldreis ondernomen met haar vriendin.

Voor ons was dit ook een bijzondere aangelegenheid, want wij zijn haar tussen Kerstmis 2001 en Nieuwjaar gaan bezoeken in Nepal. Kathmandu en Bhaktapur gaven ons toch wel een echte cultuurschok.

Misschien kreeg zij de weerbots van die avontuurlijke reis, want een tijdje later ging het niet zo goed met haar. Voor een burn-out was zij wellicht nog wat jong, maar een depressie kondigde zich aan. Wij hebben haar dan zo goed mogelijk opgevangen, haar werk stopgezet en haar enkele maanden rust gegund.

Het waren moeilijke tijden, maar stilaan ging het weer beter. Zij beseft zelf maar al te goed dat zij moet leren luisteren naar de signalen van haar lichaam en haar geest. Onlangs ging zij zelfs in Drongen een weekje op ‘retraite’ om haar leven wat in ogenschouw te nemen.

En dan die avond kwam het eruit: ‘Zij kende haar vriend Sam nu al enkele jaren.’ En inderdaad, binnenkort gaan zij trouwen. De datum is vastgelegd voor de zomer. Zij zijn al op bezoek geweest bij een wijze pater om zich wat voor te bereiden. Voor ons en onze andere kinderen was het een verrassing, maar de vormen van vandaag zijn niet meer wat zij in onze jeugd waren.

Ze zien er allebei gelukkig uit en dat is toch wat telt.

Jos

Dinosaurussen

Net zoals peuterkoppigheid of puberpukkels is de dino-obsessie een fase waar heel wat kinderen (vooral jongens?) doorheen moeten. Ze memoriseren hun ingewikkelde Latijnse namen en kunnen tot in de details vertellen over hun gevaarlijke krachten, hun voedsel en hun afmetingen. Dino’s zijn fascinerend, maar hun jonge fans die er helemaal in opgaan, zijn dat in mijn ogen nog veel meer.

Ik wist al dat de trend de generaties overstijgt. Mijn jongste zoon, die stilaan naar de dertig gaat, maakte het stadium door en kwam er goed doorheen. Nog steeds kent hij een aantal namen en kenmerken, al moet hij er wat langer naar zoeken.

Mijn kleinzoon van zes zit er middenin. Hij heeft een verzameling plastic dino’s met opengesperde bekken. Daar speelt hij meestal niet echt mee, maar hij zet ze in paren bij elkaar en legt dan uit wie van beide in een gevecht gegarandeerd het onderspit zal delven. Daarvoor haalt hij alle bloederige details die hij kent uit de kast. Ik kan meestal alleen maar knikken en hopen dat hij snel een ander gespreksonderwerp aansnijdt.

Maar de dino-gekte is niet enkel iets voor het westen. In India was ik op bezoek in een Engelstalige lagere school. De kinderen en ik wisselden weetjes uit over het weer, de vervoersmiddelen en de wilde dieren in ons beider landen. Over dat laatste was ik heel wat sneller uitgepraat dan zij, die hele verhalen hadden over hoe aapjes het lekkers soms uit hun handen pikten terwijl ze in de tuin zaten te snoepen. En hoe ze onderweg met de auto weleens moesten stoppen omdat er olifanten overstaken.

Toen stak een jongen van een jaar of negen zijn hand op. Of ik iets wilde vertellen over de dinosaurussen in mijn land. Ik dacht eerst dat ik hem niet goed had begrepen. Maar hij drong aan: die dino’s, hoe groot waren die en waar leefden ze precies?
De angst sloeg me om het hart. Ik voelde dat ik onvermijdelijk op een ontgoocheling afstevende. Hij zou iets verliezen wat hem met plezier en opwinding vervulde: het geloof dat er nog levende dino’s waren, weliswaar ver weg, maar toch bereikbaar, ooit misschien. Voorzichtig begon ik te vertellen over het museum in Brussel, waar je tussen de skeletten van de dino’s kunt wandelen en zelfs hun vermoedelijke stem kunt horen. Dat het dan net leek alsof ze echt waren, troostte ik hem. Maar ik kon niet anders dan uitleggen dat dino’s al heel lang niet meer op aarde leefden.

Hij knikte zonder te glimlachen. Hij verbeet manmoedig zijn verdriet, de pijn die je voelt als je iets verliest waarin je sterk hebt geloofd. Zijn juf glimlachte wel, een beetje verontschuldigend.

Later hoorde ik de Indische kinderen spelen op de speelplaats. Het klonk precies zoals hier, ook al spraken ze een heel andere taal. Ik weet dat de jongen er wel overheen komt. Zijn fascinatie voor dino’s zal sowieso verdwijnen. Hij zal in andere dingen geloven, hopelijk net zo sterk. Hij was een heerlijke mens om te ontmoeten.

Kolet

Openbaring

Ik speel met mijn kleinzoon een spelletje ‘boter, kaas en eieren’. Het dateert nog van de vorige generatie kinderen in huis en zit in een oude doos. Op het deksel staan in close up de gezichten van een jongen en een meisje die dolle pret hebben met het spel. Het gezicht van het meisje is echter met blauwe balpen ‘bijgewerkt’. Een voorhoofd vol pukkels, sproeten op haar neus, een snor en een heftig gestreept sikbaardje. Boven het mishandelde meisje staan letters. ‘BEKKA’, spelt kleinzoon. Er staat inderdaad ‘DIT IS BEKKA’.
‘Dat is mijn mama!’ zegt kleinzoon verrast.
Ik knik. ‘Jouw mama heeft hier vroeger ook mee gespeeld. Misschien heeft meter Sara dat gedaan’, leg ik uit.
‘Meter Sara?’ zegt hij ongelovig. Hij kent haar als een grappige, maar altijd lieve tante. ‘Waarom doet die zoiets?’
‘Zusjes maken weleens ruzie, hè?’ zeg ik.
Hij kijkt me met grote ogen aan en ik zie zijn hersens knarsen. Hij weet best dat grote mensen vroeger kinderen waren, maar nu wordt het opeens toch wel heel concreet.
Het moet het gevoel zijn dat archeologen ervaren als ze een heel nieuwe laag van een oude stad blootleggen: een ongelooflijk gedetailleerde inkijk in de geschiedenis.
Hij bestudeert de bijgewerkte afbeelding minutenlang heel zorgvuldig. Dan lacht hij. De openbaring is verwerkt. Hij zal zijn mama en zijn tante ongetwijfeld voortaan met andere ogen bekijken. Ze kunnen hem vertellen wat ze willen, hij heeft de bewijzen gezien dat zij ook wel eens stout waren. Altijd een opluchting, en een onmisbare stap in het groot worden.

Zo schuiven we allemaal op, beetje bij beetje. Mijn kinderen zijn ruimschoots volwassen en ik word oud. Er zijn veel slechtere manieren dan deze om dat te mogen ervaren. Daarvoor laat ik me met plezier verslaan bij het spel. Kleinzoon zit al klaar.

Kolet

Groot genoeg

‘Iedereen denkt dat ik vier ben’, zegt mijn kleinzoon met een neutrale stem. Hij wordt over een paar maanden zes en gaat na de zomer naar het eerste leerjaar. Hij is de kleinste van de klas, meisjes inbegrepen, en ik voel een trauma in de maak.
‘Dan zullen ze nogal verschieten als jij zegt dat je bijna zes bent’, zeg ik monter. ‘Want jij kunt en weet veel meer dan een kind van vier, hè.’
Kleinzoon knikt nadenkend.
‘Het maakt niet uit hoe groot ik ben’, zegt hij dan vol overtuiging. ‘Want later worden alle mensen toch even groot.’
Ik sta even met mijn mond vol tanden. Voor iemand die niet veel groter dan een meter is, lijken alle grote mensen blijkbaar reuzen. Allemaal ver buiten zijn bereik en dus op het eerste zicht even lang. Een woud vol grote bomen, waartussen hij een dapper groeiend struikje is.
Voorzichtig zeg ik iets over verschillen tussen mensen, ook als het over lengte gaat. Ik haal een paar voorbeelden uit de familie van stal, waarvan de ene duidelijk twintig centimeter korter is dan de andere. Maar dat interesseert hem niet.
‘Grote mensen zijn altijd groot genoeg’, besluit hij. En dat kan ik absoluut niet verbeteren.

Kolet

Een neus verschil

Onze oudste kleinzoon Bran is vorig jaar 13 geworden. Opeens begint hij de hoogte in te schieten. Met mijn 1,73 meter – als ik dat tegenwoordig nog haal – zal het niet lang meer duren voor hij mij moeiteloos passeert.

Hij volgt de ‘Lange Weg’ als voorbereiding op het vormsel op 17 jaar. Met Nieuwjaar had hijzelf nog een brief ontworpen, zeg maar van het internet geplukt, en bij de knuffel achteraf viel het me op dat wij niet zoveel meer in lengte verschillen.

We hebben het gemeten en inderdaad, nog een kleine neus in mijn voordeel. ‘Lange zwik’ zouden we hem best kunnen noemen, want in het Middelnederlands betekende dit ‘dunne twijg’. Bovendien begint zijn stem eigenaardige grilletjes te vertonen, alsof die aardig bezig is om de dieperik in te gaan.

Toch meent hij het ernstig met zijn jarenlange tocht via de ‘Lange Weg’. Geregeld hebben zij – onder begeleiding van geïnteresseerde ouders-catechisten – een activiteit van sociale, religieuze en filosofische draagwijdte. Uiteraard was het kerstfeest daar een goed voorbeeld van, waarbij de vijf kernen elk een deel van het programma op zich moesten nemen.

Uiteraard is dit niet meer te vergelijken met de voorbereiding van het wel erg korte traject rond 12 jaar dat wij meemaakten. Daar kwamen zelfs nog examens bij te pas in de vorm van catechismusvragen en het resultaat was te zien in de volgorde waarin wij onze plechtige communie mochten doen.

Bran neemt het allemaal nogal kritisch en filosofisch op. Sinds hij nog niet zo lang geleden van zijn peter en meter een gsm kreeg, gaat de wereld nu eindelijk voor hem open. Voordien had hij er weinig belangstelling voor, maar nu is dit kleinood een bron van ‘gamen’ en toegepaste informatie.

Zo is groot worden in de wereld – met een goede begeleiding van ouders en grootouders – een zaligheid voor beide partijen. En liefst geen gezeur over de goede oude tijd. Want vandaag is toch de tijd waarin ons nageslacht mag leven en hopelijk hebben wij die met zorg voorbereid.

Jos